Met de nieuwe versie van BAG API Individuele bevragingen krijgt u meer inzicht in de ontwikkeling van adressen. Historische gegevens zijn beter toegankelijk. En u ziet welke geplande adressen ooit in de BAG zijn opgenomen, maar voor de ingangsdatum weer zijn ingetrokken. Versie 3 verschijnt in de 1e helft van 2027.
Adressen beter volgen door de tijd
Met de nieuwe versie van de BAG API bekijkt u de hele adresgeschiedenis. Hierdoor krijgt u eenvoudiger antwoord op vragen als:
Heeft dit adres ooit bestaan?
Bestaat dit adres in de toekomst?
Wanneer is of wordt dit adres geldig?
Ingetrokken situaties blijven zichtbaar
Nieuw is dat geplande situaties die ingetrokken zijn, zichtbaar blijven. Soms wordt een adres als geplande wijziging in de BAG opgenomen, maar voor de ingangsdatum weer ingetrokken. Ook als een adres daardoor nooit geldig is geworden, blijft zichtbaar dat het ooit in de BAG stond. Deze mogelijkheid geldt voor openbare ruimten en nummeraanduidingen. Zo ontstaat een completer beeld van adressen door de tijd.
Technische verbeteringen
Versie 3 bevat ook verschillende technische verbeteringen. Deze verbeteringen maken de BAG API gebruiksvriendelijker. Ook sluit het beter aan op actuele API community standaarden. De belangrijkste verbeteringen zijn:
Locatiegegevens worden opgehaald via de nieuwe Location API van PDOK. Deze API bevat meer bronnen van de Locatie server.
Foutmeldingen geven duidelijker aan welke parameter of combinatie van parameters niet juist is ingevuld.
De endpoints voor adressen en uitgebreide adressen zijn samengevoegd tot 1 endpoint.
De namen van de endpoints sluiten aan op de NL API Design Rules.
Veelgebruikte API
De BAG API Individuele Bevragingen wordt veel gebruikt. Alleen al in 2025 werd de API ruim 261 miljoen keer bevraagd.
Beschikbaarheid
In de 1e helft van 2027 komt versie 3 van de BAG API Individuele Bevragingen beschikbaar. Meer informatie over de specificaties en de planning leest u hier op kadaster.nl.
Meer informatie
Wilt u een volledig overzicht van alle BAG producten? Kijk dan op de pagina BAG producten.
Het West-Afrikaanse land Benin heeft naar schatting 8 miljoen percelen. Maar van slechts ongeveer 60.000 is het eigendom officieel vastgelegd. In de afgelopen 5 jaar heeft de nationale kadasterorganisatie van Benin procedures en systemen ontwikkeld om de manier van landregistratie te vereenvoudigen en te versnellen.
Bestaande methoden te complex en te duur
Ruim 5 jaar geleden werd het de Beninse regering duidelijk dat het onmogelijk was om in korte tijd een landsdekkend kadaster in te richten met de bestaande landregistratiemethoden. De methoden waren te ingewikkeld en te duur. De regering vroeg Nederland om advies en ondersteuning. De basis van de oplossing voor Benin is de introductie van de fit-for-purpose methode. Hiermee is een eenvoudigere vorm van eigendomsregistratie op maat gemaakt voor Benin.
IT-ontwikkeling door lokale teams
Lokale IT'ers ontwikkelden tijdens het project een mobiele app voor het registreren van meetgegevens. Een ander team ontwikkelde een kadastrale database met alle software om de gegevens daarin te registreren en beheren. Het resultaat mag er zijn. Zo’n 450.000 percelen verspreid over 12 gemeenten zijn al opgenomen in het nieuwe, digitale kadaster.
Heel Benin snel in kaart
Het fundament voor een landsdekkend kadaster ligt er nu. De methoden en systemen zijn beschikbaar. Ook ligt er een aanpak om de gegevens die worden verzameld bij te houden zodat de registratie actueel en betrouwbaar blijft. Toen president Talon van Benin in 2022 Nederland bezocht, gaf hij aan heel Benin snel in kaart te willen brengen met deze aanpak. De plannen daarvoor worden nu uitgewerkt.
Meer informatie
De Nederlandse organisaties die meewerkten aan het project waren:
MDF Training & Consultancy
VNG International
het Kadaster
Het project is betaald door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Terzake
Dit artikel komt uit het Kadastermagazine Terzake van september 2023.
