Woningmarkt 2e kwartaal 2026: investeerder houdt vast aan studentenstad

Er werden in het 2e kwartaal van 2026 weer meer woningen verkocht. Investeerders verkochten opnieuw meer dan ze kochten. Wat gebeurde er nog meer?

De 5 belangrijkste conclusies

  • In het 2e kwartaal werden 4% meer woningen verkocht dan 1 jaar eerder. Daarmee zet de groei door, maar duidelijk minder sterk dan in eerdere kwartalen.
  • Koopstarters kochten nog maar 1% meer dan 1 jaar eerder. Hierin speelt onder andere mee dat investeerders minder woningen verkochten dan in voorgaande jaren. Juist deze woningen zijn interessant voor starters.
  • Investeerders bezitten opnieuw minder woningen. Op 1 juli hadden zij er 745.400, goed voor 8,9% van de woningvoorraad. Dat aandeel was 1 jaar eerder nog 9,2%. Vooral het bezit van particuliere investeerders nam af.
  • Investeerders bezitten in studentensteden al jaren in verhouding meer woningen dan in de rest van Nederland. Op 1 juli was 1 op de 6 woningen in studentensteden van een investeerder. Ze verkochten in studentensteden in verhouding tot hun bezit minder woningen dan ze verkochten in de rest van Nederland.
  • 30% van de woningen verkocht door eigenaar-bewoners werd verkocht door een 65-plusser. Hun aandeel neemt al langere tijd toe. Het waren vaak grotere en duurdere woningen, met een gemiddelde verkoopprijs van € 550.000.

Bekijk de video met expert woningmarkt Matthieu Zuidema

Meer woningen verkocht dan 1 jaar geleden, maar groei vlakt af

  • In het 2e kwartaal zijn ongeveer 77.000 woningen verkocht. Dat was 4% meer dan 1 jaar geleden. De groei vlakt wel af. Vorig kwartaal was de stijging vergeleken met 1 jaar eerder nog 18%. Het gaat hier om alle verkochte woningen. Daar horen ook de woningen bij die door investeerders en woningcorporaties in grote aantallen binnen 1 verkoop worden verkocht.
  • Doorstromers en koopstarters kochten samen 84% van alle woningen. Dat waren er ruim 64.000. Dit is 5% meer dan 1 jaar geleden. Toch neemt ook hier de groei af. Vorig kwartaal was de groei in vergelijking met 1 jaar eerder nog 11%.
  • Vooral bij koopstarters was de afname van de groei duidelijk zichtbaar. Zij kochten dit kwartaal zo’n 28.000 woningen. Dat is 1% meer dan 1 jaar geleden. Vorig kwartaal was de stijging vergeleken met vorig jaar nog 9%. Hierin speelt onder andere mee dat investeerders minder woningen verkochten dan in eerdere jaren. Deze woningen zijn vaak aantrekkelijk voor koopstarters, bijvoorbeeld omdat ze relatief klein zijn en een lagere prijs hebben.
  • Investeerders kochten 7.200 woningen. Dat aantal is vergelijkbaar met 1 jaar geleden. In het vorige kwartaal was er juist een sterke stijging vergeleken met 1 jaar eerder. Dit kwam waarschijnlijk doordat investeerders eind 2025 hun aankopen hadden uitgesteld vanwege de verlaging van de overdrachtsbelasting vanaf 1 januari. Nu dit tijdelijke effect is weggevallen, is het aantal aankopen door investeerders weer vergelijkbaar met dat van 1 jaar eerder.

 Deze grafiek toont het aantal woningtransacties naar type koper voor de totale markt. De x-as toont de kwartalen per jaar. De y-as toont de aantallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 40.000 en de stapgrootte is 10.000. Er is te zien dat doorstromers de grootste groep kopers zijn, gevolgd door koopstarters en tot slot de investeerders en overige kopers. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 1: Ontwikkeling van het aantal transacties naar kwartaal en type koper.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1 

Prijzen van woningen stijgen ook minder hard

  • Om de prijsontwikkeling van woningen te volgen, publiceren we samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de Prijsindex Bestaande Koopwoningen. Deze was in het 2e kwartaal 4,2% hoger dan 1 jaar geleden. In het vorig kwartaal was dit nog een groei van 5,2%. De prijs van een gemiddelde koopwoning kwam in het 2e kwartaal uit op € 490.000.
  • Koopstarters betaalden gemiddeld € 407.000. Dat is 2,8% meer dan 1 jaar geleden, toen ze nog € 395.000 betaalden.
  • De gemiddelde prijs die doorstromers betaalden steeg van € 556.000 naar € 573.000. Dat is 3% hoger dan 1 jaar geleden.
  • De prijs die investeerders betaalden, ligt bijna gelijk met die van doorstromers. Begin 2021 lag deze nog ongeveer gelijk met de prijs die koopstarters betaalden. De woningen die investeerders kochten, waren vooral duurder en groter.

Deze grafiek toont de gemiddelde koopsom per type koper bij transacties, waarbij 1 woning van eigenaar veranderd is. De x-as toont de kwartalen per jaar. De y-as toont de gemiddelde koopsom, de ondergrens is € 0, de bovengrens is € 600.000 en de stapgrootte is € 200.000. Er is te zien dat doorstromers bijna altijd de hoogste gemiddelde koopsom hebben, koopstarters de laagste en dat investeerders van het prijsniveau van koopstarters gegroeid zijn naar het niveau van doorstromers. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 2: Ontwikkeling van de gemiddelde koopsom naar kwartaal en type koper.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

In 1 op de 3 gemeenten kostte een woning meer dan € 550.000

  • In 32% van de 342 gemeenten kostte een woning gemiddeld meer dan € 550.000. Dat is dus in 111 gemeenten. Dit waren er 1 jaar geleden nog 86.
  • De gemiddelde koopsom was het hoogst in:
    • Blaricum met € 993.000
    • Bloemendaal met € 988.000
    • Laren (NH) met € 987.000
  • De gemiddelde koopsom was het laagst in:
    • Kerkrade met € 290.000
    • Heerlen met € 291.000
    • Brunssum met € 294.000

Deze kaart toont de gemiddelde koopsom per gemeente betaald door eigenaar-bewoners per gemeente in Nederland. Per gemeente is met een kleur de koopsomklasse gegeven. Er is te zien dat in een groot deel van de gemeenten de gemiddelde koopsom boven de € 500.000 ligt, maar dat er ook nog gemeenten zijn waar dit onder de € 300.000 is. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 3: Gemiddelde koopsom van woningen, gekocht door eigenaar-bewoners, per gemeente in het 1e kwartaal 2026.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

Aandeel verkopen investeerders in studentensteden neemt toe

  • Investeerders verkochten in het 2e kwartaal 6.400 meer woningen aan eigenaar-bewoners dan dat ze van hen kochten. Hierdoor komen er minder woningen beschikbaar voor verhuur.
  • Dit kwam vooral doordat particuliere investeerders minder woningen verkochten. Bedrijfsmatige investeerders verkochten juist 4% meer woningen aan eigenaar-bewoners.
  • 33% van de woningen die investeerders verkochten aan eigenaar-bewoners stond in een studentenstad. 1 jaar geleden was dit nog 31%.
  • Investeerders verkochten binnen studentensteden maar 1% van hun woningen. In andere grote steden verkochten ze iets meer. Dat was 1 jaar eerder ook zo. Dat wijst erop dat investeerders woningen in studentensteden in verhouding vaak vasthouden.
  • Wel speelden investeerders binnen die studentensteden een belangrijke rol op de koopwoningmarkt. Ruim 21% van de woningen die een eigenaar-bewoner daar kocht was van een investeerder. In de overige grote steden was dat ongeveer 13%.
  • In het 2e kwartaal werden naar schatting ruim 2.200 tweede woningen verkocht die gebruikt werden voor verhuur. Er werden 230 tweede woningen gekocht. Onderaan de streep wordt de voorraad tweede woningen dus kleiner. Het verschil is wel minder groot dan in het 2e kwartaal van 2025.

Deze grafiek toont het aantal transacties tussen investeerders en eigenaar-bewoners, ofwel die van huur naar koop en van koop naar huur 1. De figuur toont links de bedrijfsmatige investeerders, rechts de particuliere investeerders. De x-as toont de kwartalen per jaar. De y-as toont de aantallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 6.000 en de stapgrootte is 2.000. Het laat zien met name particuliere investeerders veel woningen verkocht hebben aan eigenaar-bewoners. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 4: Ontwikkeling transacties tussen eigenaar-bewoners en particuliere en bedrijfsmatige investeerders per kwartaal. In dit figuur staan 2 stromen. De stroom van huur naar koop laat zien dat investeerders woningen verkopen aan mensen die er zelf in gaan wonen: huurwoningen worden koopwoningen. De stroom van koop naar huur is het omgekeerde: koopwoningen worden gekocht om te verhuren.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4

65-plussers goed voor 30% verkochte woningen

  • Doordat er in verhouding steeds meer ouderen zijn, zijn er ook steeds meer oudere woningverkopers. In het 2e kwartaal verkochten 65-plussers bijna 14.700 woningen. Dat is ruim 30% van alle verkopen door eigenaar-bewoners. Het aandeel nam de afgelopen jaren toe, want in 2020 was het nog 26%.
  • Van alle gekochte koopwoningen gaat 8% naar een 65-plusser. In 2010 was dit nog maar 4%. 65-plussers kochten in het 2e kwartaal ruim 5.200 woningen.
  • Het aandeel 65-plussers onder de woningverkopers was vooral hoog in gebieden aan de rand van Nederland. In grote delen van Limburg, Zeeland en Noordoost-Nederland was 40% tot 50% van de verkopers 65 jaar of ouder. In 17 van de 342 gemeenten was dit aandeel zelfs hoger dan 50%. De hoogste aandelen vinden we in Meerssen, Vaals en Voerendaal.
  • In meer stedelijke gebieden was het aandeel oudere verkopers lager: in Amsterdam en Utrecht zelfs minder dan 15%.
  • De woningen die ouderen verkochten waren in verhouding vaak groot en duur. Het waren vaak vrijstaande woningen. 75-plussers verkochten daarnaast ook vaak appartementen.
  • De gemiddelde verkoopprijs van woningen verkocht door 65-plussers aan eigenaar-bewoners was ruim € 550.000. Dat is hoger dan de gemiddelde prijs van woningen die 65-minners verkochten: € 515.000.
  • Ouderen verkochten in verhouding veel aan andere ouderen. Ongeveer 15% van de woningen gaat naar een andere 65-plusser. Onder de woningen verkocht door 65-minners is dat maar 5%.

