Om het woningtekort tegen te gaan, zet het kabinet in op het versneld bouwen van ongeveer 100.000 woningen per jaar. Maar als we doorbouwen zoals de afgelopen 10 jaar, worden koopwoningen groter en huurwoningen kleiner. Zo wordt de ongelijkheid in grootte tussen koop- en huurwoningen mogelijk nog groter.
Bestaande koopwoningen groter dan huurwoningen
De gemiddelde woonoppervlakte van bestaande eengezinswoningen en appartementen in de koopsector was in januari 2021 146 en 96 m2.
In de huursector waren deze typen woningen gemiddeld kleiner: 127 en 76 m2.
Nieuwe koopwoningen groter dan bestaande, juist in grote steden
Nieuwe eengezinswoningen in de koopsector, gebouwd vanaf 2012 t/m januari 2021, zijn aanzienlijk ruimer dan die in de bestaande woningvoorraad (gebouwd voor 2012).
Opvallend is dat juist in de grote steden (G44), waar de ruimte schaars is, de grootste koopwoningen zijn bijgebouwd.
Nieuwe koopwoningen zijn in de G44 gemiddeld 18 m2 groter, tegenover 13 m2 in de overige gemeenten.
Nieuwe huurwoningen kleiner, vooral appartementen in grote steden
Woningen in de huursector zijn sinds 2012 gemiddeld kleiner geworden.
Nieuwe eengezinswoningen en appartementen van woningcorporaties zijn buiten de steden gemiddeld groter geworden, maar hun nieuwe appartementen in de grote steden zijn gemiddeld kleiner.
Marktpartijen in de huursector bouwen kleinere eengezinswoningen en ook een stuk kleinere appartementen. Dat komt waarschijnlijk doordat kleine appartementen de hoogste huuropbrengsten per m2 opbrengen.
Het groeiende verschil en de bouwopgave
Het kan zijn dat de groeiende verschillen tussen koop en huur door de marktwerking aansluiten bij de behoeften. Er komen bijvoorbeeld meer kleine huishoudens bij, die mogelijk vooral kleinere huurappartementen willen. De verschillen kunnen ook aanleiding zijn om bij de enorme bouwopgave van Nederland niet alleen te focussen op aantallen, maar ook op de groeiende ongelijkheid in woonoppervlakte.
Verandering in woonoppervlakte van nieuwbouwwoningen ten opzichte van bestaande woningen
Dit onderzoek werd gedaan door Hans Wisman en Lars Brugman van het Kadaster. Het artikel verscheen ook op de website van ESB, het vakblad voor economen.
Wilt u meer weten over de woningmarkt en prijsvorming?
Onze expert woningmarkt kan u meer vertellen. Meer informatie en contactgegevens op de pagina expert woningmarkt.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
Beleid beperkte rechten op aandelen en vermenging in de BRK
Aanleiding en context voor het beleid
Per 1 februari 2021 heeft het Kadaster nieuw beleid over het vestigen van erfpacht en opstal op aandelen. Bij het Kadaster wordt regelmatig een stuk ter inschrijving aangeboden met de vestiging van een recht van erfpacht of opstal op een aandeel in een onroerende zaak. Bijvoorbeeld bij woningen die in erfpacht worden uitgegeven, met een bijbehorend gemeenschappelijk achtergelegen pad.
Geen vestiging recht van erfpacht of opstal op een aandeel
Vestiging van een recht van erfpacht of opstal op een aandeel in de (mandelige) eigendom van een onroerende zaak is niet mogelijk. Een deelgenoot kan beschikken over zijn aandeel in een gemeenschappelijke onroerende zaak, maar het aandeel van een deelgenoot/mede-eigenaar is een vermogensrecht dat van andere aard is dan de eigendom van de tot de gemeenschap behorende zaak. Een dergelijke vestiging past niet in het systeem van de wet.
Waarschuwing bij vestiging recht van erfpacht of opstal op een aandeel
De notaris ontvangt een verzoek tot verbetering (VTV) en krijgt daarmee de mogelijkheid om zijn stuk te verbeteren. Indien de notaris de akte niet verbetert, maakt de bewaarder gebruik van de waarschuwingsbevoegdheid van artikel 3:19 BW bij stukken die zien op een vestiging van een erfpachtrecht of opstalrecht op een aandeel in een onroerende zaak. Omdat het juridisch niet mogelijk is om een recht van erfpacht of opstal te vestigen op een aandeel in de (mandelige) eigendom van een onroerende zaak, worden notaris en partijen gewaarschuwd dat het met de akte beoogde rechtsgevolg mogelijk niet tot stand komt. We beperken dit tot nieuwe gevallen, dat wil zeggen akten die vanaf 1 februari 2021 ter inschrijving worden aangeboden. Het beleid strekt zich niet uit tot vervolgtransacties, zoals een akte van levering van een voor 1 februari 2021 ingeschreven erfpacht op een aandeel.
Wanneer is sprake van vermenging?
In sommige situaties beslist men na verloop van tijd om af te zien van de bestaande erfpachtconstructie door de bloot eigendom van de zaak over te dragen aan de erfpachter. We zien regelmatig dat in akten een aandeel in de bloot eigendom wordt overgedragen aan 1 individuele erfpachter en dat vervolgens vermenging wordt geconstateerd. Echter, in zo’n geval is meestal (nog) geen sprake van vermenging. Van vermenging van het recht van erfpacht of opstal kan pas sprake zijn als alle aandelen in de bloot eigendom zijn overgedragen en in handen zijn van alle erfpachters. Pas dan zal de vermenging worden toegepast in de basisregistratie kadaster (BRK).
Waarschuwing bij onjuiste constatering vermenging
Bij een onjuiste constatering vermenging ontvangt de notaris een verzoek tot verbetering (VTV) en de vermenging zal niet worden toegepast in de Basisregistratie Kadaster. Aangezien de vermenging niet tot stand komt, maakt de bewaarder gebruik van de waarschuwingsbevoegdheid van artikel 3:19 BW nadat in eerste instantie de mogelijkheid wordt geboden om de akte te verbeteren (door middel van het toezenden van een VTV). Dit is bestaand beleid. Ook een daaropvolgende hypotheekakte waarbij de volledige eigendom belast wordt met hypotheek wordt gesanctioneerd met een VTV. Er is immers geen sprake van volledig eigendom. Pas als de vermenging volledig is voltooid, kan de notaris vermenging constateren. Op basis hiervan wordt het volledig eigendom in de Basisregistratie Kadaster te naam gesteld.
Eerlijke vergoeding voor Friese boeren op veenweiden
Waterschappen moeten soms het grondwaterpeil verhogen om verdroging tegen te gaan. Maar die nattere grond heeft nadelen voor de boeren. Samen met verschillende organisaties kwamen we tot een rekenmethode om de schade te bepalen. En om een schadevergoeding te berekenen.
Een hoger grondwaterpeil soms noodzakelijk
Als veengrond droogvalt, zakt deze in en komen er broeikasgassen vrij. Daarom bepalen overheden soms dat het grondwaterpeil moet stijgen. Zoals in het Veenweidenprogramma 2021-2030, Feangreide Fryslân. Zo’n hoger peil heeft nadelen voor boerenbedrijven. Land is bijvoorbeeld minder goed begaanbaar voor trekkers en vee. En de grasoogst is minder. Met de Compensatie Systematiek Veenweiden (CSV) kan de omvang van de schade berekend worden.
Grond of geld
De boeren die in het gebied willen blijven, hebben meer oppervlakte nodig als zij dezelfde hoeveelheid willen blijven produceren. Die grond komt van boeren die stoppen of verhuizen naar een ander gebied. De CSV brengt in kaart hoeveel grond nodig en beschikbaar is. Wanneer een boer niet kiest voor grond, dan wordt de vergoeding berekend in geld. Overheden betalen dat. Op dit moment toetst de EU of de berekende vergoeding overeenkomt met de werkelijke nadelen.
CSV getest in proefproject
In het gebied Aldeboarn-De Deelen hebben we de CSV-methode getest met ongeveer 60 grondeigenaren. Senior projectleider Gerjan Meijer van het Kadaster vertelt: “Voor elk stuk grond bepalen we de invloed van de waterpeilverhoging op de opbrengst. Dat doen we op basis van wetenschappelijke gegevens van Wageningen University & Research.”
“Boeren hebben de vrijheid om te kiezen voor grond of geld. Dit helpt hen hun toekomt vorm te geven.”
Een prijskaartje voor de grond
Vervolgens bracht de werkgroep CSV alle stukken grond onder in zogenaamde ‘ruilklassen’. Meijer: “Op basis van een analyse van de grondmarkt kreeg elke ruilklasse een prijskaartje. Alle mogelijke gegevens en schadefactoren werden ingevoerd. Daar rolde een objectieve rekensom uit van de waarde voor en na de waterpeilverhoging.”
Rechtszekerheid en objectiviteit
Coen Weusthuis (links op de foto) is als manager betrokken bij de werkgroep CSV. Hij ziet de meerwaarde van de rol van het Kadaster: “Het Kadaster biedt alle betrokkenen de rechtszekerheid en objectiviteit die nodig is. Bijzonder aan de rekenmethode is dat deze er rekening mee houdt of eigenaren de grond gebruiken of verpachten. Het Kadaster heeft juist deze informatie.”