Afgelopen jaar is een recordhoeveelheid grond via kavelruil van eigenaar gewisseld. Dit onderzoek geeft inzicht in de kenmerken van kavelruilen, het aandeel in de agrarische grondhandel en de regionale spreiding. We vergelijken recente cijfers met onderzoek uit 2012-2016.
Tussen juli 2023 en juni 2024 werd 13.200 hectare overgedragen via kavelruil. Dit is 31% van de totale grondhandel. Veel hoger dan het jaarlijkse gemiddelde van 18% in 2012-2016.
Het aantal kavelruilakten steeg van 190 naar 309. De totaal geruilde oppervlakte steeg van 7.100 naar 13.200 hectare.
3. De geruilde oppervlakte per kavelruil verschilt sterk. Dit kan minder dan 10 hectare zijn, maar ook meer dan 300 hectare. Gemiddeld wordt per kavelruil 43 hectare geruild.
4. Kavelruil vindt vooral plaats in Noordoost-Nederland. In de rest van Nederland stijgt het aantal kavelruilen ook. Alleen in Zuid-Limburg daalde de oppervlakte van de kavelruilen sterk.
5. Bij ongeveer 35% van de totale oppervlakte en 23% van de kavelruilakten is een overheid betrokken als inbrengende of toegedeelde partij.
Over dit onderzoek
Dit onderzoek is uitgevoerd door Sanne Meijer en Paul Peter Kuiper. Sanne Meijer studeert Notarieel Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en liep in de zomer van 2024 stage bij het Kadaster. Paul Peter Kuiper is expert vastgoed en grond in het landelijk gebied bij het Kadaster.
Meer weten?
Hebt u vragen of opmerkingen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied.
Voor het bouwen van woningen, het maken van waterbergingen en natuurontwikkeling zoeken overheden naar geschikte plekken in het landelijk gebied. Ze kopen hiervoor landbouwgrond en veranderen deze naar nieuwe functies.
Maar hoeveel landbouwgrond hebben overheden? En waar in Nederland ligt deze grond? We onderzochten het samen met Wageningen Economic Research.
Eind 2023 bezitten overheden in Nederland samen in totaal ruim 190.000 hectare landbouwgrond. Dat is 11% van de totale oppervlakte aan landbouwgrond in Nederland.
Staatsbosbeheer heeft als overheidsorganisatie met 53.000 hectare de grootste oppervlakte aan landbouwgrond. Deze grond heeft primair een natuurfunctie, maar wordt voor een deel ook extensief agrarisch gebruikt.
De provincies bezitten samen een totale oppervlakte van ruim 21.000 hectare aan landbouwgrond.
In Flevoland is maar liefst 38% van alle landbouwgrond in eigendom van overheden. In Noord-Holland ligt dit percentage met 16% ook boven het landelijke gemiddelde van 11%.
In de provincies Limburg en Noord-Brabant bezitten gemeenten opvallend veel landbouwgrond. In Limburg bezitten gemeenten 53% en in Noord-Brabant 41% van alle landbouwgrond in overheidseigendom.
Duurzame landbouwinitiatieven dragen bij aan NPLG-doelen
Student Nienke Hellinga onderzocht hoe 31 agrarische initiatieven bijdragen aan duurzaamheidsdoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit zijn initiatieven zoals Herenboeren of duurzame pacht. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond.
Er bestaat geen algemene definitie van het begrip ‘landschapsgrond’. In de literatuur worden vaak de termen extensieve of natuurinclusieve landbouw gebruikt.
Het uitvoeren van NPLG-doelen op agrarische bedrijven vereist maatwerk tot op bedrijfsniveau.
Er zijn een aantal grote landelijke initiatieven waar meerdere agrarische bedrijven onder vallen. Deze groeien relatief snel. Toch is hun totale oppervlakte nog beperkt. Ongeveer 1.600 hectare.
Het uitbreiden van initiatieven is lastig. Dit heeft een aantal oorzaken. Er is weinig agrarische grond beschikbaar, agrarische grond is erg duur, grotere initiatieven zijn afhankelijk van investeerders en er kan sprake zijn van onderlinge concurrentie. Tot slot kunnen de eisen die deze initiatieven stellen de vrijheid van de deelnemende boeren beperken.
Extensiveringsmaatregelen hebben invloed op de waardering van agrarische grond. Bij extensiveren staan er bijvoorbeeld meer dieren op minder grond. Hierdoor kunnen dieren meer en langer buiten in de weide staan. De huidige waardering van agrarische grond staat extensivering in de weg.