Deze grafiek toont het Aandeel 65-plussers in woningen gekocht door eigenaar-bewoners. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl.  
Figuur 5: Aandeel 65-plussers in woningen gekocht door eigenaar-bewoners, per gemeente in het 2e kwartaal 2026.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Afname bezit investeerders zet door

  • Aan het einde van het 2e kwartaal bezaten investeerders 8,9% van de woningvoorraad. Dit was 1 jaar geleden nog 9,2%. In totaal zijn nu 745.400 woningen van investeerders.
  • Particuliere investeerders bezaten aan het einde van het kwartaal 3,2% van de woningen. Dit was 1 jaar geleden nog 3,5%. Zij bezitten nu 269.600 woningen. Dat zijn er 23.200 minder dan 1 jaar geleden.
  • Het aandeel woningen in het bezit van bedrijfsmatige investeerders ging in 1 jaar tijd van 5,6% naar 5,7%. Zij bezitten nu 475.900 woningen. Dat is 6.800 meer woningen dan 1 jaar geleden.
  • Bedrijfsmatige investeerders voegden zo'n 14.100 woningen toe aan de woningvoorraad. Dit deden ze vooral door nieuwe woningen te laten bouwen. Maar ook door bestaande gebouwen om te vormen tot woningen of woningen te splitsen. Toch groeide hun bezit in verhouding weinig, omdat ze ook woningen verkochten.
  • In de studentensteden was aan het einde van het 2e kwartaal 16,7% van de woningen in het bezit van investeerders. Dit was 1 jaar eerder nog 17,2%. Vooral het bezit van particuliere investeerders nam hier af: van 6,1% op 1juli 2025 naar 5,5% op 1 juli van dit jaar. Deze daling is groter vergeleken met de daling van al het bezit van investeerders in Nederland.

Deze grafiek toont het aandeel van verschillende typen investeerders in de woningvoorraad op 1 april. De x-as toont typen investeerders. De y-as toont de aandelen in percentages: de ondergrens is 0%, de bovengrens is 4% en de stapgrootte is 2%. Er is te zien dat het aandeel van particuliere investeerders gedaald is tussen 2024 en 2026. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 6: Aandeel van de woningvoorraad in het bezit van investeerders op 1 juli 2024, 1 juli 2025 en 1 juli 2026. 
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6

Belangrijkste woningmarktstatistieken op een rij

 Deze tabel toont voor de afgelopen 5 kwartalen het aantal woningtransacties, de verdeling naar type koper, naar betaalbaarheid, naar leeftijd van de verkoper en koper. Daarnaast toont de tabel de gemiddelde koopsom naar type koper en het aantal woningtransacties van koop naar huur en andersom naar type investeerder. In het afgelopen kwartaal ging 47% van de verkochte woningen naar doorstromers. Een derde van de verkopers is 65 jaar of ouder. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document van deze tabel 

Over het onderzoek

  • Dit Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door Lianne Hans, Marion Plegt, Niels Kuiper, Frank Harleman en Matthieu Zuidema, onderzoekers bij het Kadaster.
  • Studentensteden: Amsterdam, Delft, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Wageningen.
  • De cijfers van het afgelopen kwartaal zijn voorlopig. Voor een klein deel van de woningen die doorstromers kochten, zal later blijken dat dit om een tweede woning van een investeerder ging. Het tegenovergestelde geldt ook door woningen die op dit moment nog in het bezit lijken van particuliere investeerders, maar waar de koper uiteindelijk zelf in is gaan wonen. Daarom stellen we de cijfers in onze volgende kwartaalberichten bij.
  • Maandelijks publiceren we samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek informatie over de woningmarkt, gebaseerd op de woningprijsindex. De woningprijsindex corrigeert voor toevalligheden in de transacties, zoals woningtype en regio. 
  • We publideren het aantal transacties en de koopsom op basis van de eigendomsoverdrachten bij de notaris. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) publiceert op basis van de koopcontracten. Uit een eerder onderzoek blijkt dat hier gemiddeld zo’n 2 maanden tussen zit. U leest het onderzoek Woningverkoper heeft ruim half jaar nodig tot overdracht op brainbay.nl.
  • Als we het in deze publicatie hebben over verkochte woningen bedoelen we de eigendomsoverdracht van alle bestaande woningen.

Meer informatie

Woningmarkt 2e kwartaal 2022: prijzen stijgen minder hard

De woningprijzen stijgen inmiddels minder hard. Toch kostte een woning in het 2e kwartaal van 2022 nog gemiddeld € 429.000, 17% meer dan vorig jaar. Van alle 2e kwartalen sinds 2015 had dit 2e kwartaal de minste transacties. De huidige ontwikkelingen zijn de voorbode van een rustigere woningmarkt: minder transacties, gevolgd door een minder harde prijsstijging.

Meer lezen?

Lees verder voor de belangrijkste inzichten uit dit onderzoek. Of download het volledige rapport.

Download Kwartaalbericht (pdf)

De belangrijkste conclusies over het 2e kwartaal

  • De prijzen van bestaande koopwoningen stegen in het 2e kwartaal 18,4% ten opzichte van een jaar eerder. Dat is minder hard dan in het 1e kwartaal van 2022, toen de stijging nog 20,3% was. Ook binnen het kwartaal vlakken de prijsstijgingen af: in april 19,7%, in mei 18,8% en in juni 16,7%. Maar er is geen sprake van een prijsdaling.
  • Een woning kostte gemiddeld € 429.000.
  • Er wisselden 47.382 woningen van eigenaar, dat is 10,2% minder dan in het 2e kwartaal van 2021. Van alle 2e kwartalen sinds 2015 was dit het 2e kwartaal met de minste transacties, maar wel met iets meer transacties dan in het 1e kwartaal van 2022.
  • De sterk gestegen hypotheekrente zien we pas volgend kwartaal terug in de woningprijs en het aantal transacties.
  • De huidige woningmarktontwikkelingen laten zien dat we richting een fase gaan waarin de woningmarkt minder actief is: dat betekent minder transacties gevolgd door een minder harde prijsstijging.
  • Flevoland was de provincie met de grootste prijsstijging ten opzichte van vorig jaar: 21,7%. De kleinste was in Zeeland (16%).
  • Ruim 11% van de gekochte woningen in Flevoland is gekocht door kopers uit Amsterdam. Vooral Almere is populair.
  • De prijsstijging in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag lag lager dan het landelijk gemiddelde. Utrecht had de grootste prijsstijging: 17,6%.
  • Slechts in 20 gemeenten lag de gemiddelde woningprijs onder de € 300.000.
  • Starters betaalden gemiddeld € 356.000 voor een woning. Ze kochten door de verlaagde overdrachtsbelasting veel woningen net onder de € 400.000.
  • Er werden minder woningen gekocht in de laagste prijsklassen en meer in de hoogste. Er werden vooral minder vrijstaande woningen verkocht.
  • Het meest voorkomende woningtype in de Nederlandse woningvoorraad op 1 juli 2022 is een appartement.

Meer informatie

  • Onze eerdere Kwartaalberichten van 2021 vindt u op de pagina Kadaster Kwartaalberichten woningmarkt.
  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
  • Het Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door: Lianne Hans, Jorian Lamberink, Marion Plegt, Paul de Vries en Joost Zuidberg.
  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
  • Wilt u het Kwartaalbericht woningmarkt voortaan per e-mail ontvangen? Schrijf u dan in via het aanmeldformulier.

Aanmelden Kwartaalbericht

Koopwoningen in juli bijna 4% duurder dan jaar eerder

In juli waren de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 3,9% hoger dan een jaar eerder. Een maand eerder was de prijsstijging 4,1%. De prijsstijging van bestaande koopwoningen jaar op jaar vlakt sinds eind 2024 vrijwel onafgebroken af. In vergelijking met juni 2026 stegen de prijzen met 0,5% in juli. 

De prijsontwikkelingen in dit bericht zijn gebaseerd op de prijsindex van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster.

In vergelijking met juni stegen de prijzen van koopwoningen met 0,5%

De stijging van de prijzen in juli in vergelijking met juni past in een trend. De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in juli 2022 een piek. Daarna sloeg de trend om en daalde de prijsindex enige tijd. Maar sinds juni 2023 is de trend weer stijgend. In juli lagen de prijzen gemiddeld 17,9% hoger dan bij de vorige piek in juli 2022. 

Meer transacties bestaande koopwoningen in juli

Wij registreerden in juli 22.241 woningtransacties. Dat is 5% meer dan een jaar eerder. In de eerste zeven maanden van 2026 zijn 137.142 woningen verkocht, 5,4% meer dan een jaar eerder.

In juli was de gemiddelde transactieprijs voor een bestaande koopwoning € 500.988. Voor het bepalen van prijsontwikkelingen van bestaande koopwoningen wordt niet de transactieprijs, maar de prijsindex gebruikt. Bij de berekening van de prijsindex wordt rekening gehouden met kwaliteitsverschillen tussen koopwoningen. In de gemiddelde transactieprijs zit geen kwaliteitscorrectie. 

Meer cijfers in Vastgoeddashboard

Iedere maand publiceren we cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie.

Naar Vastgoeddashboard

Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt

10 jaar Topotijdreis: ‘Historische kaarten vanuit de lucht’

Geografische vraagstukken vragen om overzicht. Met Topotijdreis bekijkt u het landschap van bovenaf en reist u terug in de tijd. GIS-specialist Roy Metselaar laat zien hoe historische kaarten helpen bij onderzoek en begrip van het verleden.

Terug in de historie

Roy Metselaar is landschapshistoricus en werkt als GIS-specialist bij de gemeente Dalfsen. GIS staat voor Geografisch Informatie Systeem. Met dit systeem brengt hij ruimtelijke informatie in kaart. Historische kaarten spelen een grote rol in zijn werk. In 2023 deed hij als afstudeerproject onderzoek naar verdedigingslinies in het landschap. Hij onderzocht hoe structuren van het verleden nog zichtbaar zijn in het huidige landschap. 

Onderzoek met Topotijdreis

Voor zijn onderzoek gebruikte hij Topotijdreis. Dit bleek al snel een waardevolle bron met historisch kaartmateriaal te zijn. “Hierbij was het heel handig dat ik in 1 klik van het jaar 1800 naar het heden kon gaan. Vervolgens tekende ik die kaarten dan zelf over met GIS-software. Uiteraard ging ik dan ook nog zelf even op locatie kijken om nog beter inzicht te krijgen in de situatie.”