Maatwerk per bedrijf
Maurits Rijpkema (rechts op de foto) is bestuurslid van Agrarische Jongeren Friesland (AJF). Hij ziet dat boeren in het gebied positief tegenover de methode staan: “Het is een transparant proces dat gebaseerd is op vrijwilligheid.” De werkgroep inventariseert van ieder bedrijf wat hun wensen zijn. Hoeveel grond is beschikbaar en hoeveel vraag naar grond is er?
Een toekomstplan voor alle boeren
Dat geeft, zegt Rijpkema, een boer de kans om op tijd na te denken over de bedrijfsvoering. “Sommigen wil graag doorgaan met meer grond voor hun dieren. Die zullen altijd voor extra grond kiezen. Maar boeren die juist willen afbouwen of stoppen, hebben de vrijheid om voor geld te kiezen. In beide gevallen helpt hen dit om hun toekomst vorm te geven. De CSV is een waterdichte regeling.”
Meer informatie
De CSV is ontwikkeld door Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân met hulp van de Friese natuur- en landbouworganisaties en het Kadaster.
Meer weten over de Compensatie Systematiek Veenweiden? Lees dan verder op veenweidefryslan.nl.
Wilt u meer weten over hoe wij kunnen helpen bij de inrichting van landelijk gebied? Lees dan verder op de pagina Landelijk gebied.
Investeerders op de woningmarkt minder actief in 2023
Hoeveel hebben investeerders de afgelopen jaren, vooral in 2023, woningen gekocht en verkocht? Hebben beleid en marktontwikkelingen ervoor gezorgd dat de rol van investeerders op de woningmarkt teruggedrongen is?
Belangrijkste conclusies over investeerders op de woningmarkt
De belangrijkste conclusies over investeerders op de woningmarkt zijn:
Ten opzichte van 2022 verkochten investeerders in 2023 minder woningen en kochten veel minder. In totaal hebben zij in 2023 meer verkocht dan aangekocht.
In 2023 verkochten investeerders meer woningen aan koopstarters dan in 2022.
75% van de in 2023 door investeerders verkochte woningen aan eigenaar-bewoners, viel onder de NHG-grens.
Het aandeel woningen in het bezit van investeerders is in 2023 licht toegenomen: 9,4% van de woningvoorraad ten opzichte van 9% in 2022. Deze toename zit vooral bij grote investeerders.
Achtergrond: Investeren in Nederlandse woningen werd populair
De rol van de investeerders op de woningmarkt is de laatste jaren onder een vergrootglas komen te liggen. Tot het dieptepunt van de kredietcrisis in 2013 daalde hun aandeel in de woningvoorraad. Vanaf 2014 zorgden marktontwikkelingen en overheidsbeleid ervoor dat investeren in woningen populairder werd. Marktontwikkelingen waren bijvoorbeeld lage en dalende hypotheekrente, oplopende woningprijzen en lage rente op spaarrekeningen. Overheidsbeleid zorgde ervoor dat de WOZ-waarde een grotere rol ging spelen bij het bepalen van de huurprijs, waardoor deze konden stijgen.
Overdrachtsbelasting en opkoopbescherming
Het aantal woningen dat bestemd is voor verhuur in de vrije sector nam dus toe, net zoals de huurprijzen. Starters op de woningmarkt kregen minder kansen om een woning te kopen en het alternatief in de huursector bleek erg duur. De overheid zag zich gedwongen om maatregelen te nemen. Zo werd de overdrachtsbelasting voor investeerders in stapjes verhoogd tot 10,4% in 2023. Daarnaast zorgde de opkoopbescherming ervoor dat in gewilde gebieden woningen niet zomaar opgekocht konden worden voor verhuur. Het rendement voor verhuurders daalde, wat nog versterkt werd toen vanaf 2022 de hypotheekrente begon te stijgen. De aangekondigde Wet Betaalbare Huur zorgt mogelijk voor een verdere daling van het investeerdersrendement.
Investeerders verkopen niet meer, maar kopen minder
We onderscheiden in dit artikel grote en kleine investeerders. Kleine investeerders bezitten 3 tot 10 woningen, grote investeerders 10 of meer. Investeerders kunnen personen zijn (natuurlijke personen) of bedrijven of instellingen (niet-natuurlijke personen).
Sinds 2020 zijn de verkopen en de aankopen van grote en kleine investeerders afgenomen. Door de genomen beleidsmaatregelen en economische omstandigheden zijn investeerders dus niet meer gaan verkopen, wel zijn ze minder gaan kopen. Sinds 2021 verkopen investeerders meer dan zij kopen. Dit is zichtbaar in figuur 1.
Investeerders verkopen in 2023 meer aan koopstarters
Investeerders verkochten in 2023 meer woningen aan koopstarters dan het jaar ervoor. Ze verkochten juist minder aan andere investeerders.
Specifiek:
Verkopen van grote investeerders aan koopstarters zijn toegenomen van 1.800 (8%) in 2022 naar 3.100 (17%) in 2023, zoals zichtbaar in het linker plaatje van figuur 2a.
Verkopen van kleine investeerders aan koopstarters lagen al hoger en zijn toegenomen van 3.700 (19%) in 2022 naar 4.600 (30%) in 2023, zoals zichtbaar in het rechter plaatje van figuur 2b.
Het aandeel verkopen van investeerders aan elkaar nam juist af. Kleine investeerders verkochten sinds 2009 niet eerder relatief zo veel woningen aan koopstarters en zo weinig aan andere investeerders.
Tussen 2015 en 2022 werd gemiddeld 60% van de woningen die investeerders verkochten aan eigenaar-bewoners onder de NHG-grens verkocht. Dit aandeel steeg van 57% in 2022 (bijna 6.400 woningen) naar 75% in 2023 (ruim 10.000 woningen).
We zoomen verder in op het aan- en verkoopgedrag van kleine investeerders op de eigenaar-bewoner markt. Hierbij gaat het om 1 woningtransacties, die in principe ook door een eigenaar-bewoner gekocht hadden kunnen worden. We hebben het dan over:
Buy-to-let (BTL): het opkopen van woningen op de koopwoningmarkt door investeerders, waarbij de woningen vervolgens beschikbaar komen voor de verhuurmarkt.
Let-to-buy (LTB): dit is het tegenovergestelde: hierbij worden woningen van investeerders, die veelal worden gebruikt voor de verhuur, juist gekocht door eigenaar-bewoners.
Kleine investeerders verkopen sinds 2023 beduidend meer dan dat ze aankopen
Tot 2021 kochten kleine investeerders meer woningen van eigenaar-bewoners dan zij aan hen verkochten, zoals zichtbaar in figuur 3. Kleine investeerders onttrokken dus woningen van de koopwoningmarkt. Vanaf 2021, toen de overdrachtsbelasting voor investeerders steeg van 2% naar 8%, kopen kleine investeerders minder woningen dan in voorgaande jaren. Sinds 2023 voegen zij meer woningen toe aan de koopmarkt dan zij onttrekken. Dit speelt vooral in de grote steden. Van de 5.000 woningen die zij in 2023 toevoegden aan de koopwoningmarkt staan er 1.900 in de 4 grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht).
Aandeel investeerders in woningvoorraad wel toegenomen
Ondanks dat investeerders de afgelopen jaren in totaal minder woningen kochten, is hun aandeel in de woningvoorraad wel toegenomen: van 8,6% in 2021, en 9% in 2022 naar 9,4% in 2023. Dat komt door de toevoegingen aan de woningvoorraad, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwbouw, woningsplitsingen en transformaties van bijvoorbeeld kantoorpanden. Zoals figuur 4 laat zien is vooral het bezit van grote investeerders toegenomen. In de G4 is het beeld overigens iets anders dan in de rest van Nederland: hier nam het bezit van kleine investeerders in 2023 iets af ten opzichte van 2022.
Dit onderzoek is geschreven door Frank Harleman, Lianne Hans, Marion Plegt, Sara Bugera, Jorian Lamberink, Diane Stiemer en Paul de Vries.
Meer informatie
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Andere onderzoeken
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Woningmarkt.
Woningmarkt 2e kwartaal 2024: jongeren kopen meer, doorstromers betalen meer
In het 2e kwartaal van 2024 nam het aantal woningtransacties toe. Vooral jongeren kochten meer woningen. Het aantal verkochte appartementen steeg het hardst. De prijzen van koopwoningen stegen verder. Doorstromers in de 4 grootste gemeenten (G4) betaalden het meest van alle kopers.
Aantal transacties nam verder toe
In het 2e kwartaal van 2024 registreerde het Kadaster 47.942 transacties. Dit is een stijging van 7,7% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.
Ook in het 1e kwartaal van 2024 zagen we al een stijging van het aantal transacties. Deze stijging volgde op een periode van 11 kwartalen waarin het aantal transacties juist daalde ten opzichte van het jaar ervoor.
Vergeleken met het 1e kwartaal 2024 nam het aantal transacties met 7,9% toe.
Het aantal transacties nam toe in alle leeftijdsklassen. Zowel ten opzichte van het 1e kwartaal van 2024, als ten opzichte van een jaar geleden.
Vooral jongeren (tot 35 jaar) kochten meer woningen. Het aantal transacties in deze groep steeg met 9,4% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. In de leeftijdsgroep 35 tot 65 jaar steeg het aantal transacties met 3,3%.