Over dit onderzoek
Dit is een samenvatting van het stageonderzoek dat Nienke Hellinga bij het Kadaster heeft uitgevoerd. Zij is student Resilient Farming and Food Systems aan de Wageningen Universiteit. Zij onderzocht 31 agrarische initiatieven om te bepalen op welke manier ze bijdragen aan de NPLG-doelen. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond.
Kwartaalbericht agrarische grondmarkt
Dit is het onderzoek bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail.
Hoeveel landbouwgrond koopt en verkoopt de overheid?
Waarom kopen en verkopen overheden landbouwgrond? Om hoeveel landbouwgrond gaat het in de periode 2012 tot 2024? En hoeveel grond verhandelden overheden onderling? Wij onderzochten hoe de overheid zich beweegt op de agrarische grondmarkt.
De Nederlandse overheden kochten van 2012 tot en met 2023 ruim 33.000 hectare landbouwgrond. Dat is 8% van het verhandelde landbouwgrond.
De jaarlijkse hoeveelheid aangekochte grond lag tussen de 2.000 en 3.000 hectare. Met uitzondering van 2020, toen werd meer dan 3.600 hectare aangekocht.
In de afgelopen 12 jaar werd 11.000 hectare (33%) tussen overheden onderling verhandeld.
Provincies kochten de meeste grond (38%), gevolgd door de gemeenten (27%), de rijksoverheden (22%) en waterschappen (9%).
Rijksoverheden verkochten in deze periode meer landbouwgrond dan ze aankochten. Provincies, waterschappen en overige overheden kochten juist meer. In totaal werd 1.000 hectare meer aangekocht, dan verkocht. De aan- en verkopen zijn in deze periode dus bijna gelijk.
Welke invloed hebben beleidsmaatregelen en marktontwikkelingen op de prijs van agrarische grond? En hoe heeft de prijs zich de afgelopen 12 jaar ontwikkeld? Wij onderzochten het.
De gemiddelde prijs van agrarische grond is € 85.300 per hectare in 2024. Dat is 2 keer zoveel als 12 jaar geleden. Per jaar steeg de prijs gemiddeld met 5,1%.
In 2024 werd 31.500 hectare grond verhandeld. Dat is 15,1% meer dan in 2023. Een trendbreuk, want in de jaren hiervoor daalde het aantal verhandelde hectaren steeds.
In de periode 2012 tot en met 2024 daalde alleen in 2019 de prijs voor akkerland, grasland en het totaal van akker-, gras- en snijmaïsland samen.
De prijs voor bouwland steeg gemiddeld met 5,5% per jaar. Een grotere stijging dan de prijs voor grasland (4,9%) en snijmaïs (4,6%).
In 2024 was de prijs van bosgrond € 22.500 per hectare. Dat is 23,9% hoger dan 10 jaar geleden.
Nederland bouwt verder (maar wel bínnen de bebouwde kom)
We bouwen in Nederland zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom. Maar hoe ziet dit er in de praktijk uit? En hoe zijn bebouwde kommen tussen 2016 en 2023 gegroeid?
Iets meer dan 15% van het Nederlandse landoppervlak ligt binnen de bebouwde kom. Dat is zo’n 500.000 hectare. Tussen 2016 en 2023 zijn bebouwde kommen gegroeid: er is 8.000 hectare bij gekomen.
Eind 2022 stonden er in Nederland ongeveer 13,7 miljoen gebouwen. Hiervan stond zo’n 90% binnen de bebouwde kom. Tussen 2016 en 2023 zijn er in het hele land ruim 800.000 nieuwe gebouwen gebouwd.
In ongeveer 270.000 van deze nieuwe gebouwen zitten woningen. In 1 gebouw kunnen meerdere woningen zitten. Op deze manier zijn er zo meer dan 450.000 nieuwe woningen toegevoegd. Hiervan ligt zo’n 80% binnen de bebouwde kom zoals die er in 2016 uitzag. Ongeveer 15% ligt in het gebied dat in 2016 nog niet bij de bebouwde kom hoorde, in 2023 wel.
Door nieuwbouw zijn de bebouwde kommen tussen 2016 en 2023 steeds voller geraakt. In 2023 is gemiddeld 18,4% van de oppervlakte van de bebouwde kommen bebouwd. Hier zijn landelijk grote verschillen: sommige kommen zijn minder dan 5% voller gebouwd, terwijl het in andere kommen 50% is.
Bijna 20% van de nieuwe gebouwen staat op een plek waar in 2015 ook al een gebouw stond. Hier is dus een gebouw gesloopt voor er iets nieuws werd gebouwd. Alleen in de tussen 2016 en 2023 nieuw toegevoegde stukken bebouwde kom ligt dit een stuk lager. Daar is iets meer dan 1% van alle panden sloop-nieuwbouw.