Een echte liefhebber

Roy kent veel kaarten van Nederland bij naam. Met Topotijdreis vindt hij die allemaal op 1 plek. Dat maakt het werken overzichtelijk en toegankelijk. En ook privé bekijkt hij het kaartmateriaal regelmatig. “Ik vind het fantastisch in het landschap zelf te kunnen kijken en te weten hoe een plek er vroeger uitzag. Als je ergens geen weet van hebt, loop je er in werkelijkheid zo voorbij.”

Verbeeldingskracht

Volgens Roy is Topotijdreis interessant voor een brede doelgroep. Hij raadt het platform aan bij mensen binnen en buiten zijn vakgebied. “Het is fijn dat Topotijdreis bestaat en ik zou zeker iedereen die het nog niet kent aanraden om het te gaan verkennen. Het kaartmateriaal spreekt tot de verbeelding, omdat er veel details zichtbaar zijn. Het reizen door de tijd is een aanrader voor iedereen!”

Meer informatie

Laag energieverbruik leidt niet tot hogere koopsom

We onderzochten of kopers bereid zijn meer te betalen voor een woning met een laag energieverbruik. En we keken naar het effect van andere kenmerken op de koopsom. Bijvoorbeeld locatie, oppervlakte en energielabel. Dit zijn de 5 belangrijkste conclusies: 

  • Een energielabel geeft geen volledig beeld van de energiekosten voor woningeigenaren. Een woning met een goed energielabel kan toch hoge energielasten hebben. En andersom. 
  • Naast de locatie hebben de oppervlakte, het woningtype en het bouwjaar het grootste effect op de koopsom. 
  • Woningen met een energielabel B hebben een 2,1% lagere koopsom dan woningen met energielabel A en beter. Voor woningen met energielabel G is dit 18,9%. 
  • Heeft een woning zonnepanelen? Dan stijgt de koopsom gemiddeld 4%.
  • Woningen die meer energie verbruiken hebben een hogere koopsom dan woningen die minder verbruiken. In 2024 en 2025 gold dat een huis ongeveer 0,5% duurder werd voor elke €250 aan extra energiekosten. Een laag energieverbruik zorgt dus niet voor een hogere verkoopprijs van een huis.

Kopers betalen meer voor een woning met een beter energielabel

Als we kijken naar gegevens van 2022 tot en met het 3e kwartaal van 2025, zien we dat woningen met een beter energielabel gemiddeld een hogere prijs hebben. In het 3e kwartaal van 2025 werd gemiddeld bijna € 4.700 per m2 betaald voor woningen met een energielabel A of beter. Dat is bijna € 500 meer dan woningen met een energielabel D of slechter. 

Deze grafiek toont de gemiddelde koopsom per m2 uitgesplitst naar energielabelklassen in de periode van 2022 tot en met het derde kwartaal van 2025. De x-as toont de jaren. De y-as toont de gemiddelde prijs in euro's per m2, de ondergrens is 0, de bovengrens is 6.000 en de stapgrootte is 1.000.  Er zijn drie lijnen weergegeven voor de drie energielabelklassen. Dit zijn klasse Goed (energielabel A of beter), klasse Midden (energielabel B en C) en klasse Slecht (energielabel D of slechter). Er is te zien dat de gemiddelde prijs per m2 hoger ligt voor woningen in een goede energielabelklasse.  Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 1 Gemiddelde koopsom per m2 per woning, uitgesplitst naar bekend energielabel op 1 oktober 2025. Ingedeeld naar goed energielabel (A of beter), midden energielabel (B of C) en slecht energielabel (D of slechter)

Bron: Kadaster en RVO 

Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Vaak lagere energiekosten voor woningen met een goed label

In figuur 2 zijn per energielabel voor de gehele woningvoorraad de gemiddelde energiekosten voor heel 2024 weergegeven. Hoe slechter het energielabel, hoe hoger de gemiddelde energiekosten. Huishoudens met een woning met energielabel A++ of beter betalen gemiddeld minder dan € 1.500 per jaar. Bij een woning met energielabel G zijn de energiekosten gemiddeld meer dan € 2.000. Dit komt doordat woningen met een goed energielabel vaak beter zijn geïsoleerd en vaker een warmtepomp hebben. Dat is goedkoper dan verwarmen op gas met een cv-ketel. De kosten van stadswarmte zitten tussen deze opties in. 

Deze grafiek toont de gemiddelde jaarlijkse energiekosten in 2024 voor alle woningen met een energielabel (peildatum 1 oktober 2025). De x-as toont de labels. De y-as toont de gemiddelde prijs in euro's, de ondergrens is 0, de bovengrens is 3.000 en de stapgrootte is 500.  Er is te zien dat het beste label, A++++ de laagste kosten heeft, iets minder dan 500 euro per jaar. Deze jaarlijkse kosten lopen langzaamaan op naar het slechtste label, G. Daar liggen de jaarlijkse kosen op zo'n 2.250 euro.  Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl. 
Figuur 2 Gemiddelde jaarlijkse energiekosten per woning in 2024, uitgesplitst naar bekend energielabel op 1 oktober 2025

Bron: Kadaster, CBS-microdata en RVO

Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

 

Energielabels zeggen niet alles over het werkelijke verbruik

Een energielabel zegt niet alles over het werkelijke verbruik. Dat kan binnen een label sterk verschillen. Het kan zijn dat de isolatie van woningen met een slecht energielabel later is verbeterd. Ook kan een goed label vooral komen door zonnepanelen, terwijl de isolatie nog niet goed is. Daarnaast speelt het aantal bewoners en hun gedrag een belangrijke rol.  Eigenaren van slecht geïsoleerde woningen kunnen bijvoorbeeld de thermostaat lager zetten om kosten te besparen. Bewoners van goed geïsoleerde woningen kunnen er juist voor kiezen dat niet te doen, omdat ze weten dat hun verbruik toch relatief laag blijft. 

In figuur 3 staan alle woningen per energielabel. De breedte van de balk laat zien hoe vaak bepaalde energiekosten voorkomen. Het breedste punt laat zien waar het zwaartepunt ligt per energielabel. Het figuur laat zien dat woningen met een goed energielabel meestal weinig energie gebruiken. Zo gebruikt 83% van de woningen met label A++++ minder dan € 500 per jaar aan energie. Woningen met een slecht energielabel gebruiken vaak meer energie. Dat zie je terug in het bedrag waarbij de helft van de huishoudens meer betaalt en de andere helft minder:

  • Label A: € 1.500
  • Label D: € 1.750
  • Label G: € 2.000

Toch zijn er ook uitzonderingen. Bij slechte labels is de spreiding groter: sommige woningen met een slecht energielabel verbruiken weinig. Terwijl sommige woningen met een redelijk goed label juist veel verbruiken. Met andere woorden: een energielabel geeft geen volledig beeld van de energiekosten voor woningeigenaren. Het zou daarom handig zijn als kopers bij het kopen van een huis ook het echte energieverbruik kunnen zien.

Deze grafiek toont per voor elke woning (peildatum 1 oktober 2025) per energielabel de jaarlijkse energiekosten voor 2024. De x-as toont de energielabels. De y-as toont de gemiddelde kosten in euro's, de ondergrens is 0, de bovengrens is 7.500 en de stapgrootte is 2.500.  Er is te zien dat het overgrote deel van de woningen met een goed energielabel vaak weinig verbruiken, minder dan zo'n 1.250 euro. En woningen met een slecht label verbruiken vaker meer, tot zo'n 3.500 euro. Wel is de spreiding binnen de slechtere labels een stuk groter: er is daar ook een groot deel dat relatief weinig verbruikt. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl.

Figuur 3 Verbruikskosten voor alle gelabelde woningen in 2024, uitgesplitst naar bekend energielabel op 1 oktober 2025. De breedte van de balk laat zien hoe vaak bepaalde energiekosten voorkomen. Daarmee is per energielabel het zwaartepunt voor de verbruikskosten af te leiden.

Bron: Kadaster en CBS-microdata 

Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

Duurzaamheidskenmerken van een woning hebben invloed op de koopsom

We hebben een regressieanalyse uitgevoerd om te onderzoeken in hoeverre energieverbruik een rol speelt in de koopsom. Dat is een statistische analyse om inzicht te krijgen in het verband tussen verschillende variabelen. Uit deze analyse blijkt zoals verwacht dat locatie, oppervlakte, woningtype en bouwjaar het grootste effect hebben op de koopsom.

Ook duurzaamheidskenmerken hebben invloed op de koopsom van een woning. Zo heeft het energielabel invloed op de koopsom: hoe beter het energielabel, hoe hoger de koopsom. Woningen met een energielabel B hebben een 2,1% lagere koopsom dan woningen met energielabel A of beter. Voor woningen met energielabel G is dit 18,9%. Heeft een woning zonnepanelen? Dan stijgt de koopsom gemiddeld 4%. Ook het type warmtebron heeft invloed op de koopsom. Een warmtepomp heeft het sterkste effect op de koopsom: bijna 4% hoger dan stadswarmte.  

Deze grafiek toont het effect van energielabel op de koopsom zoals volgt uit de regressienalyse. De x-as toont de energielabels. De y-as toont het procentuele effect op de koopsom, de bovengrens is 0%, de ondergrens is -20% en de stapgrootte is 5%.  Er is te zien dat woningen met een slechter energielabel een minder hoge koopsom hebben dan woningen met een goed energielabel.  Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl.

Figuur 4 Effect van energielabel op de koopsom, zoals volgt uit regressieanalyse

Bron: Kadaster en CBS-microdata 

Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4

Invloed energieverbruik op koopsom

Opvallend is dat uit de regressieanalyse blijkt dat woningen die meer energie verbruiken een hogere koopsom hebben dan woningen die minder verbruiken. In 2024 en 2025 gold dat een huis ongeveer 0,5% duurder werd voor elke €250 aan extra energiekosten. Dit betekent dat hoge energiekosten niet automatisch zorgen voor een lagere prijs van een woning. Een uitzondering daarop is in 2023. In dat jaar was het effect van hogere energiekosten op de koopsom minimaal. Dat was waarschijnlijk een reactie op de energiecrisis in 2022. Toen was er veel aandacht voor energieverbruik.

Het beeld verandert als we alleen kijken naar het effect van verbruik voor woningen met een koopsom onder € 300.000. Voor deze woningen geldt namelijk wel dat woningen die meer energie verbruiken een lagere koopsom hebben. In het 3e kwartaal van 2025 waren woningen die € 250 meer verbruikten gemiddeld 0,3% goedkoper dan woningen die minder verbruikten. 