Jongeren kochten ook in aantallen de meeste woningen. In totaal werden in het 2e kwartaal van 2024 55% van de woningen gekocht door jongeren.
Figuur 2: Ontwikkeling van het aantal transacties naar de leeftijd van de koper op de woningmarkt (trendmatig, dat wil zeggen op basis van het gemiddelde van de laatste 4 kwartalen) Bron: Kadaster Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2
Jonger dan 35: zowel doorstromers en koopstarters
De groep kopers tot 35 jaar bestaat voor twee derde deel uit koopstarters en voor een derde deel uit doorstromers. De woningmarkt blijft voor beide groepen aantrekkelijk:
Beide kunnen meestal nog gebruikmaken van de vrijstelling van de overdrachtsbelasting (startersvrijstelling). Deze vrijstelling geldt eenmalig voor kopers jonger dan 35 jaar.
Doorstromers profiteren vaak van overwaarde door gestegen huizenprijzen.
Voor koopstarters is het woningaanbod toegenomen. Ook doordat investeerders meer woningen verkopen die binnen hun budget vallen
Vooral meer appartementen gekocht
De toename in het aantal transacties komt vooral doordat er meer appartementen gekocht werden:
Het aantal gekochte appartementen ligt bijna weer op het hoogtepunt van 2021. De toename komt vooral doordat investeerders steeds meer verhuurappartementen uitponden, dat wil zeggen verkopen, aan eigenaren die er zelf in gaan wonen.
Het aantal verkochte 2-onder-1-kap-woningen en vrijstaande woningen steeg ook, maar ligt nog ver onder de piek van 2021.
Het aantal verkochte tussen- en hoekwoningen daalde nog steeds. Dat wijst erop dat eigenaren van deze woningen niet goed kunnen of willen doorstromen naar andere woningen.
Figuur 3: Ontwikkeling van het aantal transacties naar woningtype (trendmatig, dat wil zeggen op basis van het gemiddelde van de laatste 4 kwartalen)
De G4 bestaat uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De prijzen liggen hier gemiddeld hoger dan in de rest van Nederland.
Doorstromers in de G4 betaalden het meest van alle groepen kopers. Ook betaalden ze dit kwartaal meer dan ooit: gemiddeld € 634.000. Dat is hoger dan de vorige piek in het 3e kwartaal van 2022 (€ 628.000).
Doorstromers en koopstarters in de rest van het land betaalden gemiddeld ook meer dan bij de vorige piek. Doorstromers betaalden dit kwartaal gemiddeld € 488.000 en koopstarters gemiddeld € 349.000.
Koopstarters in de G4 betaalden gemiddeld € 437.000. Dat is nog onder de piek van het 1e kwartaal van 2022 (€ 467.000).
Prijzen in meer dan de helft van de gemeenten boven Nederlands gemiddelde
In 198 van de 342 gemeenten (58%) was de gemiddelde koopsom hoger dan het Nederlands gemiddelde: € 441.000. De gemiddelde koopsom ligt daarmee 8,5% hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar geleden.
In Blaricum, Bloemendaal en Laren was de gemiddelde koopsom hoger dan € 1.000.000. Sinds begin 2020 is de gemiddelde koopsom hier wel minder hard gestegen dan de landelijke stijging van 36,8%:
Blaricum: stijging van 14,7%
Bloemendaal: stijging van 12%
Laren: stijging van 30,8%
In de periode vanaf begin 2020 zijn de prijzen het sterkst gestegen in de gemeenten Oss, Geldrop-Mierlo en Zuidplas:
Dit Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door Lianne Hans, Frank Harleman, Jorian Lamberink, Marion Plegt en Diane Stiemer.
Maandelijks publiceren het Kadaster en het CBS informatie over de woningmarkt (PBK), gebaseerd op de woningprijsindex. De woningprijsindex corrigeert voor toevalligheden in de transacties, zoals woningtype en regio. In deze publicatie kijken we alleen naar de gemiddelde prijs.
Het Kadaster publiceert het aantal transacties en de woningprijs op basis van de eigendomsoverdrachten bij de notaris. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) publiceert op basis van de koopakten.
Meer Informatie
Contact
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Andere onderzoeken
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Woningmarkt.
Wilt u een overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar de pagina Vastgoedinformatie.
In het Vastgoeddashboard publiceren wij iedere maand cijfers over onder andere woningverkopen. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
Meer context en betere leesbaarheid. Daar zorgt de nieuwe stijl met luchtfotolabels van de BRT Achtergrondkaart voor. Met deze nieuwe stijl combineert u labels eenvoudig met luchtfoto’s en andere achtergrondkaarten.
5 stijlen in de BRT Achtergrondkaart
Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK) heeft in opdracht van het Kadaster op maandag 18 mei 2026 een 5e stijl toegevoegd aan de Basisregistratie Topografie (BRT) Achtergrondkaart. De BRT achtergrondkaart heeft nu 5 stijlen:
standaard
grijs
pastel
water
labels
Alle stijlen worden 5 keer per jaar bijgewerkt. Dit gebeurt tegelijk met iedere BRT-levering.
Dataset Luchtfotolabels van Imergis stopt
Met de nieuwe stijl stopt PDOK met de dataset Luchtfotolabels van Imergis. Deze dataset wordt niet meer bijgewerkt. De dataset verdwijnt op 18 november 2026. Maakt u gebruik van deze dataset? Stap dan op tijd over naar de nieuwe stijl van de BRT Achtergrondkaart.
Ieder jaar onderzoeken we de vakantieparken in Nederland. Hoeveel parken zijn er? Hoeveel vakantiewoningen staan daarop? Van wie zijn deze woningen en wat kosten ze? En hoe is dat allemaal veranderd vergeleken met 1 jaar geleden?
Bekijk de toelichting van Onderzoeker Research Diane Stiemer
1 op de 3 woningen op de Wadden is een vakantiewoning
In Nederland liggen bijna 4.000 vakantieparken. Dat is iets meer dan 1 jaar eerder.
De meeste parken vind je nog steeds in Gelderland en Zeeland.
Op alle vakantieparken samen staan bijna 135.000 vakantiewoningen.
Sinds 2020 zijn de meeste nieuwe vakantiewoningen bijgebouwd in Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland.
Op de Waddeneilanden staan de meeste vakantiewoningen in vergelijking met het aantal normale woningen. Van elke 3 woningen op de Wadden is er bijna 1 een vakantiewoning.
14% van alle vakantiewoningen wordt permanent bewoond
63% van alle vakantiewoningen is van particulieren. 1 jaar geleden was dit 65%. 29% is van bedrijven. De rest van de woningen is van overige eigenaren.
Naar schatting wordt 14% van alle vakantiewoningen permanent bewoond.
In de regio Vechtdal/Salland is het aandeel permanente bewoning met 22% het hoogst. Op de Waddeneilanden is dat 1%.
In 2025 zijn er 4.500 vakantiewoningen verkocht. Dat zijn er ongeveer 100 minder dan in 2024. 77% werd verkocht door een particulier.
Tijdens corona was er nog een verkooppiek. Daarna nam het aantal verkopen weer af. De markt komt daarmee weer in rustiger vaarwater.
Meeste vakantiewoningen worden zonder hypotheek gekocht
In het 4e kwartaal van 2025 waren de prijzen voor vakantiewoningen 4% hoger dan 1 jaar eerder.
Gemiddeld kostte een vakantiewoning in 2025 ongeveer € 240.000.
Op de Waddeneilanden was een vakantiewoning het duurst.
80% van de vakantiewoningen wordt zonder hypotheek gekocht. Kopers betalen bijvoorbeeld met overwaarde of spaargeld. Ze zijn ook vaak goedkoper dan woningen op de normale markt.
Bij vakantiewoningen tot € 100.000 werd bijna 95% zonder hypotheek gekocht. Wanneer hiervoor wel een hypotheek werd afgesloten, was de geldverstrekker in 23% van de gevallen een particulier.
Over dit onderzoek
Dit onderzoek is geschreven door Diane Stiemer en Joost Zuidberg. Zij zijn onderzoekers bij het Kadaster.
De cijfers over permanente bewoning en de prijsontwikkeling zijn geleverd door het CBS.
Hypotheekmarkt 2e halfjaar 2024: doorstromers leenden minder door overwaarde
Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Lenen mensen meer of minder in vergelijking met de koopsom? En wat zijn de verschillen tussen doorstromers en koopstarters? In dit bericht leest u de laatste stand van zaken over de markt voor particuliere woninghypotheken.
De top 3 belangrijkste conclusies
Het aantal afgesloten hypotheken steeg in het 2e halfjaar van 2024 met 25% naar ruim 211.000. Er waren vooral meer hypotheken voor de aankoop van een woning. De toename van het aantal over- en bijsluitingen was beperkt.
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning (€ 476.000) steeg naar het hoogste niveau sinds 2019. Datzelfde gold voor die van over- en bijsluitingen (€ 298.000).
Hogere woningprijzen leidden ertoe dat doorstromers de laatste jaren profiteerden van een forse overwaarde. Daardoor leenden ze minder. Hun geldlening als percentage van de koopsom (loan-to-value, LTV) nam sterk af: van 90,8% in het 1e halfjaar van 2019 naar 78,8% in het 2e halfjaar van 2024. De LTV van starters daalde slechts beperkt, van 94,2% naar 91,7%.