Over dit onderzoek
Dit onderzoek is uitgevoerd door Diane Stiemer en Marion Plegt. Zij maakten gebruik van de data van de Monitor Landschap. Dat is een samenwerkingsverband tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Wageningen Environmental Research, LandschappenNL en het Kadaster. De Monitor toont veranderingen van het Nederlandse landschap buiten de bebouwde kommen aan de hand van 6 indicatoren. Voor bebouwde kommen gebruikten we de grenzen uit de TOP10NL.
We introduceren een nieuwe agrarische grondprijsindex. In deze toelichting leest u waarom we dat doen en waaruit de index bestaat. Deze agrarische grondprijsindex nemen we vanaf nu jaarlijks op in het 4e kwartaalbericht over de agrarische grondmarkt.
Of bekijk 3 voordelen van de nieuwe grondprijsindex.
3 voordelen
De berekening van een gemiddelde grondprijs wordt soms sterk bepaald door enkele grote grondtransacties met een hoge prijs. Een prijsindex corrigeert dit effect. Het geeft daardoor een beter beeld van de prijsontwikkeling van alle agrarische grond in Nederland.
De nieuwe grondprijsindex corrigeert de grondprijscijfers naar het type grondgebruik. Denk hierbij aan bouwland, grasland, of snijmaisland. Wanneer er relatief veel dure bouwlandpercelen worden verkocht, kan dit het gemiddelde vertekenen. Dit effect wordt in de index gecorrigeerd door rekening te houden met de totale voorraad bouwland, grasland en snijmaïs.
De nieuwe index houdt ook rekening met de verschillende prijsniveaus in verschillende provincies. Wanneer relatief veel grond in een goedkoper gebied wordt verkocht, daalt het gemiddelde onevenredig. Door rekening te houden met de locatie van de transacties corrigeert de index dit effect
Over deze toelichting
Dit toelichting beschrijft de methodiek en de betekenis van de prijsindex, maar bevat nog geen beschrijving van de langjarige indexcijfers en de ontwikkelingen die we daarin zien. Deze informatie volgt in het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 4e kwartaal.
Deze toelichting hoort bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 3e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht kunt u op deze pagina lezen. Het kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail.
In de afgelopen 30 jaar is in de Krimpenerwaard veel grond vrijgemaakt om natuur te kunnen ontwikkelen. Overheden en andere partijen hebben verschillende grondinstrumenten gebruikt om ruimte te maken voor natuurontwikkeling. We onderzochten welke instrumenten werden ingezet en hoe effectief deze instrumenten waren.
De betrokken partijen gebruikten verschillende manieren om grond vrij te maken voor natuur. Bijvoorbeeld vrijwillige overdacht, vrijwillige kavelruil, ruil, landinrichting of onteigening. Maar ook zogenaamde zelfrealisatie, waarbij de eigenaar van de grond zelf voor natuurontwikkeling zorgt.
Verschillende factoren leidden tot vertraging. Bijvoorbeeld tijdens het project van strategie veranderen. En ook de keus voor vrijwillige overdracht en vrijwillige kavelruil kost veel tijd. Het is in die gevallen onzeker hoe lang een project duurt.
De beschikbaarheid van grond was belangrijk voor het succesvol ontwikkelen van de natuur in de Krimpenerwaard. Net als de mogelijkheid om grond te kunnen onteigenen. Het hielp ook om verschillende instrumenten te combineren. Dat zorgt voor flexibiliteit en de mogelijkheid tot maatwerk.
Over het onderzoek
Het onderzoek deden we samen met Wageningen Environmental Research, in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Stabiliteit, zekerheid en uniformiteit. Daar staat Ruben Roes voor. Als hoofdbewaarder is hij aanspreekpunt voor de raad van bestuur en voor ketenpartners. Zoals het notariaat. “Er moet 1 lijn zijn in hoe wij als bewaarders optreden.”
De 3 pijlers van rechtszekerheid
Het werk van het Kadaster leunt op 3 pijlers: “Onze gegevens moeten juist, actueel en toegankelijk zijn. Dat vraagt om snelle en correcte verwerking, goede beveiliging en continuïteit.” Een hele verantwoordelijkheid, maar juist dat maakt het werk zo mooi. “Als er een vraagstuk ligt rondom registratie en we kunnen daar een goede oplossing voor vinden, dan word ik daar echt blij van.”