Deze grafiek toont per kwartaal het effect van 250 euro extra verbruikskosten op de kopsom van de woning vanaf 2022 tot en met het derde kwartaal van 2025. De x-as toont de kwartalen. De y-as toont de procentuele stijging van de koopsom, de ondergrens is 0, de bovengrens is 1,5% en de stapgrootte is 0,5%.  Er is te zien dat extra verbruikskosten elk kwartaal leiden tot een hogere koopsom, met uitzondering van de kwartalen in 2023.  Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze experts van team Research via research@kadaster.nl.

Figuur 5 Effect van € 250 extra verbruikskosten op de koopsom per kwartaal, zoals volgt uit regressieanalyse

Bron: Kadaster en CBS-microdata 

Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Verduurzamen loont 

De analyse laat zien dat verduurzamen vooral een positief effect heeft op de verkoopprijs van een woning als dit duidelijk zichtbaar is voor kopers. Voorbeelden van zulke zichtbare kenmerken zijn een beter energielabel of zonnepanelen. Deze vormen van verduurzaming zorgen dus voor een hogere woningwaarde. Een lager energieverbruik, dat minder zichtbaar is voor kopers, heeft geen direct positief effect op de koopsom. Het biedt wel andere voordelen voor de bewoners. Een lager energieverbruik zorgt bijvoorbeeld voor lagere energiekosten en meer comfort in huis. Daarom loont verduurzaming altijd, ook wanneer de verbeteringen niet meteen zichtbaar zijn voor een koper.

Over dit onderzoek

  • In dit rapport gebruiken we energielabels zoals die staan geregistreerd bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in EP-Online. EP-Online is de officiële landelijke database waarin energielabels en energieprestatie-indicatoren van gebouwen zijn opgenomen. Een energielabel is verplicht als je een woning verkoopt en blijft 10 jaar geldig. Bij de meeste verkochte woningen klopt het label goed, omdat een beter label vaak zorgt voor een hogere verkoopprijs. Voor alle woningen in Nederland is dat anders. Mensen kunnen hun huis verduurzamen zonder een nieuw label aan te vragen, omdat dit hen niets extra’s oplevert. Daardoor kan het energielabel soms een verkeerd beeld geven.
  • Voor dit onderzoek combineerden we data over de verkoop van woningen met cijfers van het CBS over het jaarlijkse energieverbruik van de betreffende woning. 
  • Om te onderzoeken of energieverbruik een rol speelt in de koopsom, hebben we een regressieanalyse uitgevoerd. Met een regressieanalyse onderzoeken we of er een verband is tussen verschillende zaken. Hierbij kijken we naar meerdere factoren tegelijk om te zien welke factoren echt belangrijk zijn. Bijvoorbeeld: heeft het energieverbruik van een woning invloed op de koopsom, los van het energielabel en andere kenmerken? En welke andere kenmerken zijn daarnaast van belang voor de koopsom? We kijken hierbij naar de woningtransacties van 2022 tot en met het 3e kwartaal van 2025. 

Meer informatie

  • Dit onderzoek is geschreven door Marion Plegt, Lianne Hans, Diane Stiemer en Martin Tillema.
  • Eerder onderzochten we de invloed van een energielabel op de huizenprijs. Lees dit onderzoek op de pagina Invloed van energielabel op huizenprijs: 4 conclusies.
  • Dat er verschil in prijs zit tussen de verschillende energielabels komt ook overeen met eerder onderzoek van Brainbay in 2025. Brainbay onderzocht dat bij een labelsprong van energielabel C naar energielabel A een woning gemiddeld 4,7% meer opbrengt bij verkoop. Naar het onderzoek op Brainbay.nl.
  • Wilt u meer weten of gedetailleerd inzicht in de uitkomsten van de regressieanalyse? Neem dan contact op met Martin via de pagina Martin Tillema, expert energietransitie.

Nieuwbouwappartementen in trek bij senioren

Senioren van 55 jaar en ouder kochten in 2018-2024 ruim een kwart van alle nieuwbouwwoningen en meer dan de helft van alle nieuwbouwappartementen. De senioren die in diezelfde periode een nieuwbouwwoning kochten, lieten jaarlijks ongeveer 7.000 koopwoningen achter. Dat is goed voor de doorstroming op de woningmarkt. Wat zijn hun woonwensen, wat kopen ze en wat verkopen ze? 

Download het hele onderzoek

Senioren willen vaak een nieuwbouwwoning

  • Senioren verhuizen minder graag dan jongere mensen. Vooral 65-plussers blijven liever in hun huidige woning en woonomgeving. 
  • Senioren met verhuisplannen willen vaker een nieuwbouwwoning dan andere leeftijdsgroepen.

Senioren kopen nieuwbouwappartementen in rustige omgeving

  • Senioren kochten in 2018-2024 20% van de bestaande koopwoningen en 28% van de nieuwbouwwoningen. 
  • Senioren kopen vaker nieuwbouwappartementen dan jongere leeftijdsgroepen. In 2018-2024 werd 56% van de nieuwbouwappartementen gekocht door senioren. Meer dan 80% daarvan was 80 m2 of groter.
  • 65-plussers kiezen minder vaak dan jongeren voor een drukke, stedelijke omgeving. Zij kiezen voor buurten met rust en ruimte. En met voorzieningen dichtbij, zoals een huisarts of supermarkt. 
  • Opvallend is dat senioren gemiddeld verder verhuizen dan jongere kopers. Zij verhuizen gemiddeld ongeveer 17 kilometer. Bij jongere kopers is dat 11 tot 12 kilometer. Senioren zijn dus niet zo honkvast als dat gedacht wordt. Doordat er schaars nieuwbouwaanbod is, accepteren ze een grotere verhuisafstand.

Senioren verruilen grote voor kleinere woning

  • Ongeveer 70% van de senioren die nieuwbouw kochten, liet een ruime eengezinswoning achter. Hun oude woning is gemiddeld 164 m2 en hun nieuwbouwwoning 136 m2.
  • Als senioren een nieuwbouwwoning kopen, komt veel woonruimte vrij. Senioren die tussen 2018 en 2024 een nieuwbouwwoning kochten, lieten jaarlijks ruim 7.000 woningen met ongeveer 1 miljoen m2 woonoppervlakte achter.
  • De woningen die senioren achterlaten zijn vaak minder energiezuinig. Veel woningen hebben een slecht energielabel. 
  • Woningen van senioren worden meestal gekocht door doorstromers, dus mensen die al een huis hebben. Starters kopen minder vaak van senioren, waarschijnlijk omdat de woningen vaak in een hogere prijsklasse vallen.

Over dit onderzoek

  • Dit onderzoek is geschreven door Jorian Lamberink, Hans Wisman en Joost Zuidberg. Zij zijn onderzoekers bij het Kadaster.
  • Van de koopwoningen die tussen 2019 en 2025 zijn gebouwd, heeft het Kadaster vrijwel alle nieuwbouwtransacties verzameld. Meestal is de transactieperiode van deze woningen 2018 tot en met 2024. Dit is dan ook de onderzoeksperiode. 

Meer informatie

  • Wilt u meer weten over de woningmarkt, onderzoeken lezen of contact opnemen met onze expert woningmarkt? Bekijk dan de pagina Woningmarkt.

Vakantiewoningen weer iets duurder

Ieder jaar onderzoeken we de vakantieparken in Nederland. Hoeveel parken zijn er? Hoeveel vakantiewoningen staan daarop? Van wie zijn deze woningen en wat kosten ze? En hoe is dat allemaal veranderd vergeleken met 1 jaar geleden?

Download het onderzoek

Bekijk de toelichting van Onderzoeker Research Diane Stiemer

1 op de 3 woningen op de Wadden is een vakantiewoning

  • In Nederland liggen bijna 4.000 vakantieparken. Dat is iets meer dan 1 jaar eerder. 
  • De meeste parken vind je nog steeds in Gelderland en Zeeland.
  • Op alle vakantieparken samen staan bijna 135.000 vakantiewoningen.
  • Sinds 2020 zijn de meeste nieuwe vakantiewoningen bijgebouwd in Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland. 
  • Op de Waddeneilanden staan de meeste vakantiewoningen in vergelijking met het aantal normale woningen. Van elke 3 woningen op de Wadden is er bijna 1 een vakantiewoning.

14% van alle vakantiewoningen wordt permanent bewoond 

  • 63% van alle vakantiewoningen is van particulieren. 1 jaar geleden was dit 65%. 29% is van bedrijven. De rest van de woningen is van overige eigenaren.
  • Naar schatting wordt 14% van alle vakantiewoningen permanent bewoond. 
  • In de regio Vechtdal/Salland is het aandeel permanente bewoning met 22% het hoogst. Op de Waddeneilanden is dat 1%. 
  • In 2025 zijn er 4.500 vakantiewoningen verkocht. Dat zijn er ongeveer 100 minder dan in 2024. 77% werd verkocht door een particulier.
  • Tijdens corona was er nog een verkooppiek. Daarna nam het aantal verkopen weer af. De markt komt daarmee weer in rustiger vaarwater.

Meeste vakantiewoningen worden zonder hypotheek gekocht

  • In het 4e kwartaal van 2025 waren de prijzen voor vakantiewoningen 4% hoger dan 1 jaar eerder. 
  • Gemiddeld kostte een vakantiewoning in 2025 ongeveer € 240.000. 
  • Op de Waddeneilanden was een vakantiewoning het duurst.
  • 80% van de vakantiewoningen wordt zonder hypotheek gekocht. Kopers betalen bijvoorbeeld met overwaarde of spaargeld. Ze zijn ook vaak goedkoper dan woningen op de normale markt. 
  • Bij vakantiewoningen tot € 100.000 werd bijna 95% zonder hypotheek gekocht. Wanneer hiervoor wel een hypotheek werd afgesloten, was de geldverstrekker in 23% van de gevallen een particulier.

Over dit onderzoek

  • Dit onderzoek is geschreven door Diane Stiemer en Joost Zuidberg. Zij zijn onderzoekers bij het Kadaster. 
  • De cijfers over permanente bewoning en de prijsontwikkeling zijn geleverd door het CBS. 
  • Wilt u de onderzoekscijfers van vorig jaar bekijken? Lees dan het onderzoek Verkoop vakantiewoningen toegenomen.

Meer informatie

  • Wilt u meer weten over de woningmarkt, onderzoeken lezen of contact opnemen met onze expert woningmarkt? Bekijk dan de pagina Woningmarkt.
  • Wilt u het Kwartaalbericht woningmarkt per e-mail ontvangen? Schrijf u dan in via het aanmeldformulier.
  • Onze eerdere Kwartaalberichten vindt u op de pagina Kwartaalberichten woningmarkt.