Aantal nieuwe hypotheken steeg sterk
In het 2e halfjaar van 2024 werden ruim 211.000 hypotheken afgesloten.
Het aantal nieuwe hypotheken lag daarmee bijna 25% hoger dan in het 1e halfjaar van 2024. En ruim 23% hoger dan in het 2e halfjaar van 2023.
In het 2e halfjaar van 2021 bereikte het aantal afgesloten hypotheken een hoogtepunt met ruim 263.000.
De totale hypotheeksom over het 2e halfjaar van 2024 kwam uit op € 79,4 miljard. Dit is ruim 20 miljard meer dan in het 1e halfjaar van 2024. Een toename van bijna 34%. Dit is het totaal van alle ingeschreven hypotheekbedragen.
De totale hypotheeksom kwam in de buurt van het piekniveau van het 2e halfjaar van 2021 en het 1e halfjaar van 2022.
De ontwikkeling van de hypotheeksom lijkt op die van het aantal afgesloten hypotheken. De totale hypotheeksom steeg echter wel sterker dan het aantal afgesloten hypotheken. Dat komt doordat ook de hoogte van de gemiddelde hypotheek toenam.
Vooral meer hypotheken afgesloten voor de aankoop van een woning
In het 2e halfjaar van 2024 werden bijna 183.000 nieuwe hypotheken afgesloten voor de aankoop van een woning. Dat is bijna 26% meer dan een halfjaar eerder.
Het aantal over- en bijsluitingen krabbelde iets op, van ongeveer 24.000 in het 1e halfjaar van 2024 naar ruim 28.000 in het 2e halfjaar van 2024.
Historisch gezien lag het aantal over- en bijsluitingen nog altijd erg laag.
Gemiddelde hypotheeksom voor over- en bijsluitingen steeg het sterkst
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg in het 2e halfjaar van 2024 naar € 476.000. Dat is ruim 6% hoger dan het halfjaar ervoor.
Voor een over- of bijsluiting was de gemiddelde hypotheeksom ruim € 298.000. Dat is bijna 17% hoger dan in het 1e halfjaar van 2024.
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg naar het hoogste niveau sinds 2019. Datzelfde gold voor over- en bijsluitingen.
De gemiddelde LTV daalde opnieuw na periode van stijging
De gemiddelde loan-to-value (LTV) daalde van 87,8% in het 1e halfjaar van 2024 naar 87% in het 2e halfjaar. Op de langere termijn is er sprake van een dalende trend: in het 1e halfjaar van 2019 was de gemiddelde LTV nog 92%. Loan-to-value is de geldlening als percentage van de koopsom.
Tussen het 2e halfjaar van 2022 en het 1e halfjaar van 2024 steeg de gemiddelde LTV. Dat kwam vermoedelijk deels doordat de gemiddelde woningprijs vanaf het 2e halfjaar van 2022 een jaar lang voorzichtig daalde. Doorstromers hadden daardoor minder overwaarde om mee te kunnen nemen naar een nieuwe woning. Ook de geleidelijke afschaffing van de jubelton voor starters kan een effect hebben gehad.
In het 2e halfjaar van 2024 nam de LTV weer af. De weer gestegen woningprijzen waren daarvoor waarschijnlijk een oorzaak.
De sterk gestegen woningprijzen leidden tot flink meer overwaarde voor woningbezitters: de waarde van hun huis steeg sterk, terwijl in veel gevallen de hypotheekschuld juist daalde. De overwaarde konden zij gebruiken om een nieuwe woning te betalen. Doorstromers profiteerden hiervan, koopstarters niet; koopstarters hebben immers geen woning om te verkopen.
Doorstromers hoefden door het stijgen van hun overwaarde minder geld te lenen. Hun LTV daalde flink van 90,8% in het 1e halfjaar van 2019 tot 78,8% in het 2e halfjaar van 2024. Die van koopstarters daalde van 94,2% naar 91,7%.
Daarnaast mochten ouders vanaf januari 2023 hun kinderen geleidelijk steeds minder belastingvrij geld schenken (jubelton) voor de koop van hun woning. Sinds 1 januari 2024 is deze jubelton volledig afgeschaft. Daardoor moesten koopstarters in veel gevallen meer lenen. Hun LTV steeg van 89,7% in het 2e halfjaar van 2022 naar 92,5% in het 1e halfjaar van 2024.
Vooral de LTV van doorstromers buiten de G4 daalde sinds 2019 hard. In het 1e halfjaar van 2019 was de LTV van doorstromers buiten de G4 91,2%. Sindsdien daalde deze tot 78,7% in het 2e halfjaar van 2024. De LTV van doorstromers binnen de G4 daalde in die periode van 87,1% naar 79,7%.
De gemiddelde woningprijs die koopstarters betaalden ontwikkelde zich ongeveer hetzelfde als hun gemiddelde geldlening. Voor doorstromers was dat anders: de gemiddelde woningprijs die zij betaalden steeg met ongeveer 65%, terwijl hun gemiddelde geldlening maar met ongeveer 50% toenam. Kortom, doorstromers konden door meer overwaarde duurdere woningen kopen dan koopstarters.
Begrippenlijst
Loan-to-value (LTV): bij het vaststellen van de LTV gebruiken wij de koopsom als benadering van de marktwaarde. Dit komt doordat het Kadaster geen taxatiewaardes heeft. Geldverstrekkers gebruiken meestal de taxatiewaarde als benadering van de marktwaarde. Als verbouwingskosten worden meegefinancierd in de hypotheek, dan gaat de geldverstrekker uit van de taxatiewaarde na verbouwing. Die waarde ligt vaak hoger dan de koopsom. Dat verklaart het relatief grote aandeel hoge LTV's bij de aankoop van woningen met een energielabel F of G. Want daarbij is de kans groot dat er vaak een verbouwing of verduurzaming volgt op de aankoop.
Hypotheeksom: met de hypotheeksom bedoelen we het ingeschreven hypotheekbedrag, het bedrag dat maximaal geleend mag worden binnen de hypotheek.
Geldlening: met de geldlening bedoelen we het bedrag dat daadwerkelijk geleend wordt. Over de hele periode 2019-2024 is in ongeveer 37% van de gevallen waarvoor geldleninginformatie beschikbaar is de geldlening gelijk aan het ingeschreven bedrag. Recent ligt het aandeel rond de 25%.
Meer informatie
Dit Kadaster Halfjaarbericht hypotheekmarkt is geschreven door Frank Harleman en Joost Zuidberg.
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de hypotheekmarkt? Neem dan contact op met de auteurs van het onderzoek via het contactformulier.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de hypotheekmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wij publiceren ook ieder kwartaal de belangrijkste cijfers en ontwikkelingen over de woningmarkt. Ga naar de pagina Kwartaalberichten woningmarkt.
Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar de pagina Vastgoedinformatie.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
In dit kwartaalbericht leest u de laatste stand van zaken op de agrarische grondmarkt. Zoals de landelijke ontwikkelingen in grondmobiliteit en prijzen van bouw- en grasland. Bent u benieuwd naar deze cijfers op provinciaal niveau? Ga dan direct naar:
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 1e kwartaal van 2025 uitgekomen op € 91.300 per ha. Dat is precies gelijk aan de prijs in het 4e kwartaal van 2024, en 7% hoger dan de gemiddelde grondprijs over heel 2024 (€ 85.300 per ha).
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 1e kwartaal van 2025 met 4,7% gedaald naar € 100.600 per ha (figuur 1). Dat is 1% boven de gemiddelde prijs van bouwland over heel 2024 van € 99.600 per ha.
De gemiddelde prijs van grasland is in het 1e kwartaal van 2025 met 4% gestegen tot € 82.500 per ha (figuur 1). Dat is 8,6% hoger dan de gemiddelde prijs van grasland in 2024 van € 76.000 per ha.
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 1e kwartaal van 2025 met 8,7% toegenomen tot € 96.000 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 1e kwartaal van 2025 is ruim 8.900 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 1.400 ha (18%) meer dan in hetzelfde kwartaal van 2024 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2024Q2 tot en met 2025Q1) is in totaal 32.900 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 4.200 ha (15%) meer dan in dezelfde periode een jaar eerder (2023Q2-2024Q1).
De relatieve grondmobiliteit bestaat uit het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond. Dit was in de 4 laatste kwartalen 1,84% tegen 1,60% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. Met deze rekenmethode zijn de resultaten per periode betrouwbaarder.
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 1e kwartaal van 2025 uiteen van € 62.200 in Fryslân tot € 184.100 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 78.800 (Drenthe) en € 102.100 per ha (Noord-Brabant).
De landelijke agrarische grondprijs is in het 1e kwartaal van 2025 gelijk gebleven (zie hiervoor), terwijl in bijna alle provincies de grondprijs is gestegen (zie hierna).De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincies Fryslân, Drenthe en Groningen is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2025 met respectievelijk 1%, 4% en 11% gestegen (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2025 met respectievelijk 1%, 3% en 11% toegenomen (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Zeeland, Limburg en Noord-Brabant is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2025 met 2%, 4% en 6% gestegen (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit varieert over de 4 laatste kwartalen (2024Q2-2025Q1) van 1,41% in Groningen tot 2,19% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2023Q2-2024Q1) is de relatieve grondmobiliteit in 10 van de 12 provincies gestegen. De grootste stijging zien we in Drenthe en Overijssel (beide 0,5 procentpunt). In Noord-Brabant en Limburg daalde de grondmobiliteit heel licht.