Eenduidig en betrouwbaar
Daarbij is het belangrijk dat de medewerkers van het Kadaster eenduidig zijn in hun werkwijze en beslissingen. Soms komt er een signaal binnen dat dat niet zo is. Bijvoorbeeld bij de bewaarderstelefoon of via een accountmanager. “We willen voorkomen dat medewerker A iets anders doet dan medewerker B. Dan gaan we op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe gaan we als Kadaster hiermee om?” Zo weten notarissen waar ze op kunnen rekenen.
Stabiliteit en vertrouwen als basis van onze welvaart
Maar het gaat verder dan het oplossen van individuele gevallen. “Ik werk bij een organisatie met een maatschappelijke taak. Het is essentieel dat eigendom goed geregistreerd is. Dat zorgt voor stabiliteit en vertrouwen tussen burgers, bedrijven en overheid. Dat is de basis van onze welvaart.”
Luisteren naar signalen uit de praktijk
Daarbij luisteren de bewaarders goed naar signalen uit de praktijk. “Die bespreken we met klantenservice en accountmanagement. Een mooi voorbeeld van iets dat we recent hebben opgepakt is de toegankelijkheid van erfdienstbaarheden. Daarvoor hebben we de erfdienstbaarhedenviewer ontwikkeld, die enorm veel gebruikt wordt. In juni stellen we die ook beschikbaar voor andere zakelijke klanten.”
Mijn doel: 90% akten automatisch verwerkt
Voor het bewaken van de continuïteit ziet hij veel kansen in automatisering. “Er wordt nog te veel overgetypt. Dat is zonde van het werk. Met moderne technologie kunnen we veel meer automatiseren.” Het notariaat zet stappen met de digitale akte. “Met KIK wordt nu 45% van de akten automatisch verwerkt. Maar ik vind dat we naar 90% toe kunnen. De middelen zijn er. Het gaat er vooral om dat we het samen willen.”
Goedkoper en sneller inschrijven
Ook het meeleveren van essentialia bij akten helpt bij een snellere verwerking. “We willen dit in de toekomst ook verwerken in de tarieven. Als je essentialia meelevert, wordt inschrijven goedkoper en kunnen wij beter en sneller verwerken. Dat is een win-winsituatie.”
Een persoonlijke noot
Ook naast zijn werk heeft Roes een actief leven. “Ik squash graag en ik lees veel, op dit moment een nieuw boek van Dan Brown.” En hij zet zich in voor de lokale gemeenschap. “Ik ben vrijwilliger bij de plaatselijke voetbalclub, waar ik een deel van de organisatie regel voor jeugdteams.” En hij is actief in het amateurtoneel. “Elk jaar schrijf ik samen met iemand anders een script voor de Pronkzitting tijdens carnaval. En ik speel zelf ook mee.”
Een boodschap aan het notariaat
Tot slot heeft Roes nog een duidelijke wens. “Het werk van notarissen doet ertoe. Het biedt zekerheid en stabiliteit, precies wat ons land nodig heeft. Laten we continuïteit altijd op de eerste plaats zetten in alles wat we doen.”
Meer informatie
In deze serie portretten spraken we eerder al met een andere bewaarder:
De teboekstelling van een schip beoordelen, een complexe vraag beantwoorden aan de bewaarderstelefoon of werken aan de Kadasterwet van de toekomst. Geen werkdag is hetzelfde voor bewaarder Doris Smudde (32). En toch heeft alles voor haar dezelfde basis: betrouwbaarheid.
Van senior jurist naar bewaarder
“Ik werk inmiddels 5 jaar bij het Kadaster. Ik begon als senior jurist en groeide daarna door naar waarnemend bewaarder. Die rol vervulde ik bijna 1 jaar. Sinds begin dit jaar ben ik officieel benoemd tot bewaarder. Voor mijn tijd bij het Kadaster werkte ik in het notariaat als kandidaat notaris op de vastgoedsectie. Die ervaring gebruik ik nog elke dag."
Dagelijkse werkzaamheden
"Een belangrijk deel van mijn werk is de bewaarderstelefoon. Daar beantwoord ik vragen van notarissen over inschrijvingen. Ook help ik collega's bij vragen over het accepteren en verwerken van stukken. Dat doe ik vooral bij ingewikkelde dossiers, zoals complexe appartementssplitsingen of rechterlijke uitspraken. Ik beoordeel of deze uitspraken voldoen aan de inschrijvingsvereisten en bepaal hoe we ze op de juiste manier registreren.”