Hypotheekmarkt 1e halfjaar 2026: steeds meer startersleningen

Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Leenden mensen meer of minder in vergelijking met de koopsom? Hoe zit het met de startersleningen? In dit bericht leest u de laatste stand van zaken over de markt voor particuliere woninghypotheken.

De 5 belangrijkste conclusies

  1. Er werden in het 1e halfjaar van 2026 bijna 217.000 nieuwe hypotheken afgesloten. Dat was 5% meer dan 1 jaar eerder.
  2. De totale som voor al die hypotheken was 84,8 miljard euro. Dat was minder dan het record in het 2e halfjaar van 2025, maar 8% hoger dan in het 1e halfjaar van 2025.
  3. De gemiddelde loan-to-value (LTV), het deel van de koopsom dat met een hypotheeklening wordt betaald, was 87,3%. Dat was iets lager dan 1 jaar geleden.
  4. Er worden steeds meer startersleningen afgesloten. Bij 8,3% van alle woninghypotheken voor starters werd ook een starterslening afgesloten. In het 1e halfjaar van 2025 was dat nog 6,4%. In het 1e halfjaar van 2021 was het 3,2%.
  5. De gemiddelde LTV van aankopen met een starterslening was in het 1e halfjaar van 2026 ongeveer 94%. Dat is hoger dan de gemiddelde LTV van alle starters. Die was 91,5%.

Bijna 5% meer hypotheken dan een jaar eerder

  • In het 1e halfjaar van 2026 werden bijna 217.000 hypotheken afgesloten.
  • Het aantal nieuwe hypotheken lag 5% hoger dan 1 jaar geleden. Maar wel 10% lager dan in het 2e halfjaar van 2025.
  • Alleen in de recordperiode van 2020 tot en met het 1e halfjaar van 2022 werden er in het 1e halfjaar meer hypotheken afgesloten. Door de lage hypotheekrente waren er toen veel oversluitingen.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2026. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont het aantal nieuw afgesloten hypotheken (in duizendtallen). De ondergrens is 0, de bovengrens is 300 en de stapgrootte is 50. De figuur laat zien dat het aantal nieuw afgesloten hypotheken in het eerste halfjaar van 2026 ongeveer iets hoger ligt dan een jaar eerder, maar ook een stuk lager dan in het tweede halfjaar van 2025. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem contact op met onze expert woningmarkt met dit formulier: https://formulieren.kadaster.nl/expert_woningmarkt

Figuur 1: Ontwikkeling van het aantal hypotheken.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Totale hypotheeksom 8% hoger dan een jaar geleden

  • De totale hypotheeksom, alle hypotheekbedragen opgeteld, was 84,8 miljard euro. Dat was 8% hoger dan 1 jaar geleden. In vergelijking met het 2e halfjaar van 2025 was de totale hypotheeksom 11% lager.
  • Van dit bedrag ging 74,5 miljard euro naar hypotheken voor de aankoop van een woning. Dat is 7% meer dan 1 jaar eerder en 11% minder dan een halfjaar eerder.
  • Voor over- en bijsluitingen was de totale hypotheeksom 10,3 miljard euro. Dat is een stijging van 15% vergeleken met 1 jaar eerder. En een stijging van 9% vergeleken met een halfjaar eerder.
  • In het 1e halfjaar van 2026 was het aandeel van hypotheken voor woningaankopen 88% van de totale hypotheeksom. Dat is vergelijkbaar met het vorige halfjaar. Tijdens de periode met veel oversluitingen door de lage hypotheekrente, in het 1e halfjaar van 2022, lag dit aandeel met 65% het laagst.
  • De hypotheeksom voor woningaankopen hangt samen met de gemiddelde woningprijs. Als de prijzen stijgen, moet er meer geleend worden. De hypotheeksom voor over- en bijsluitingen hangt vooral samen met de hypotheekrente. Hoe lager de rente, hoe gunstiger het is om over te sluiten en om bij te lenen voor bijvoorbeeld verbouwing en/of verduurzaming.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de totale hypotheeksom van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2026. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de totale hypotheeksom (in miljarden euro's). De ondergrens is 0, de bovengrens is 100 en de stapgrootte is 10. De figuur laat zien dat de totale hypotheeksom in het eerste halfjaar van 2026 met bijna 85 miljard ruim 6 miljard hoger ligt dan in het eerste halfjaar van 2025. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem contact op met onze expert woningmarkt met dit formulier: https://formulieren.kadaster.nl/expert_woningmarkt

Figuur 2: Ontwikkeling van de totale hypotheeksom.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

Weer meer hypotheken dan een jaar eerder

  • In het 1e halfjaar van 2026 werden bijna 183.000 hypotheken afgesloten voor de aankoop van een woning. Dat is 3,9% meer dan 1 jaar eerder en 10,8% minder dan in het 2e halfjaar van 2025.
  • Het aantal over- en bijsluitingen lag op ruim 34.000. Dat is 8% meer dan 1 jaar eerder en 6,2% minder dan in het 2e halfjaar van 2025.
  • Het aandeel over- en bijsluitingen in het totaal aantal hypotheken steeg naar bijna 16%. Dit is het hoogste percentage sinds het 1e halfjaar van 2023. Maar nog altijd veel lager dan de piek van 41% in het 1e halfjaar van 2022. Toen was de hypotheekrente erg laag.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2026 met uitsplitsing naar hypotheken voor de aankoop van een woning en over- of bijsluitingen. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont het aantal nieuw afgesloten hypotheken (in duizendtallen). De ondergrens is 0, de bovengrens is 200 en de stapgrootte is 20. De figuur laat zien dat er vooral veel hypotheken voor de aankoop van een woning afgesloten werden. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem contact op met onze expert woningmarkt met dit formulier: https://formulieren.kadaster.nl/expert_woningmarkt

Figuur 3: Ontwikkeling van het aantal hypotheken voor woningaankoop en over- en bijsluitingen.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

Gemiddelde hypotheeksom voor woningaankoop stijgt minder snel

  • De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning was ruim € 517.000. Dat was 5,3% hoger dan 1 jaar eerder en 0,8% hoger dan in het 2e halfjaar van 2025.
  • De gemiddelde hypotheeksom hangt samen met de gemiddelde woningprijs. Beide stegen minder snel dan 1 jaar geleden.
  • Voor over- en bijsluitingen was de gemiddelde hypotheeksom bijna € 302.000. Dat was 6,5% hoger dan 1 jaar eerder, maar 3,3% lager dan in het 2e halfjaar van 2025.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de gemiddelde hypotheeksom van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2026 met uitsplitsing naar hypotheken voor de aankoop van een woning en over- of bijsluitingen. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de gemiddelde hypotheeksom (in duizenden euro's). De ondergrens is 0, de bovengrens is 500 en de stapgrootte is 50. De figuur laat zien dat zowel de gemiddelde hypotheeksom voor een over- en bijsluiting als de gemiddelde hypotheeksom voor woningaankopen het eerste halfjaar van 2026 zijn gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem contact op met onze expert woningmarkt met dit formulier: https://formulieren.kadaster.nl/expert_woningmarkt

Figuur 4: Ontwikkeling van de gemiddelde hypotheeksom voor woningaankoop en over- en bijsluitingen.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4

Steeds meer geleend in 4 grootste steden

De loan-to-value (LTV) geeft aan welk deel van de koopsom met een hypotheeklening wordt betaald.

  • De gemiddelde LTV in het 1e halfjaar van 2026 was 87,3%. 1 jaar eerder was dit 87,9% en in het 2e halfjaar van 2025 was dit 87,4%.
  • De gemiddelde LTV nam tussen het 1e halfjaar van 2019 en het 1e halfjaar van 2026 af van 92% naar 87,3%. De afname van de LTV was binnen het meest stedelijke gebied (G4: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) sterker dan buiten het stedelijke gebied (de gemeenten buiten de 45 grootste gemeenten):
    • De gemiddelde LTV in het meest stedelijke gebied was 88,0% in het 1e halfjaar van 2026. In het 1e halfjaar van 2019 was dit 89,8%.
    • De gemiddelde LTV buiten het stedelijk gebied was 86,1% in het 1e halfjaar van 2026. In het 1e halfjaar van 2019 was dit 92,3%.
    • Het aandeel koopstarters in het meest stedelijke gebied steeg vanaf 2023, doordat ze veel woningen kochten van investeerders. Hierdoor daalde de gemiddelde LTV daar minder hard dan buiten de stad. Starters moeten gemiddeld meer lenen dan doorstromers.
  • Bij energiezuinige woningen ligt de LTV lager dan gemiddeld. Voor woningen met energielabel A of hoger was de gemiddelde LTV in het 1e halfjaar van 2026 85,5%. Voor woningen met energielabel D of slechter was dit 89,1%. Bij deze woningen lenen kopers vaak extra voor verduurzaming.
  • Woningkopers van 65 jaar en ouder hebben gemiddeld een lagere LTV dan jongere woningkopers. Voor 65-plussers was de gemiddelde LTV in het 1e halfjaar van 2026 60,2%. Kopers tot 35 jaar hadden een gemiddelde LTV van 89,9%.
  • Hoe duurder de woning, hoe minder er relatief wordt geleend:
    • Woningen tot € 200.000: gemiddelde LTV 96,8%
    • Woningen tussen € 200.000 en € 250.000: gemiddelde LTV 92,5%
    • Woningen tussen € 250.000 en € 500.000: gemiddelde LTV 88,3%
    • Woningen tussen € 500.000 en € 1.000.000: gemiddelde LTV 84,1%
    • Woningen boven € 1.000.000: gemiddelde LTV 69,5%

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de gemiddelde loan-to-value van nieuw afgesloten hypotheken voor woningaankopen van het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2026. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de gemiddelde loan-to-value (in procenten). De ondergrens is 82%, de bovengrens is 94% en de stapgrootte is 2%. De figuur laat een lichte daling van de gemiddelde loan-to-value zien van 87,9% in het eerste halfjaar van 2025 naar 87,3% in het eerste halfjaar van 2026. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem contact op met onze expert woningmarkt met dit formulier: https://formulieren.kadaster.nl/expert_woningmarkt

Figuur 5: Ontwikkeling van de gemiddelde LTV.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Steeds meer startersleningen afgesloten

Met een starterslening kunnen starters makkelijker een 1e woning kopen. Een starterslening overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek (de '1e hypotheek') die een koper bij een bank kan afsluiten en de prijs van de 1e koopwoning. De starterslening wordt door gemeenten verstrekt via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. Inmiddels bieden meer dan 300 van de 342 gemeenten een starterslening aan.