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Social & Economic Research en het Kadaster. Wilt u in vervolg het kwartaalbericht direct in uw mail ontvangen? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail.
In dit kwartaalbericht leest u de laatste stand van zaken op de agrarische grondmarkt. Zoals de landelijke ontwikkelingen in grondmobiliteit en prijzen van bouw- en grasland. Bent u benieuwd naar deze cijfers op provinciaal niveau? Ga dan direct naar:
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 4e kwartaal van 2024 met 8,8% gestegen vergeleken met het 3e kwartaal: van € 83.900 naar € 91.300 per ha (figuur 1). Over heel 2024 is de grondprijs uitgekomen op € 85.300 per ha, dat is 8,3% hoger dan in 2023 (€ 78.800 per ha).
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 4e kwartaal van 2024 met 4,3% gestegen naar € 105.600 per ha (figuur 1). Over heel 2024 ligt de gemiddelde grondprijs van bouwland op € 99.600 per ha, zo’n 9,6% boven de prijs in 2023 (€ 90.900 per ha).
De gemiddelde prijs van grasland is in het 4e kwartaal van 2024 met 9,4% toegenomen tot € 79.300 per ha (figuur 1). Deze stijging compenseert een sterke daling van 5,6% in het 3e kwartaal van 2024. Over heel 2024 noteert grasland een gemiddelde prijs van € 76.000 per ha, dat is 9,5% meer dan in 2023 (€ 69.400 per ha).
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 4e kwartaal van 2024 met 6,2% toegenomen tot € 88.300 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet los in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 4e kwartaal van 2024 is 11.700 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 1.600 ha (15,2%) meer dan in hetzelfde kwartaal van 2023 (figuur 2). In heel 2024 is 31.500 ha grond verhandeld. Dat is 15,1% meer dan in 2023, toen 27.400 ha werd overgedragen.
De relatieve grondmobiliteit bestaat uit het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond. Dit kwam in 2024 uit op 1,75%, tegen 1,53% in dezelfde periode het jaar daarvoor. Areaal is de totale oppervlakte in een gebied met een bepaald type grondgebruik.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. Met deze rekenmethode zijn de resultaten per periode betrouwbaarder. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 4e kwartaal van 2024 uiteen van € 61.700 in Fryslân tot € 186.800 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 75.400 (Groningen) en € 96.300 per ha (Noord-Brabant.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 4e kwartaal van 2024 met ruim 8% gestegen (zie hiervoor), terwijl in de meeste provincies de grondprijs minder hard steeg, of heel licht afnam (zie Fryslân). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincie Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2024 met -0,5% heel licht gedaald, terwijl deze in Groningen met 5,3% steeg. In Drenthe kwam de stijging uit op 1,8% (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincie Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2024 met 1,9% gestegen. In Overijssel bleef de stijging beperkt tot 1,7% (figuur 4).
In de provincie Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2024 met 7,5% toegenomen. In Zuid-Holland steeg de grondprijs met 6,6%, terwijl die in Utrecht met 3% steeg (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Noord-Brabant en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2024 nauwelijks veranderd: 0,9% en 1,3%. In Zeeland steeg de grondprijs met 9,3% (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit varieert in 2024 van 1,29% in Groningen tot 2,31% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met 2023 is, met uitzondering van Groningen (-0,03 procentpunt), de relatieve grondmobiliteit in alle provincies toegenomen. De grootste stijging zien we in Fryslân (0,5 procentpunt) en Overijssel (0,4 procentpunt).
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster. Wilt u in vervolg het kwartaalbericht direct in uw mail ontvangen? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail.
In dit kwartaalbericht leest u de laatste stand van zaken op de agrarische grondmarkt. Zoals de landelijke ontwikkelingen in grondmobiliteit en prijzen van bouw- en grasland. Bent u benieuwd naar deze cijfers op provinciaal niveau? Ga dan direct naar:
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 3e kwartaal van 2024 uitgekomen op € 83.900 per ha (figuur 1). Dat is 0,6% lager dan de grondprijs in het 2e kwartaal van 2024, en 6,5% boven de gemiddelde grondprijs over heel 2023 van € 78.800 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland steeg in het 3e kwartaal van 2024 met 3% naar € 101.200 per ha (figuur 1). Dat is 11,3% boven de gemiddelde prijs van bouwland over heel 2023 van € 90.900 per ha.
De gemiddelde prijs van grasland is in het 3e kwartaal van 2024 met 5,6% gedaald tot € 72.500 per ha (figuur 1). Dat is 4,5% boven de gemiddelde prijs van grasland in 2023 van € 69.400 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 3e kwartaal van 2024 met 2,2% gestegen tot € 83.200. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 3e kwartaal van 2024 is 5.000 ha landbouwgrond verhandeld, 900 ha (22%) meer dan in hetzelfde kwartaal van 2023 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2023 Q4 tot en met 2024 Q3) is in totaal 30.000 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 1.800 ha (6,4%) meer dan in dezelfde periode een jaar eerder (2022 Q4-2023 Q3).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,67%, tegen 1,57% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 3e kwartaal van 2024 uiteen van € 62.000 in Fryslân tot € 185.100 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 71.600 (Groningen) en € 95.400 per ha (Noord-Brabant).
De landelijke agrarische grondprijs is in het 3e kwartaal van 2024 met 0,6% gedaald (zie hiervoor), terwijl de grondprijzen in de meeste provincies gelijk bleven of stegen. In 3 provincies zijn de prijzen (iets) sterker gedaald (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde loopt daardoor iets achter op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincies Fryslân en Groningen is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2024 met respectievelijk 2% en 4% gestegen; in Drenthe is de grondprijs vrijwel gelijk gebleven (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2024 heel licht (minder dan 1%) gestegen, terwijl de grondprijs in Utrecht met 2% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Noord-Brabant en Zeeland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2024 met respectievelijk 1% en 3% gestegen; in Limburg bleef de grondprijs gelijk (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert over de 4 laatste kwartalen (2023 Q4-2024 Q3) van 1,31% in Groningen tot 2,25% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2022 Q4-2023 Q3) is de relatieve grondmobiliteit het sterkst gedaald in Flevoland en Zeeland met respectievelijk 0,6 en 0,4 procentpunt, en het sterkst gestegen in Fryslân en Zuid-Holland, met 0,4 en 0,5 procentpunt.
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster. Wilt u in vervolg het kwartaalbericht direct in uw mail ontvangen? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail.
In dit kwartaalbericht leest u de laatste stand van zaken op de agrarische grondmarkt. Zoals de landelijke ontwikkelingen in grondmobiliteit en prijzen van bouw en grasland. Bent u benieuwd naar deze cijfers op provinciaal niveau? Ga dan direct naar:
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 1e kwartaal van 2024 uitgekomen op € 78.800 (figuur 1). Dat is 4,4% lager dan in het 4e kwartaal van 2023 (€ 82.400), en precies gelijk aan de gemiddelde grondprijs over heel 2023.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland daalde in het 1e kwartaal van 2024 met 4,7% naar € 88.700 per ha (figuur 1). Dat is 2,4% onder de gemiddelde prijs van bouwland over heel 2023 van € 90.900 per ha.
De gemiddelde prijs van grasland is in het 1e kwartaal van 2024 met 2,9% gestegen tot € 73.300 per ha (figuur 1). Dat is 5,6% boven de gemiddelde prijs van grasland in 2023 van € 69.400 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 1e kwartaal van 2024 met 1,4% gedaald tot € 79.200. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 1e kwartaal van 2024 is 7.600 ha landbouwgrond verhandeld, ruim 1.300 ha (21%) meer dan in hetzelfde kwartaal van 2023 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2023Q2 tot en met 2024Q1) is in totaal 28.700 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 600 ha (2%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2022Q2-2023Q1).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,60%, tegen 1,63% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 1e kwartaal van 2024 uiteen van € 60.800 in Fryslân tot € 182.700 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 70.500 (Groningen) en € 90.400 per ha (Noord-Brabant).
De landelijke agrarische grondprijs is in het 1e kwartaal van 2024 met ruim 4% gedaald (zie hiervoor), terwijl de grondprijs in de meeste provincies steeg (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In alle 3 de provincies is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2024 gestegen, van ruim 1% in Groningen tot bijna 4% in Drenthe (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Overijssel en Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2024 met respectievelijk 1% en 2% toegenomen (figuur 4).
In de provincies Utrecht en Zuid-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2024 met 2% en 3% gestegen, terwijl de grondprijs in Noord-Holland met 2% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Limburg en Noord-Brabant is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2024 met respectievelijk 1% en 2% gestegen; in Zeeland daalde de grondprijs met 6% (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert over de 4 laatste kwartalen (2023Q2-2024Q1) van 1,24% in Fryslân tot 2,23% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2022Q2-2023Q1) is de relatieve grondmobiliteit het sterkst gedaald in Utrecht en Drenthe met respectievelijk 0,5 en 0,3 procentpunt, en het sterkst gestegen in Overijssel en Zuid-Holland met ieder 0,2 procentpunt.
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster. Wilt u in vervolg het kwartaalbericht direct in uw mail ontvangen? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail.