Afwisseling in werk: van percelen tot schepen
"Ik ben vaak te vinden op onze vestiging in Rotterdam. Daar werk ik aan landmeetkundige dossiers en werk ik veel samen met het team Schepen en Luchtvaartuigen. Ik beoordeel bijvoorbeeld of een schip te boek gesteld mag worden. Daarvoor geldt een specifiek juridisch kader, anders dan bij percelen en appartementsrechten. Juist die afwisseling maakt mijn werk boeiend. Geen dag is hetzelfde."
Investeren in nieuwe collega's
"Het opleiden van nieuwe collega’s is ook een belangrijk en waardevol onderdeel van mijn werk. Het opleidingstraject duurt ongeveer 2 jaar en is intensief. Als bewaarders geven wij de theorielessen en delen wij juridische kennis. Wij zijn als bewaarders wettelijk verantwoordelijk voor de inschrijving van stukken in de openbare register. Ook houden we de basisregistratie kadaster en de registraties voor schepen en luchtvaartuigen actueel. Na het succesvol afronden van de opleiding mogen nieuwe collega's deze werkzaamheden zelfstandig uitvoeren namens de bewaarder. We hechten veel waarde aan een goede opleiding. Zo kunnen collega’s later zelfstandig en zorgvuldig werken."
Betrouwbaarheid als uitgangspunt
"Een betrouwbare registratie is een grote drijfveer in mijn werk. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in het Kadaster kloppen. Dat geeft rechtszekerheid, nu en later. Door het opleiden van collega's en het duidelijk vastleggen van inschrijvingsbeleid, draag ik bij aan die betrouwbaarheid.”
Werken aan de herziening van de Kadasterwet
"Verder werk ik mee aan de herziening van de Kadasterwet. Deze wet regelt bijvoorbeeld de inschrijving van stukken in de openbare registers. Samen met het ministerie kijken we naar verbeteringen die passen bij huidige ontwikkelingen. Ook notarissen worden op een gegeven moment bij die gesprekken betrokken. Zo zorgen we dat de wet niet alleen juridisch klopt, maar ook goed werkt in de praktijk."
Opladen door sport en wandelen
“Naast mijn werk maak ik graag ruimte voor beweging en ontspanning. Ik wissel circuittraining, hardlopen en pilates af. Daarnaast wandel ik graag, vooral tijdens vakanties. Samen met mijn partner maak ik wandelreizen met een rugzak, van plek naar plek. Dat doen we in Schotland of Italië, maar ook in Peru of Japan. Ik hou van de natuur en al wandelend kan ik hier optimaal van genieten."
Meer informatie
Doris is niet de enige bewaarder die haar verhaal deelt. In deze serie portretten spraken we eerder al met andere bewaarders:
In Nederland zoeken we vaak ruimte om huizen te bouwen of natuurgebieden aan te leggen. Dan is het belangrijk om te weten van wie onze grond is. Maar van wie zijn landbouwgrond, natuurgebieden, water, wegen en de gebouwde omgeving in Nederland?
Bekijk de toelichting van Onderzoeker Research Diane Stiemer
Nederland in cijfers
Nederland en de Noordzee hebben in totaal een oppervlakte van 49.322 km2, verdeeld over 8,4 miljoen percelen. Het grootste deel van Nederland is landbouwgrond, gevolgd door water en natuur. In totaal heeft Nederland 4,4 miljoen eigenaren. De overheid is de grootste eigenaar, gevolgd door de particuliere eigenaren.
Landbouw
In totaal is er 20.214 km2 landbouwgrond. Dat is meer dan de helft van ons land, als je de Noordzee niet meerekent. Landbouw is bijvoorbeeld akkerland, grasland en kassen.
De landbouwgrond is erg versnipperd verdeeld over 280.000 eigenaren. Ongeveer 64% van de landbouwgrond is van particulieren. In Overijssel en Gelderland ligt de meeste landbouwgrond van particulieren.
Kerkelijke organisaties hebben weinig grond. Maar 89% van de grond die ze hebben is landbouwgrond.
Water
In totaal is er 15.598 km2 water. Dat is maar liefst 32% van Nederland, maar daarvan is precies de helft Noordzee. Bij water rekenen we ook meren en sloten mee.
Het water is verdeeld over bijna 12.000 eigenaren, vooral de overheid, natuurorganisaties en waterschappen. De grootste 10 eigenaren bezitten 96% van ons water.