  • Van de nieuwe particuliere woninghypotheken waarbij de koper een starter was, werd in 8,3% van de gevallen ook een starterslening afgesloten. 1 jaar eerder was dat nog 6,4%. In het 1e halfjaar van 2021 was dat 3,2%.
  • De starterslening was vooral populair onder starters tot 25 jaar. Binnen die groep maakte in het 1e halfjaar van 2026 15,2% gebruik van een starterslening. Onder starters tussen 25 en 35 jaar was dat 8,6%.
  • De gemiddelde hoogte van zo’n starterslening was in het 1e halfjaar van 2026 ongeveer € 37.000. 1 jaar eerder was dat ongeveer € 35.700. In het 1e halfjaar van 2021 was dit ruim € 30.000.
  • De gemiddelde starterslening steeg niet zo sterk als de gemiddelde 1e hypotheek die daarbij hoort. Vergeleken met het totaalbedrag van de 1e hypotheek en de starterslening samen, daalde het aandeel van de starterslening van ongeveer 15% in het 1e halfjaar van 2021 naar minder dan 13% in het 1e halfjaar van 2026.
  • De gemiddelde LTV van aankopen van starters met een starterslening was in het 1e halfjaar van 2026 ongeveer 94%. Dat is hoger dan de gemiddelde LTV van alle starters. Die kwam afgelopen halfjaar uit op 91,5%.
  • De meest stedelijke gemeenten met relatief veel startersleningen waren:
    • Lelystad met 43%
    • Roosendaal met 28%
    • Hoorn met 26%
    • Helmond met 25,5%
    • Venlo met 25%
  • Minder stedelijke gemeenten met relatief veel startersleningen waren:
    • Texel met 52%
    • Asten met 36%
    • Oosterhout met 35%
    • Someren met 35%
    • Buren met 34%

Deze kaart toont per gemeente het aandeel startersleningen binnen alle startersaankopen voor het eerste halfjaar van 2025. De laagste klasse is minder dan 2%, de hoogste klasse is meer dan 8%. Er is te zien dat verspreid door het land gebruik wordt gemaakt van startersleningen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem contact op met onze expert woningmarkt met dit formulier: https://formulieren.kadaster.nl/expert_woningmarkt

Figuur 6: Aandeel starterstransacties waarbij ook een starterslening is afgesloten in het 1e halfjaar van 2026.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6

Begrippenlijst

  • Loan-to-value (LTV): het deel van de koopsom dat met een hypotheeklening wordt betaald. Wij gebruiken de koopsom als benadering van de marktwaarde, omdat we geen taxatiewaardes hebben. Geldverstrekkers gebruiken meestal de taxatiewaarde. Bij woningen met slecht energielabel ligt de LTV vaak hoger, omdat kopers extra lenen voor verbouwing of verduurzaming.
  • Hypotheeksom: de hypotheeksom is het bedrag dat maximaal geleend mag worden binnen een hypotheek. Dit is het bedrag dat bij het Kadaster staat ingeschreven.
  • Hypotheek voor woningaankoop: hypotheken die zijn gerelateerd aan de aankoop van een woning. Omdat hier ook veel overbruggingshypotheken voor de tijdelijke financiering van de oude woning tussen zitten, komt het aantal hypotheken voor woningaankoop hoger uit dan het aantal woningtransacties.
  • Over- en bijsluitingen: hypotheken die niet samenhangen met een woningtransactie. Een oversluiting is het vernieuwen van een bestaande rente. Dat gebeurt vaak aan het eind van de looptijd van een bestaande hypotheek of als de rente (veel) lager is dan de rente op de bestaande hypotheek. Een bijsluiting is een verhoging van een bestaande hypotheek en wordt vaak gebruikt voor verbouwing of verduurzaming van de eigen woning.
  • Geldlening: het bedrag dat daadwerkelijk wordt geleend. In de periode 2019 tot en met 2024 was dit in ongeveer 38% van de gevallen gelijk aan het ingeschreven bedrag. In recente jaren ligt dit aandeel rond de 25%.
  • Starterslening: overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek en de prijs van de 1e koopwoning voor een starter. Het gaat hierbij om leningen die zijn afgesloten via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.

Meer informatie

Wilt u meer over de woningmarkt weten, onderzoeken lezen of contact opnemen met onze expert woningmarkt? Bekijk dan de pagina Woningmarkt

Betrouwbare woningmarktdata helpt beleidsmakers

Om beleidsmakers te helpen bij het nemen van beslissingen doet het Kadaster regelmatig onderzoek. Voor deze onderzoeken combineert het Kadaster informatie uit verschillende basisregistraties. Hiermee leveren we betrouwbare informatie en zorgen we voor een transparantere woningmarkt.

Maar hoe komt deze data eigenlijk tot stand? Wij schreven een rapport voor de International Federation of Surveyors (FIG) Working Week. 

Bekijk het volledige Engelse rapport

Informatie uit Basisregistraties

Voor betrouwbaar onderzoek naar de woningmarkt gebruikt het Kadaster informatie uit de Basisregistratie Kadaster (BRK). In de BRK wordt bijgehouden wie de eigenaren zijn van vastgoed en grond. Deze informatie combineren we onder andere met:

  • administratieve en ruimtelijke data over gebouwen en adressen in Nederland uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen
  • adresinformatie uit de Kadaster PersoonsRegistratie en de Basisregistratie Personen
  • data over bedrijven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel

Informatie over kopers

Naast het combineren van registraties heeft het Kadaster op basis van de data verschillende indicaties ontwikkeld. Hiervoor gebruiken we het unieke nummer in de BRK dat elke koper krijgt. Komt dat nummer bijvoorbeeld voor het eerst voor, dan gaat het waarschijnlijk om een koopstarter. Komt dat nummer tegelijkertijd voor bij meerdere woningen, dan gaat het waarschijnlijk om een investeerder.

Een uitgebreide database

Door informatie uit de basisregistraties te combineren en indicaties toe te voegen heeft het Kadaster een uitgebreide onderzoeksdatabase. De database bevat waardevolle informatie over: 

  • de verkoop van woningen
  • het soort woning
  • de prijs
  • kopers en verkopers

Voorbeelden van onderzoek

De database wordt voor veel onderzoeken van het Kadaster gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn:

Inzichten delen

De inzichten uit de database deelt het Kadaster bijvoorbeeld met:

  • het Centraal Bureau voor De Statistiek
  • De Nederlandsche Bank
  • het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 
  • gemeenten en andere overheden. 

Onze statistieken zorgen voor een onderbouwing en helpen beleidsmakers om beslissingen te maken. Met betrouwbare informatie zorgen wij voor een transparantere woningmarkt.

Meer weten?

Bekijk het volledige Engelse rapport

Over het onderzoek

  • Dit rapport is geschreven door Frank Harleman en Marion Plegt, onderzoekers bij het Kadaster.

Meer informatie

Contact

  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.

Andere onderzoeken

  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.

Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt

Jaarrapportage BAG 2025

Bij de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) zijn in 2025 mooie resultaten geboekt. De kwaliteit is verbeterd, er zijn nieuwe functies toegevoegd en de BAG is meer gebruikt.

Benieuwd wat er nog meer in 2025 gebeurde? En wat onze plannen zijn voor 2026?

Lees de jaarrapportage 2025

BAG 2025 in cijfers

  • Het aantal fouten daalde met 25% van 8.761 naar 6.499.
  • Sinds oktober zijn er meer dan 2.000 actieve API-gebruikers. 
  • De LV-BAG werd in totaal 3,9 miljard keer bevraagd. 3,4 miljard bevragingen gingen via PDOK.
  • Het gebruik van de OGC API Vector Tiles steeg naar 129 miljoen bevragingen. In 2024 waren dat er 48 miljoen.
  • In 2025 kwamen bijna 14.000 terugmeldingen binnen. Evenveel als in het recordjaar 2020. Het totaal staat nu boven de 100.000.
  • Op 31 december 2025 stonden er ruim 11 miljoen panden in de BAG.

Nieuwe begeleidingsgroep stuurt BAG en BGT aan

De nieuwe Begeleidingsgroep Geo Basisobjecten nam de tactische sturing over voor BAG en Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Bronhouders, gebruikers en stakeholders werken hierin samen. 

Meer informatie

Jaarrapportage BGT 2025

De jaarrapportage van de Landelijke Voorziening Basisregistratie Grootschalige Topografie (LV-BGT) is beschikbaar. In de rapportage zien we dat het gebruik van de BGT verder is gegroeid.

Benieuwd naar wat er nog meer gebeurde in 2025? En naar onze vooruitblik op 2026?

Lees de jaarrapportage 2025

Hoogtepunten in 2025

  • Toename gebruik: ruim 1,6 miljoen downloads en 2,7 miljard WMTS hits.
  • Grote groei gebruik van BGT Features: 156 miljoen hits in 2025. Een stijging van 340%.
  • Gouden API Award voor de BGT API Features.
  • Keten werkt stabiel en haalt bijna altijd de beschikbaarheidsnorm.

Wat verder opviel in 2025

  • Aantal BGT objecten gestegen naar 59,7 miljoen. Een stijging van 1,8 miljoen.
  • Afname hits op terugmeldservice van 33%.
  • Kwaliteitszorg is verbetert. Daling in bevindingen en kwaliteitssignalen.

Meer informatie

Is grondeigendom bepalend voor type nieuwbouw?

Wordt het type nieuwbouwwoningen bepaald door wie de grond bezit? Wat betekent dit voor de bouw van sociale huurwoningen? Lees de belangrijkste conclusies in dit artikel.

De belangrijkste conclusies over grondeigendom en woningbouw

  1. Als een marktpartij, zoals een ontwikkelaar of belegger, grond bezit of heeft gehad in een wijk, dan is de kans groter dat er meer koopwoningen worden gebouwd. In nieuwbouwwijken waar marktpartijen de grond bezitten is 66% van de woningen een koopwoning.
  2. In de 4 grootste gemeenten van Nederland, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (G4) bouwen marktpartijen vooral huurwoningen voor de vrije sector. Buiten de G4 bouwen marktpartijen juist vooral veel koopwoningen.
  3. Hoe meer grond een woningcorporatie bezit voordat een nieuwbouwwijk wordt gebouwd, hoe meer sociale huurwoningen er uiteindelijk komen. Zonder grondeigendom kunnen woningcorporaties maar weinig sociale huurwoningen bouwen. 

 

Deze conclusies laten zien dat wie of wat de eigendom heeft van de grond, bepaalt wat voor soort nieuwbouwwoningen er uiteindelijk gebouwd worden. 