Voor het bouwen van woningen, het maken van waterbergingen en natuurontwikkeling zoeken overheden naar geschikte plekken in het landelijk gebied. Ze kopen hiervoor landbouwgrond en veranderen deze naar nieuwe functies. Maar hoeveel landbouwgrond hebben overheden? En waar in Nederland ligt deze grond?
We onderzochten het samen met Wageningen Economic Research.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 4e kwartaal van 2023 met 6,2% gestegen ten opzichte van het 3e kwartaal: van € 77.600 naar € 82.400 per ha (figuur 1). Over heel 2023 is de grondprijs uitgekomen op € 78.800 per ha, 7,4% hoger dan in 2022 (€ 73.400 per ha).
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 4e kwartaal van 2023 met 4,5% gestegen naar € 93.100 per ha (figuur 1). Over heel 2023 ligt de gemiddelde grondprijs van bouwland op € 90.900 per ha, 7,6% boven de prijs in 2022 (€ 84.500 per ha). De gemiddelde prijs van grasland is in het 4e kwartaal van 2023 met 2,2% toegenomen tot € 71.200 per ha (figuur 1). Over heel 2023 noteert grasland een gemiddelde prijs van € 69.400 per ha, 4,8% meer dan in 2022 (€ 66.200 per ha). De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 4e kwartaal van 2023 met € 80.300 per ha vrijwel gelijk aan de de prijs in het 3e kwartaal. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 4e kwartaal van 2023 is 10.200 ha landbouwgrond verhandeld, ruim 800 ha (7%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). In heel 2023 is 27.400 ha grond verhandeld. Dat is 11% minder dan in 2022, toen 30.800 ha werd overgedragen De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – kwam in 2023 uit op 1,53%, tegen 1,71% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 4e kwartaal van 2023 uiteen van € 59.500 in Fryslân tot € 177.000 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 69.500 (Groningen) en € 88.800 per ha (Noord-Brabant.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 4e kwartaal van 2023 met ruim 6% gestegen (zie hiervoor), terwijl in de meeste provincies de grondprijs minder hard steeg, of afnam (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincie Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met 3% gestegen, terwijl die in Groningen en Drenthe nauwelijks is veranderd (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincie Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met 9% gestegen. In Overijssel bleef de stijging beperkt tot 2% (figuur 4).
In de provincie Zuid-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met 12% toegenomen; in Utrecht steeg de grondprijs met 5%, terwijl die in Noord-Holland gelijk bleef (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Noord-Brabant en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met respectievelijk 4% en 5% gestegen; in Zeeland daalde de grondprijs met 3% (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert in 2023 van 1,10% in Fryslân tot 2,06% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met 2022 is de relatieve grondmobiliteit in 10 provincies afgenomen, met de grootste daling in Utrecht (-0,9 procentpunt) en Drenthe (-0,5 procentpunt). In Overijssel en Zuid-Holland is de grondmobiliteit iets toegenomen.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.
In dit kwartaal onderzoeken we of de aankoop-motieven regionaal verschillen. We focussen daarbij op kopers in de segmenten:
beleggingen
wonen, werken en infrastructuur
Binnen deze segmenten schenken we extra aandacht aan beleggingspercelen en zonneparken. Er blijkt regionaal een behoorlijk verschil te zijn. In het zuiden en westen wordt meer landbouwgrond gekocht vanuit het segment wonen, werken en infrastructuur dan in de rest van Nederland
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 3e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 77.600 per ha (figuur 1). Dat is 5,4% hoger dan in het 2e kwartaal van 2023 (€ 73.600 per ha), en 5,7% boven de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 3e kwartaal van 2023 met 4,9% gestegen naar € 89.100 per ha (figuur 1). Dat is 5,4% boven de gemiddelde prijs in 2022 van € 84.500 per ha. De gemiddelde prijs van grasland is in het 3e kwartaal van 2023 met 2,5% toegenomen tot € 69.700 per ha (figuur 1). Dat is 5,3% meer dan de gemiddelde prijs van grasland in 2022 van € 66.200 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 3e kwartaal van 2023 met 10,4% gestegen tot € 80.600 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 3e kwartaal van 2023 is 4.100 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 900 ha (17%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q4 tot en met 2023Q3) is in totaal 28.200 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 1.200 ha (4%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q4-2022Q3). De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,57%, tegen 1,63% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. Deze kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 3e kwartaal van 2023 uiteen van € 58.000 in Fryslân tot € 163.900 per ha in Flevoland (kaart 1). In Noord-Holland en de 3 zuidelijke provincies ligt de grondprijs tussen € 80.000 en € 86.000 per ha, en in de overige 6 provincies tussen de € 70.000 en € 74.000 per ha.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 3e kwartaal van 2023 met ruim 5% gestegen (zie hiervoor), terwijl in alle provincies de grondprijs minder hard steeg, of afnam (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincies Fryslân en Groningen is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met respectievelijk 4% en 2% afgenomen, terwijl die in Drenthe gelijk is gebleven (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Overijssel en Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met respectievelijk 1% en 2% gestegen (figuur 4).
In de provincie Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met 1% gestegen, terwijl in Noord-Holland en Zuid-Holland de grondprijs met 2% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In provincies Zeeland en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met 1% toegenomen, en in Noord-Brabant met 2% (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert over de 4 laatste kwartalen (2022Q4-2023Q3) van 1,10% in Fryslân tot 1,99% in Flevoland (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q4-2022Q3) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit met 0,1 procent of meer afgenomen, met de grootste daling in Zuid-Holland en Noord-Holland met 0,3 procentpunt. In Zeeland en Flevoland is de grondmobiliteit met respectievelijk 0,4 en 1,1 procentpunt gestegen.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.
Landbouwgrond neemt een speciale plek in onze maatschappij in. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties benadrukt dat landbouwgrond van cruciaal belang is "voor de verwezenlijking van mensenrechten, voedselzekerheid, uitroeiing van armoede, duurzaam inkomen, sociale stabiliteit, [...] plattelandsontwikkeling en sociale en economische groei”.
Buitenlandse eigenaren landbouwgrond in beeld
In 2017 heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd om de voor voedselvoorziening essentiële landbouwgronden in kaart te brengen en te rapporteren over de noodzaak om deze toe te voegen aan de lijst van vitale infrastructuur. Volgens de minister is het belangrijk om de Nederlandse landbouwgrond te behouden voor Nederlandse boeren. We onderzochten samen Wageningen Economic Research het buitenlandse eigendom van Nederlandse landbouwgrond. De samenvatting van dit onderzoek vindt u in de themabijlage.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 2e kwartaal van 2022 uitgekomen op € 69.000 per ha (figuur 1). Dat is 3,6% lager dan in het 1e kwartaal van 2022 (€ 71.600 per ha), en vrijwel gelijk aan de gemiddelde grondprijs over heel 2021 van € 69.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland daalde in het 2e kwartaal van 2022 met 4,3% naar € 78.400 per ha (figuur 1). Dat is bijna gelijk aan de gemiddelde prijs over heel 2021 (€ 78.500 per ha). De gemiddelde prijs van grasland is in het 2e kwartaal van 2022 met 1,7% gedaald tot € 63.600 per ha (figuur 1). Dat is ongeveer gelijk aan de gemiddelde prijs van grasland over heel 2021 (€ 63.200 per ha). De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 2e kwartaal van 2022 met 2,9% gestegen tot € 73.500 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 2e kwartaal van 2022 is 7.100 ha landbouwgrond verhandeld (figuur 2), ruim 800 ha (10%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2021. Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2021Q3 tot en met 2022Q2) is in totaal 30.500 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 4.000 ha (12%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2020Q3-2021Q2). De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,69%, tegen 1,91% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 6 geven de ontwikkeling van de prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De prijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 2e kwartaal van 2022 uiteen van € 53.300 in Fryslân tot € 142.700 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies varieert de grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 tussen € 65.000 (Utrecht) en € 82.900 per ha (Noord-Holland).
In de 3 noordelijke provincies (figuur 3) loopt de ontwikkeling van de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 uiteen van een lichte daling in Groningen (ruim 1%) tot een stijging van 4% in Drenthe; in Fryslân is de grondprijs nagenoeg gelijk gebleven.
In de provincies Gelderland en Overijssel steeg de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 met 1 à 2%, terwijl die in Flevoland met ruim 6% toenam (figuur 4).
In de provincie Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 met ruim 7% toegenomen; in Utrecht steeg de grondprijs licht (ruim 1%) en in Zuid-Holland is de grondprijs vrijwel niet veranderd (figuur 5).
In de provincies Noord-Brabant en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2022 met 1 à 2% gestegen, terwijl de grondprijs in Zeeland gelijk bleef (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Drenthe, Fryslân en Groningen
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2021Q3-2022Q2) varieert van 0,97% in Flevoland tot 2,23% in Noord-Brabant (figuur 7). In vergelijking met een jaar eerder (2020Q3-2021Q2) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit in meer of mindere mate afgenomen: van 0,2 procentpunten in Overijssel tot 0,9 procentpunten in Utrecht. In Noord-Holland, Zuid-Holland, Groningen, Drenthe en Zeeland is de relatieve mobiliteit niet of heel licht gestegen, met een maximum van 0,2 procentpunten in Zeeland.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.