De overheid is de grootste eigenaar van water. Dat komt doordat zij de Noordzee, Waddenzee en het IJsselmeer bezit. In Limburg hebben bedrijven 22% van het water, vooral voor zandwinning en projectontwikkeling.
Natuur
In totaal is er 5.847 km2 natuurgebied. Dat is bijna 12% van Nederland. Dit zijn alle natuurgebieden en nationale parken, maar ook bijvoorbeeld de bossen en duinen.
De natuur is verdeeld over bijna 60.000 eigenaren. De grootste eigenaren zijn Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de overheid. In Overijssel en Noord-Brabant bezitten particuliere eigenaren in verhouding veel natuur.
De meeste natuur ligt in Gelderland, in totaal bijna 1.400 km2. Dit is vooral de Veluwe. De plaatsen met de meeste natuur zijn Otterlo, Beekbergen en Nunspeet.
Bebouwde kom
In totaal is er 4.394 km2 bebouwde kom, dat is 9% van Nederland. Dit zijn 6 miljoen percelen, wat 70% van alle percelen is. De bebouwde kom is alles binnen de plaatsnaamborden.
De bebouwde kom is verdeeld over bijna 4 miljoen eigenaren. Gemeenten bezitten 46% van de bebouwde kom. Ook particulieren en woningcorporaties bezitten veel.
Almere, Amsterdam en Den Haag zijn de plaatsen met de grootste bebouwde kom.
Bedrijventerreinen
In totaal is er 1.122 km2 bedrijventerrein, dat is 2,3% van Nederland. Dit zijn maar liefst 300.000 percelen. Ook vliegvelden en havens vallen hieronder.
De bedrijventerreinen zijn verdeeld over 120.000 eigenaren. Waarvan meer dan de helft bedrijven zijn.
Gemeenten hebben 25% van de bedrijventerreinen. Vooral Rotterdam en Amsterdam hebben veel bedrijventerreinen, dit komt door de havengebieden. Daar hebben ze veel grond uitgegeven met erfpacht. Met een erfpacht geeft de gemeente het recht om de grond te gebruiken weg aan een bedrijf. Het bedrijf betaalt daar een bedrag voor.
Infrastructuur
In totaal is er 846 km2 infrastructuur, dat is ongeveer 2% van Nederland. Infrastructuur zijn wegen en treinsporen. Wegen en treinsporen binnen de bebouwde kom hebben we hier niet meegerekend.
Infrastructuur is vooral van de overheid. Dat gaat dan om de lokale wegen van de gemeente en de rijks- en provinciale wegen. Deze overheden bezitten 80% van de infrastructuur.
Wat opvalt is dat waterschappen daarna de meeste infrastructuur hebben, met 11% van het totaal. Vooral in de kustprovincies zoals Noord-Holland, Zuid-Holland, en in Zeeland zelfs 74% van alle infrastructuur. Dit zijn vaak dijken en dijkwegen.
Recreatieterreinen
In totaal is er 427 km2 recreatieterrein, dat is ongeveer 1% van Nederland. Dit zijn bijvoorbeeld vakantieparken, maar ook sportterreinen, dierentuinen, attractieparken of recreatieplassen. Een derde hiervan is van bedrijven.
Ongeveer een kwart van de recreatieterreinen is van de overheid. Het rijk is een grote eigenaar van recreatiegebied in Friesland en Zeeland rond de kuststreek. Ook Staatsbosbeheer, gemeenten, provincies en recreatieschappen zijn vaak eigenaar van recreatieterreinen. Bijvoorbeeld plassen, parken en wandelgebieden.
In Overijssel en Drenthe is met zo’n 30% veel recreatiegrond van particulieren. Daar staan op vakantieparken veel particuliere vakantiewoningen. In de rest van Nederland is dit aandeel veel lager, tussen 10 en 20%.
Over dit onderzoek
Dit onderzoek is geschreven door Diane Stiemer en Matthieu Zuidema. Zij zijn onderzoekers bij het Kadaster.
Het Kadaster houdt bij welke grond van wie is, en waar de grenzen liggen. Dat gebeurt door het land op te delen in percelen. Dit zijn afgebakende stukjes grond met een eigenaar, of meerdere eigenaren. Elk perceel hebben we in dit onderzoek in 1 van 7 groepen ingedeeld: landbouw, water, natuur, bebouwde kom, infrastructuur, bedrijventerrein en recreatieterrein.
De 4,4 miljoen eigenaren zijn voor dit onderzoek verdeeld over 13 categorieën.