Lees meer op www.zichtop.nl

Over het onderzoek

  • Dit onderzoek is uitgevoerd door Hans Wisman, onderzoeker bij het Kadaster.

Meer informatie

  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Woningmarkt.
  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
  • Wilt u het Kwartaalbericht woningmarkt per e-mail ontvangen? Schrijf u dan in via het aanmeldformulier

Eilandmeten in Caribisch Nederland

De kadasters van Bonaire, Saba en Sint Eustatius horen sinds 2021 officieel bij het Kadaster. Het werk is net weer anders dan in Europees Nederland. Maar het doel is hetzelfde: duidelijkheid over eigendom en betrouwbare informatie over de leefomgeving.

Klein in aantal, groot in betekenis

In 2025 werden op Bonaire, Saba en Sint Eustatius samen 832 akten verwerkt. Dat is weinig in vergelijking met de 517.500 akten die vorig jaar in Europees Nederland werden ingeschreven. Ook al is het aantal kleiner, het belang voor de samenleving is minstens zo groot. Een akte vertelt het verhaal van een familiegeschiedenis, een woning of een onderneming.

Dicht bij de gemeenschap

Op de eilanden kennen medewerkers vaak niet alleen de percelen, maar ook de mensen die ermee verbonden zijn. De lijntjes zijn kort. Een klant tegenkomen in de supermarkt, even binnenlopen bij de notaris of zomaar bijpraten met het bestuurscollege. Dat maakt dat onze collega’s vaak weten wat er wat er het dagelijks leven van hun klanten speelt. Dat helpt om vragen over eigendom, grenzen en grondgebruik goed op te lossen. 

Onduidelijk wat van wie is

Het vastleggen van eigendom brengt op de eilanden soms bijzondere uitdagingen met zich mee. In het verleden is van sommige percelen niet formeel vastgelegd wat van wie is. En regelmatig blijken erfrechten van grond door de jaren heen niet vastgelegd. Dan kunnen er veel mogelijke erfgenamen zijn, die verspreid over de hele wereld wonen.

Bouwen op duidelijkheid

Door die onduidelijkheid kunnen eigendomssituaties ingewikkeld zijn. Tegelijkertijd is duidelijkheid hierover heel belangrijk voor de samenleving. Als bekend is wie eigenaar is en welke rechten bij een perceel horen, kunnen projecten sneller worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld de aanleg van wegen, woningbouw, natuurbeheer of het opknappen van cultureel erfgoed.

Meer informatie online

Juist daarom werken we aan nauwkeurige registraties, betrouwbare geo-informatie en betere data. Ook zorgen we dat steeds meer informatie online beschikbaar is. Zo is het beter toegankelijk en makkelijker te gebruiken. 

Meer weten?

  • Ook eens zien hoe het er bij het Kadaster in Caribisch Nederland eraan toegaat? Kijk dan onze video
  • Wilt u meer informatie over het Kadaster op Bonaire, Saba en Sint Eustatius? Kijk dan op bes.kadaster.nl.

2,5 miljoen mogelijke thuisladers

2,5 miljoen huizen in Nederland hebben ruimte om een laadpaal te plaatsen. Bijvoorbeeld op de oprit. Deze informatie helpt gemeenten en netbeheerders in te schatten hoeveel openbare laadpunten Nederland nodig heeft in de toekomst.

Steeds meer laadpunten

Het aantal elektrische vervoersmiddelen in Nederland wordt steeds groter. Dat zijn elektrische auto’s, maar ook elektrische bestelwagens, vrachtwagens en bouwmachines. Daarvoor hebben we ook steeds meer laadpunten nodig.

Van openbaar naar thuis opladen

In opdracht van kennis- en innovatiecentrum ElaadNL onderzocht het Kadaster bij hoeveel huizen in Nederland een elektrische auto opgeladen kan worden. Volgens Nazir Refa van ElaadNL is het belangrijk om niet alleen naar openbare laadpunten te kijken, maar ook naar de mogelijkheden voor thuisladen. "Hoe meer mensen thuis kunnen laden, hoe beter we de beschikbare laadinfrastructuur en het stroomnet kunnen benutten", zegt Refa.

Opritten in beeld

Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor thuisladen onderzochten we huizen met een oprit of ruimte voor een oprit. Daarbij keken we op elk perceel naar:

  • de ruimte langs de straat
  • de bereikbaarheid vanaf de openbare weg
  • de ruimte om te parkeren

"Door niet alleen bestaande opritten, maar ook mogelijke opritten mee te nemen, ontstaat een realistischer beeld van de mogelijkheden voor thuisladen", vertelt Martin Tillema, expert energietransitie bij het Kadaster.

Inzicht in elektrische mobiliteit

ElaadNL gebruikt de resultaten voor het onderzoeksrapport Outlook Mobiliteit 2050. Ze vernieuwen de onderzoeksgegevens elke 2 jaar. De informatie uit dit rapport verbetert ons inzicht in de ontwikkeling van elektrische mobiliteit. "Zo kunnen we de energietransitie goed ondersteunen en samenwerken aan een toekomstbestendig laadnetwerk. Uiteindelijk willen we meer grip krijgen op elektrische mobiliteit en zo de energietransitie zo goed mogelijk ondersteunen", zegt Refa.

Waardevolle informatie voor gemeenten en netbeheerders

De resultaten van dit onderzoek zijn beschikbaar op buurt- en wijkniveau. Met deze informatie weten gemeenten, netbeheerders en andere partijen beter waar ze laadpunten moeten plaatsen.

Meer informatie

  • Dit onderzoek is geschreven door Nazir Refa van ElaadNL, en Martin Tillema en Arno van Anrooij van het Kadaster.
  • Lees meer over de Outlook Mobiliteit 2050 op de website Elaad.nl.
  • Wilt u meer weten? Neem dan contact op via met onze expert energietransitie. Meer informatie en contactgegevens vindt u op de pagina Expert energietransitie.
  • Weten welke onderzoeken het Kadaster binnenkort publiceert? Dat ziet u op de publicatieplanning.
  • Lees meer over de energietransitie op de pagina Energietransitie.

Prijs van agrarische grond verdubbeld in 12 jaar

Welke invloed hebben beleidsmaatregelen en marktontwikkelingen op de prijs van agrarische grond? En hoe heeft de prijs zich de afgelopen 12 jaar ontwikkeld? Wij onderzochten het.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. De gemiddelde prijs van agrarische grond is € 85.300 per hectare in 2024. Dat is 2 keer zoveel als 12 jaar geleden. Per jaar steeg de prijs gemiddeld met 5,1%.
  2. In 2024 werd 31.500 hectare grond verhandeld. Dat is 15,1% meer dan in 2023. Een trendbreuk, want in de jaren hiervoor daalde het aantal verhandelde hectaren steeds.
  3. In de periode 2012 tot en met 2024 daalde alleen in 2019 de prijs voor akkerland, grasland en het totaal van akker-, gras- en snijmaïsland samen.
  4. De prijs voor bouwland steeg gemiddeld met 5,5% per jaar. Een grotere stijging dan de prijs voor grasland (4,9%) en snijmaïs (4,6%). 
  5. In 2024 was de prijs van bosgrond € 22.500 per hectare. Dat is 23,9% hoger dan 10 jaar geleden. 

 

Over dit onderzoek

Dit onderzoek hoort bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 4e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit bericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Tijdelijk grasland kost het meest

Hoeveel grasland is er eigenlijk in Nederland? En wat kost een hectare daarvan? In dit onderzoek brengen we de verschillende graslandtypes en graslandprijzen per provincie in beeld. 

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. Nederland heeft in totaal bijna 1 miljoen hectare grasland. 70% daarvan is blijvend grasland, 21% is zogenaamd tijdelijk grasland. Hier wordt steeds iets anders op gekweekt of verbouwd. Het kleinste deel met 9% is natuurlijk grasland. 
  2. Tijdelijk grasland is met € 88.200 per hectare gemiddeld 20% duurder dan blijvend grasland. Dat kost € 72.400 per hectare.
  3. In de provincies Fryslân, Overijssel en Gelderland ligt ongeveer de helft van al het Nederlandse grasland. 
  4. In Noord-Brabant is relatief veel tijdelijk grasland. Dit komt doordat akkerbouwers en melkveehouders hier veel samenwerken. Zij gebruiken de grond afwisselend voor grasland, snijmaïs en andere akkerbouwgewassen. Dit kan een verklaring zijn voor de hogere grondprijs van tijdelijk grasland.
  5. Het prijsverschil tussen blijvend en tijdelijk grasland wisselt sterk per provincie en per jaar. Dit verschil is de afgelopen jaren toegenomen.

Over dit onderzoek

Dit onderzoek is in samenwerking met Wageningen Social & Economic Research. Het hoort bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 1e kwartaal 2025. Het kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Betere inzichten door nieuwe grondprijsindex

We introduceren een nieuwe agrarische grondprijsindex. In deze toelichting leest u waarom we dat doen en waaruit de index bestaat. Deze agrarische grondprijsindex nemen we vanaf nu jaarlijks op in het 4e kwartaalbericht over de agrarische grondmarkt.

Lees de hele toelichting

Of bekijk 3 voordelen van de nieuwe grondprijsindex. 

3 voordelen

  1. De berekening van een gemiddelde grondprijs wordt soms sterk bepaald door enkele grote grondtransacties met een hoge prijs. Een prijsindex corrigeert dit effect. Het geeft daardoor een beter beeld van de prijsontwikkeling van alle agrarische grond in Nederland.
  2. De nieuwe grondprijsindex corrigeert de grondprijscijfers naar het type grondgebruik. Denk hierbij aan bouwland, grasland, of snijmaisland. Wanneer er relatief veel dure bouwlandpercelen worden verkocht, kan dit het gemiddelde vertekenen. Dit effect wordt in de index gecorrigeerd door rekening te houden met de totale voorraad bouwland, grasland en snijmaïs. 
  3. De nieuwe index houdt ook rekening met de verschillende prijsniveaus in verschillende provincies. Wanneer relatief veel grond in een goedkoper gebied wordt verkocht, daalt het gemiddelde onevenredig. Door rekening te houden met de locatie van de transacties corrigeert de index dit effect

Over deze toelichting

Dit toelichting beschrijft de methodiek en de betekenis van de prijsindex, maar bevat nog geen beschrijving van de langjarige indexcijfers en de ontwikkelingen die we daarin zien. Deze informatie volgt in het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 4e kwartaal.  

Deze toelichting hoort bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 3e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht kunt u op deze pagina lezen. Het kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail.