In dit kwartaalbericht leest u de laatste stand van zaken op de agrarische grondmarkt. Zoals de landelijke ontwikkelingen in grondmobiliteit en prijzen van bouw- en grasland. Bent u benieuwd naar deze cijfers op provinciaal niveau? Ga dan direct naar:
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 2e kwartaal van 2024 uitgekomen op € 84.400 per ha (figuur 1). Dat is 7,1% boven de grondprijs in het 1e kwartaal van 2024 en de gemiddelde grondprijs over heel 2023, beide € 78.800 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland steeg in het 2e kwartaal van 2024 met 10,8% naar € 98.300 per ha (figuur 1). Dat is 8,1% boven de gemiddelde prijs van bouwland over heel 2023 van € 90.900 per ha.
De gemiddelde prijs van grasland is in het 2e kwartaal van 2024 met 4,8% gestegen tot € 76.800 per ha (figuur 1). Dat is 10,7% boven de gemiddelde prijs van grasland in 2023 van € 69.400 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 2e kwartaal van 2024 met 2,8% gestegen tot € 81.400. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 2e kwartaal van 2024 is 7.200 ha landbouwgrond verhandeld, 400 ha (6%) meer dan in hetzelfde kwartaal van 2023 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2023Q3 tot en met 2024Q2) is in totaal 29.100 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is evenveel als in dezelfde periode een jaar eerder (2022Q3-2023Q2). De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,62%, en is daarmee gelijk aan de mobiliteit in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 2e kwartaal van 2024 uiteen van € 60.700 in Fryslân tot € 185.100 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 68.900 (Groningen) en € 94.500 per ha (Noord-Brabant).
De landelijke agrarische grondprijs is in het 2e kwartaal van 2024 met 7,1% gestegen (zie hiervoor), terwijl de grondprijzen in bijna alle provincies minder hard toenamen of (heel) licht daalden (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincie Groningen daalde de gemiddelde agrarische grondprijs – vergeleken met het 1e kwartaal van 2024 – in het 2e kwartaal van 2024 met 2% naar € 68.900 per hectare; in Fryslân en Drenthe is de grondprijs gelijk gebleven, respectievelijk € 60.700 en € 74.400 per hectare (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Gelderland en Overijssel nam de gemiddelde agrarische grondprijs – vergeleken met het voorliggende kwartaal – in het 2e kwartaal van 2024 met respectievelijk 2% en 3% toe. In Gelderland kwam de grondprijs uit op € 79.500 per hectare, in Overijssel op € 78.600 per hectare (figuur 4).
In de provincie Flevoland steeg de gemiddelde agrarische grondprijs – vergeleken met een kwartaal eerder - in het 2e kwartaal van 2024 met 1% naar € 185.100 per hectare (figuur 5).
Grondprijsontwikkeling Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland
In alle 3 de provincies steeg de gemiddelde agrarische grondprijs – ten opzichte van het 1e kwartaal van 2024 – in het 2e kwartaal van 2024. In Noord-Holland steeg de grondprijs naar € 79.900 per hectare (+2%), in Zuid-Holland kwam deze uit op € 86.100 per hectare (+7%) en in Utrecht bereikte de grondprijs het niveau van € 82.800 per hectare (+5%) (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Noord-Brabant en Zeeland steeg de gemiddelde agrarische grondprijs – vergeleken met het 1e kwartaal van 2024 - in het 2e kwartaal van 2024 met respectievelijk 5% naar € 94.500 per hectare en met 7% naar € 83.700 per hectare; in Limburg bleef de grondprijs vrijwel gelijk op € 85.900 per hectare (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert over de 4 laatste kwartalen (2023Q3-2024Q2) van 1,21% in Groningen tot 2,21% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2022Q3-2023Q2) is de relatieve grondmobiliteit het sterkst gedaald in Flevoland en Utrecht met respectievelijk 0,5 en 0,4 procentpunt, en het sterkst gestegen in Fryslân met 0,3 procentpunt.
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster. Wilt u in vervolg het kwartaalbericht direct in uw mail ontvangen? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail.
Thema: Agrariërs verwerven meeste landbouwgrond, maar hun aandeel daalt
Nederland staat momenteel voor een reeks ingrijpende veranderingen die steeds meer van de schaarse grond vragen. Denk maar eens aan:
het streven naar voldoende betaalbare woningen
de overstap naar duurzame energieproductie
de transitie naar kringlooplandbouw met behoud van een gezonde en diverse natuur
Met deze ‘grote verbouwing van Nederland’ in het achterhoofd, onderzochten we samen met Wageningen Economic Research welke partijen actief zijn op de agrarische grondmarkt. Landbouwgrond is een schaars goed, waarin slechts beperkt handel plaatsvindt.
Agrarische ondernemers verhandelden het grootste deel van de landbouwgrond. Toch nam hun aandeel de afgelopen 10 jaar af. Het aandeel van beleggers, natuurorganisaties en overheden nam juist toe.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 2e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 73.600 per ha (figuur 1). Dat is 7,3% lager dan in het 1e kwartaal van 2023 (€ 79.400 per ha), en vrijwel gelijk aan de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 2e kwartaal van 2023 met 8% gedaald naar € 84.900 per ha (figuur 1). Dat is een fractie boven de gemiddelde prijs in 2022 van € 84.500 per ha. De gemiddelde prijs van grasland is in het 2e kwartaal van 2023 met 1,2% afgenomen tot € 68.000 per ha (figuur 1). Dat ligt nog 2,7% boven de gemiddelde prijs van grasland in 2022 van € 66.200 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 2e kwartaal van 2023 met 5,8% gezakt tot € 73.000 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 2e kwartaal van 2023 is 6.800 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 200 ha (2%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q3 tot en met 2023Q2) is in totaal 29.100 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 1.200 ha (4%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q3-2022Q2). De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,62%, tegen 1,68% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. Deze kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 2e kwartaal van 2023 uiteen van € 60.700 in Fryslân tot € 161.900 per ha in Flevoland (kaart 1). In de 3 zuidelijke provincies en in Noord-Holland ligt de grondprijs tussen ongeveer € 81.000 en € 85.000 per ha, en in de overige 6 provincies (in het noorden, oosten en midden van het land) zit de prijs rond € 70.000 per ha.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 2e kwartaal van 2023 met ruim 7% gedaald (zie hiervoor), terwijl de grondprijs in slechts 4 provincies is afgenomen met 1% tot 3% (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincies Groningen en Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 5% à 6% toegenomen, terwijl die in Drenthe heel licht (1%) is gedaald (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Overijssel en Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met respectievelijk 1% en 2% gestegen (figuur 4).
In de provincie Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 2% gestegen, terwijl in Noord-Holland en Zuid-Holland de grondprijs met ruim 1% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In provincie Zeeland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 3% afgenomen, terwijl in Noord-Brabant en Limburg de grondprijs met respectievelijk 1% en 2% is gestegen (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2022Q3-2023Q2) varieert van 1,14% in Fryslân tot 2,01% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q3-2022Q2) is in 8 provincies de relatieve grondmobiliteit afgenomen, met de grootste daling in Noord-Brabant van 0,3 procentpunt. In 3 provincies is de relatieve grondmobiliteit gestegen, van Zeeland (0,2%) via Utrecht (0,4%) tot 1,0 procentpunt in Flevoland.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.
Momenteel wordt veel gesproken over extensivering van landbouwgrond. 'Landschapsgrond' is een nieuwe vorm van grondgebruik die tussen natuur en landbouw in ligt. Dit nieuwe begrip is in het coalitie-akkoord opgenomen. Extensivering van landbouwgrond leidt tot een lagere waardering van de grond. Samen met Wageningen Economic Research onderzocht het Kadaster de prijsontwikkeling van natuurgrond in de periode 2012 tot en met 2022. Dit onderzoek geeft inzicht in de huidige waardering van natuurgrond.
Grondprijzen natuur lopen uiteen
De grondprijzen van verschillende soorten natuur in Nederland lopen uiteen. Deze prijsverschillen hebben te maken met de mogelijke inkomsten uit de grond. Zo was de prijs van bosgrond in de periode 2012-2022, gemiddeld 17.800 euro per hectare. Natuurlijk grasland (dat is grasland waarop ook agrarisch medegebruik mogelijk is) 35.300 euro per hectare.
Grondprijs bosgrond sterk gestegen
Het onderzoek laat verder zien dat de prijs van bosgrond van 2012 tot en met 2022 met 46% steeg. De grootste prijsstijging vond plaats in 2022. Als we rekening houden met de inflatie, dan is de reële prijs van bosgrond in die periode met 12% gestegen. Dat betekent dat de prijs van bosgrond de afgelopen 10 jaar dus sneller steeg dan de consumentenprijzen.
Wilt u meer weten? Lees het volledige onderzoek in de themabijlage.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 4e kwartaal van 2022 met 2,5% gestegen ten opzichte van het 3e kwartaal: van € 75.200 naar € 77.100 per ha (figuur 1). Over heel 2022 is de grondprijs uitgekomen op € 73.400 per ha, 5,8% hoger dan in 2021 (€ 69.400 per ha).
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland steeg in het 4e kwartaal van 2022 met ruim 3% naar € 88.900 per ha (figuur 1). Over heel 2022 ligt de gemiddelde grondprijs van bouwland op € 84.500 per ha, 7,6% boven de prijs in 2021 (€ 78.500 per ha).