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Duurzame landbouwinitiatieven dragen bij aan NPLG-doelen

Student Nienke Hellinga onderzocht hoe 31 agrarische initiatieven bijdragen aan duurzaamheidsdoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit zijn initiatieven zoals Herenboeren of duurzame pacht. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. Er bestaat geen algemene definitie van het begrip ‘landschapsgrond’. In de literatuur worden vaak de termen extensieve of natuurinclusieve landbouw gebruikt.
  2. Het uitvoeren van NPLG-doelen op agrarische bedrijven vereist maatwerk tot op bedrijfsniveau.
  3. Er zijn een aantal grote landelijke initiatieven waar meerdere agrarische bedrijven onder vallen. Deze groeien relatief snel. Toch is hun totale oppervlakte nog beperkt. Ongeveer 1.600 hectare. 
  4. Het uitbreiden van initiatieven is lastig. Dit heeft een aantal oorzaken. Er is weinig agrarische grond beschikbaar, agrarische grond is erg duur, grotere initiatieven zijn afhankelijk van investeerders en er kan sprake zijn van onderlinge concurrentie. Tot slot kunnen de eisen die deze initiatieven stellen de vrijheid van de deelnemende boeren beperken. 
  5. Extensiveringsmaatregelen hebben invloed op de waardering van agrarische grond. Bij extensiveren staan er bijvoorbeeld meer dieren op minder grond. Hierdoor kunnen dieren meer en langer buiten in de weide staan. De huidige waardering van agrarische grond staat extensivering in de weg. 

Over dit onderzoek

Dit is een samenvatting van het stageonderzoek dat Nienke Hellinga bij het Kadaster heeft uitgevoerd. Zij is student Resilient Farming and Food Systems aan de Wageningen Universiteit. Zij onderzocht 31 agrarische initiatieven om te bepalen op welke manier ze bijdragen aan de NPLG-doelen. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond. 

Kwartaalbericht agrarische grondmarkt

Dit is het onderzoek bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Hoeveel landbouwgrond koopt en verkoopt de overheid?

Waarom kopen en verkopen overheden landbouwgrond? Om hoeveel landbouwgrond gaat het in de periode 2012 tot 2024? En hoeveel grond verhandelden overheden onderling? Wij onderzochten hoe de overheid zich beweegt op de agrarische grondmarkt.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. De Nederlandse overheden kochten van 2012 tot en met 2023 ruim 33.000 hectare landbouwgrond. Dat is 8% van het verhandelde landbouwgrond. 
  2. De jaarlijkse hoeveelheid aangekochte grond lag tussen de 2.000 en 3.000 hectare. Met uitzondering van 2020, toen werd meer dan 3.600 hectare aangekocht.
  3. In de afgelopen 12 jaar werd 11.000 hectare (33%) tussen overheden onderling verhandeld. 
  4. Provincies kochten de meeste grond (38%), gevolgd door de gemeenten (27%), de rijksoverheden (22%) en waterschappen (9%). 
  5. Rijksoverheden verkochten in deze periode meer landbouwgrond dan ze aankochten. Provincies, waterschappen en overige overheden kochten juist meer. In totaal werd 1.000 hectare meer aangekocht, dan verkocht. De aan- en verkopen zijn in deze periode dus bijna gelijk.

Over dit onderzoek

Dit is het onderzoek bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 2e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Kwartaalbericht agrarische grondmarkt 2022-2

Thema: Landbouwgronden in buitenlands eigendom

Landbouwgrond neemt een speciale plek in onze maatschappij in. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties benadrukt dat landbouwgrond van cruciaal belang is "voor de verwezenlijking van mensenrechten, voedselzekerheid, uitroeiing van armoede, duurzaam inkomen, sociale stabiliteit, [...] plattelandsontwikkeling en sociale en economische groei”. 

Buitenlandse eigenaren landbouwgrond in beeld

In 2017 heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd om de voor voedselvoorziening essentiële landbouwgronden in kaart te brengen en te rapporteren over de noodzaak om deze toe te voegen aan de lijst van vitale infrastructuur. Volgens de minister is het belangrijk om de Nederlandse landbouwgrond te behouden voor Nederlandse boeren. We onderzochten samen Wageningen Economic Research het buitenlandse eigendom van Nederlandse landbouwgrond. 
De samenvatting van dit onderzoek vindt u in de themabijlage.

Lees de themabijlage

Kwartaalbericht 2e kwartaal van 2022

Landelijk overzicht

De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 2e kwartaal van 2022 uitgekomen op € 69.000 per ha (figuur 1). Dat is 3,6% lager dan in het 1e kwartaal van 2022 (€ 71.600 per ha), en vrijwel gelijk aan de gemiddelde grondprijs over heel 2021 van € 69.400 per ha.

Prijzen van bouwland en grasland

De gemiddelde prijs van bouwland daalde in het 2e kwartaal van 2022 met 4,3% naar € 78.400 per ha (figuur 1). Dat is bijna gelijk aan de gemiddelde prijs over heel 2021 (€ 78.500 per ha).
De gemiddelde prijs van grasland is in het 2e kwartaal van 2022 met 1,7% gedaald tot € 63.600 per ha (figuur 1). Dat is ongeveer gelijk aan de gemiddelde prijs van grasland over heel 2021 (€ 63.200 per ha).
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 2e kwartaal van 2022 met 2,9% gestegen tot € 73.500 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.

Deze grafiek toont de agrarische grondprijzen van grasland, bouwland en grasland, bouwland en snijmais samen- voor 2022-Q2. De x-as toont de meest recente 12 kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en de stapgrootte 10.000 hectare. Bouwland ligt in 2022-Q2 op 78.400 euro per hectare, grasland op 63.600 euro per hectare en het totale gemiddelde op 69.000 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 1 Prijs (euro/ha) onverpachte agrarische grond naar grondgebruik
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Grondmobiliteit

In het 2e kwartaal van 2022 is 7.100 ha landbouwgrond verhandeld (figuur 2), ruim 800 ha (10%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2021. Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2021Q3 tot en met 2022Q2) is in totaal 30.500 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 4.000 ha (12%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2020Q3-2021Q2).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,69%, tegen 1,91% in dezelfde periode het jaar daarvoor.

Deze grafiek toont de grondmobiliteit - de verhandelde oppervlakte - voor 2022-Q2 in geheel Nederland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont toont de grondmobiliteit, de ondergrens is 2.000 hectare, de bovengrens 14.000 hectare en de stapgrootte 2.000 hectare. Het vierde kwartaal geeft telkens de hoogste mobiliteit. Het derde kwartaal de laagste. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.
Figuur 2 Grondmobiliteit (ha) agrarische grond per kwartaal
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

Provinciaal overzicht

Grondprijzen

In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen. Figuren 3 tot en met 6 geven de ontwikkeling van de prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De prijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen.
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 2e kwartaal van 2022 uiteen van € 53.300 in Fryslân tot € 142.700 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies varieert de grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 tussen € 65.000 (Utrecht) en € 82.900 per ha (Noord-Holland).

Kaart 1 Grondprijzen per provincie in 2022-Q2
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van kaart 1

  • In de 3 noordelijke provincies (figuur 3) loopt de ontwikkeling van de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 uiteen van een lichte daling in Groningen (ruim 1%) tot een stijging van 4% in Drenthe. In Fryslân is de grondprijs nagenoeg gelijk gebleven. 
  • In de provincies Gelderland en Overijssel steeg de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 met 1 à 2%, terwijl die in Flevoland met ruim 6% toenam (figuur 4).
  • In de provincie Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 met ruim 7% toegenomen. In Utrecht steeg de grondprijs licht (ruim 1%) en in Zuid-Holland is de grondprijs vrijwel niet veranderd (figuur 5).
  • In de provincies Noord-Brabant en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 met 1 à 2% gestegen, terwijl de grondprijs in Zeeland gelijk bleef (figuur 6).

Grondprijsontwikkeling Drenthe, Fryslân en Groningen

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. De provincie Groningen laat een lichte daling van degemiddelde grondprijs zien. In Friesland blijft de gemiddelde grondprijs nagenoeg gelijk en Drenthe is iets gestegen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 062150374.

Figuur 3 Grondprijsontwikkeling provincies Drenthe, Fryslân en Groningen
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

Grondprijsontwikkeling Flevoland, Gelderland en Overijssel

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Flevoland, Gelderland en Overijssel. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont toont de grondprijs, met als ondergrens 50.000 euro per hectare en als bovengrens 150.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. Alle drie de provincies laten in het laatste kwartaal een stijgende grondprijsontwikkeling zien. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 4 Grondprijsontwikkeling provincies Flevoland, Gelderland en Overijssel
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4
 

Grondprijsontwikkeling Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. De provincie Zuid-Holland laat in het laatste kwartaal een gelijkblijvende grondprijs zien. De grondprijzen in Utrecht, maar vooral in Noord-Holland is gestegen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 5 Grondprijsontwikkeling provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Grondprijsontwikkeling Limburg, Noord-Brabant en Zeeland

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. De provincies Noord-Brabant en Limburg laten in het laatste kwartaal een stijgende grondprijsontwikkeling zien. In de Provincie Zeeland is het gemiddelde nagenoeg gelijk gebleven. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 6 Grondprijsontwikkeling provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6
 

Grondmobiliteit

De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2021Q3-2022Q2) varieert van 0,97% in Flevoland tot 2,23% in Noord-Brabant (figuur 7). In vergelijking met een jaar eerder (2020Q3-2021Q2) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit in meer of mindere mate afgenomen: van 0,2 procentpunten in Overijssel tot 0,9 procentpunten in Utrecht. In Noord-Holland, Zuid-Holland, Groningen, Drenthe en Zeeland is de relatieve mobiliteit niet of heel licht gestegen, met een maximum van 0,2 procentpunten in Zeeland.

Figuur 7 Relatieve mobiliteit agrarische grond (%) in 2022-Q2
Bron: Kadaster/RVO.nl/Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 7

Verantwoording

Agrarische grondprijs

De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:

  • koper heeft een landbouwbedrijf
  • grasland, bouwland, snijmais
  • soort overdracht is koop-verkoop
  • zakelijk recht is volle eigendom
  • geen opstallen
  • geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
  • geen familierelatie
  • oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
  • de koopsom is groter dan € 1,-

Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.

Agrarische grondmobiliteit

De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:

  • grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
  • soort overdracht is koop-verkoop
  • zakelijk recht is volle eigendom
  • geen familierelatie
  • oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
  • de koopsom is groter dan € 1,-

Over het kwartaalbericht

Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.  

Aanmelden kwartaalbericht per e-mail

Logo van Wageningen University & Research.Logo van het Kadaster