De gemiddelde prijs van grasland nam in het 4e kwartaal van 2022 met ruim 3% toe tot € 69.200 per ha (figuur 1). Over heel 2022 noteert grasland een gemiddelde prijs van € 66.200 per ha, 4,7% meer dan in 2021 (€ 63.200 per ha).
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 4e kwartaal van 2022 met ruim 7% gedaald tot € 74.600 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 4e kwartaal van 2022 is 11.000 ha landbouwgrond verhandeld (figuur 2), 1.400 ha (15%) meer dan in hetzelfde kwartaal van 2021. In heel 2022 is 30.800 ha grond verhandeld. Dat is 6% minder dan in 2021, toen 32.700 ha werd overgedragen.
De relatieve grondmobiliteit – de verhandelde oppervlakte afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – kwam in 2022 uit op 1,71% tegen 1,81% in 2021.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 6 geven de ontwikkeling van de prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De prijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen.
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 4e kwartaal van 2022 uiteen van € 56.800 in Fryslân tot € 153.800 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies varieert de grondprijs in het 4e kwartaal van 2022 tussen € 65.800 (Gelderland) en € 85.200 per ha (Zeeland).
In de provincie Drenthe is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2022 met 4% toegenomen, terwijl die in Groningen en Fryslân nagenoeg gelijk is gebleven (figuur 3).
In de provincies Flevoland en Overijssel is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2022 met respectievelijk 4% en 3% gestegen, terwijl die in Gelderland met 3% is gedaald (figuur 4).
In de provincie Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2022 met 5% gestegen. In Zuid-Holland daalde de grondprijs met 2%, en in Noord-Holland bleef de grondprijs gelijk (figuur 5).
In de provincies Zeeland, Limburg en Noord-Brabant is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2022 gestegen, met respectievelijk 8%, 6% en 2% (figuur 6)..
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert in 2022 van 1,23% in Overijssel en 1,28% in Fryslân, tot 2,34% in Limburg (figuur 7). In vergelijking met 2021 is in 5 provincies de relatieve grondmobiliteit met ongeveer 0,3 procentpunten afgenomen, te weten Fryslân, Overijssel, Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. In Utrecht steeg de grondmobiliteit met 0,5 procentpunten, terwijl in de overige provincies de veranderingen in mobiliteit onder de 0,2 procentpunten bleven.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.
Thema: Invloed van Natura 2000-gebieden op de agrarische grondmarkt
Samen met Wageningen Economic Research onderzocht het Kadaster of de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden de prijsontwikkeling van landbouwgrond beïnvloedt.
Agrarische grond binnen Natura 2000-gebieden lager in prijs
Het onderzoek laat zien dat de prijs van agrarische grond binnen de stikstof-gevoelige Natura 2000-gebieden bijna 30% lager ligt dan de prijs van grond die niet bij dergelijke Natura 2000-gebieden ligt. Ook de mobiliteit van agrarische grond binnen Natura 2000-gebieden ligt beduidend lager dan de mobiliteit van agrarische grond buiten de Natura 2000-gebieden.
Overigens ligt slechts 3% van de agrarische grond in Nederland binnen Natura 2000-gebieden. Agrarische grond binnen 2.500 meter van een stikstof-gevoelig Natura 2000-gebied is de afgelopen 10 jaar 4 à 5% lager geprijsd dan de grond buiten deze 2.500 meter. In de afgelopen jaren is hierin geen duidelijke toe- of afname vastgesteld.
Wilt u meer weten? Lees het volledige onderzoek in de themabijlage.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 1e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 79.400 per ha (figuur 1). Dat is 3% hoger dan in het 4e kwartaal van 2022 (€ 77.100 per ha), en 8,2% boven de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland steeg in het 1e kwartaal van 2023 met 3,7% naar € 92.200 per ha (figuur 1). Dat is 9,1% boven de gemiddelde prijs over heel 2022 van € 84.500 per ha. De gemiddelde prijs van grasland is in het 1e kwartaal van 2023 met 0,6% gedaald tot € 68.800 per ha (figuur 1). Dat is 3,9% meer dan de gemiddelde prijs van grasland over heel 2022 van € 66.200 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 1e kwartaal van 2023 met 3,9% gestegen tot € 77.500 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 1e kwartaal van 2023 is 6.300 ha landbouwgrond verhandeld (figuur 2); bijna 1.600 ha (20%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022. Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q2 tot en met 2023Q1) is in totaal 29.300 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 2.000 ha (6%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q2-2022Q1).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,63%, tegen 1,74% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De prijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen.
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 1e kwartaal van 2023 uiteen van € 57.700 in Fryslân tot € 160.600 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies varieert de grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 tussen € 67.300 (Groningen) en € 87.500 per ha (Zeeland).
In de provincies Drenthe en Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met 1% à 2% toegenomen, terwijl die in Groningen met 5% is gedaald (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Gelderland en Overijssel is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met respectievelijk 3% en 4% gestegen (figuur 4).
In de provincies Zuid-Holland en Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met 3% à 4% gestegen, terwijl in Noord-Holland de grondprijs met 2% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met 2% à 3% gestegen (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2022Q2-2023Q1) varieert van 1,17% in Overijssel tot 2,23% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q2-2022Q1) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit in meer of mindere mate afgenomen: van 0,1 procentpunt in Gelderland tot 0,3 procentpunt in Noord-Brabant, Overijssel en Zuid-Holland. In 5 provincies is de relatieve grondmobiliteit gestegen, van 0,1 procentpunt in Groningen en Zeeland tot 0,4 procentpunt in Utrecht.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.
De overheid heeft regelmatig grond van particulieren of bedrijven nodig voor maatschappelijke doelen, zoals wegen, woningbouw of natuurcompensatie. Dat gebeurt onder meer door grond aan te kopen, of door grond te ruilen via herverkaveling. Werkt dat niet, dan kan de overheid een procedure starten om eigendom gedwongen over te nemen: onteigening. Dit gebeurt onder strenge voorwaarden, aangezien het eigendomsrecht sterk beschermd wordt.
Onderzoek naar 27 jaar onteigeningen
Het Kadaster onderzocht de inzet van onteigening door de overheid tussen 1 januari 1995 en 30 september 2021.
Uit dit onderzoek blijkt dat bijna 85% van de grond voorafgaand of tijdens de onteigeningsprocedure in goed overleg wordt overgedragen aan de overheid. Van de 3.008 hectare die gedwongen onteigend is, bedroeg 62% agrarische grond. Onteigeningen vonden gedurende deze periode, met name in de Randstedelijke provincies plaats. Hoewel het aantal onteigeningen en onteigende percelen sinds 1995 is afgenomen, geldt dat niet voor de onteigende oppervlakte.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 3e kwartaal van 2022 uitgekomen op € 75.300 per ha (figuur 1). Dat is 9,1% hoger dan in het 2e kwartaal van 2022 (€ 69.000 per ha), en 8,5% meer dan de gemiddelde grondprijs over heel 2021 van € 69.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland steeg in het 3e kwartaal van 2022 met 9,8% naar € 86.100 per ha (figuur 1). Dat is bijna 10% hoger dan de gemiddelde prijs over heel 2021 (€ 78.500 per ha).
De gemiddelde prijs van grasland is in het 3e kwartaal van 2022 met 5,5% gestegen tot € 67.100 per ha (figuur 1). Dat is ruim 6% meer dan de gemiddelde prijs van grasland over heel 2021 (€ 63.200 per ha).
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 3e kwartaal van 2022 met 9,5% gestegen tot € 80.500 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 3e kwartaal van 2022 is 5.000 ha landbouwgrond verhandeld (figuur 2), bijna 900 ha (15%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2021. Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2021Q4 tot en met 2022Q3) is in totaal 29.600 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 5.200 ha (15%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2020Q4-2021Q3).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,64%, tegen 1,93% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen; figuren 3 tot en met 6 geven de ontwikkeling van de prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De prijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 3e kwartaal van 2022 uiteen van € 56.100 in Fryslân tot € 147.900 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies varieert de grondprijs in het 3e kwartaal van 2022 tussen € 65.200 (Utrecht) en € 84.200 per ha (Noord-Holland).
In de provincies Fryslân en Drenthe is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2022 met respectievelijk ruim 5% en 2% toegenomen, terwijl die in Groningen nagenoeg gelijk is gebleven (figuur 3).
In de provincie Flevoland steeg de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2022 met bijna 4%; in Gelderland en Overijssel bleef de stijging van de grondprijs beperkt tot 1 à 2% (figuur 4).
In de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2022 met respectievelijk 6% en 2% gestegen, terwijl die in Utrecht praktisch gelijk bleef (figuur 5).
In de provincies Zeeland en Noord-Brabant is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2022 heel licht gedaald (1%), en in Limburg nam de grondprijs iets toe (1%) (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Drenthe, Fryslân en Groningen
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2021Q3-2022Q2) varieert van 0,97% in Flevoland tot 2,23% in Noord-Brabant (figuur 7). In vergelijking met een jaar eerder (2020Q3-2021Q2) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit in meer of mindere mate afgenomen: van 0,2 procentpunten in Overijssel tot 0,9 procentpunten in Utrecht. In Noord-Holland, Zuid-Holland, Groningen, Drenthe en Zeeland is de relatieve mobiliteit niet of heel licht gestegen, met een maximum van 0,2 procentpunten in Zeeland.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per mail met het aanmeldformulier.