Dat iemand eigenaar is, wil niet zeggen dat diegene de grond ook gebruikt. Bij huurwoningen verhuurt de eigenaar het aan iemand anders. Ook bij landbouwgrond kan de eigenaar iemand anders de grond laten gebruiken. En soms is sprake van erfpacht.
Ook kan iemand eigenaar zijn van een woning die niet op de begane grond van een gebouw ligt. Bijvoorbeeld een appartement. Deze appartementseigenaren hebben we niet meegenomen in dit onderzoek.
Meer informatie
Wilt u meer weten over de woningmarkt, onderzoeken lezen of contact opnemen met onze expert woningmarkt? Bekijk dan de pagina Woningmarkt.
U kunt nu gebruikmaken van de nieuwe BAG Extract Ophaal API. Met deze API haalt u BAG-extracten eenvoudig geautomatiseerd op.
SOAP-service met gebruikersnaam en wachtwoord
Gebruikt u op dit moment de SOAP-service met gebruikersnaam en wachtwoord? Bereid de overstap dan op tijd voor, want deze service stopt op 1 maart 2027.
Aan de slag met de BAG Extract Ophaal API
Op onze website leest u hoe de BAG Extract Ophaal API werkt en wat de technische specificaties zijn. De instructie Ophalen bestanden BAG Extract vindt u op de pagina BAG Extract.
Vraag een API-key aan
Wilt u de BAG Extract Ophaal API gebruiken? Vraag dan een abonnement met API-key aan via het formulier Aanmelden BAG - Mijn Kadaster.
Hebt u al een abonnement op BAG Extract? Dan hoeft u alleen nog een API-key aan te vragen via het formulier Aanmelden BAG - Mijn Kadaster.
Andere ophaalmethoden
De SOAP-service met PKIoverheid-certificaten blijft voorlopig beschikbaar. Deze methode stopt in de 2e helft van 2027.
Downloadt u BAG-extracten handmatig? Dan verandert er niets voor u. Deze mogelijkheid blijft beschikbaar.
Deel uw ervaringen
Gebruikt u de BAG Extract Ophaal API al? Dan horen wij graag wat uw ervaringen zijn.
Met uw feedback verbeteren wij onze dienstverlening, documentatie en ondersteuning. Heeft u suggesties of ziet u mogelijkheden voor verbetering? Heeft u vragen over de Extract Ophaal API? Laat het ons weten via het formulier Contact over BAG.
Prijsstijging koopwoningen vlakt in augustus verder af
In augustus waren de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 3,3% hoger dan een jaar eerder. Een maand eerder was de prijsstijging 3,9%. De prijsstijging jaar op jaar van bestaande koopwoningen vlakt sinds eind 2024 vrijwel onafgebroken af. In vergelijking met juli 2026 daalden de prijzen met 0,1% in augustus.
De prijsontwikkelingen in dit bericht zijn gebaseerd op de prijsindex van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster.
In vergelijking met juli daalden de prijzen van koopwoningen een klein beetje
In vergelijking met juli daalden de prijzen van bestaande koopwoningen in augustus met 0,1%. De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in juli 2022 een piek. Daarna sloeg de trend om en daalde de prijsindex enige tijd. Sinds juni 2023 is de trend weer stijgend. In augustus lagen de prijzen gemiddeld 17,8% hoger dan bij de vorige piek in juli 2022.
Minder transacties bestaande koopwoningen in augustus
Wij registreerden in augustus 18.886 woningtransacties. Dat is bijna 3% minder dan een jaar eerder. In de eerste acht maanden van 2026 zijn 156.028 woningen verkocht, ruim 4% meer dan een jaar eerder. In augustus was de gemiddelde transactieprijs voor een bestaande koopwoning € 503.523. Voor het bepalen van prijsontwikkelingen van bestaande koopwoningen wordt niet de transactieprijs, maar de prijsindex gebruikt. Bij de berekening van de prijsindex wordt rekening gehouden met kwaliteitsverschillen tussen koopwoningen. In de gemiddelde transactieprijs zit geen kwaliteitscorrectie.
Meer cijfers in Vastgoeddashboard
Iedere maand publiceren we cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie.
Thema: Agrariërs verwerven meeste landbouwgrond, maar hun aandeel daalt
Nederland staat momenteel voor een reeks ingrijpende veranderingen die steeds meer van de schaarse grond vragen. Denk maar eens aan:
het realiseren van voldoende betaalbare woningen
de overstap naar duurzame energieproductie
de transitie naar kringlooplandbouw met behoud van een gezonde en diverse natuur
Met deze ‘grote verbouwing van Nederland’ in het achterhoofd, onderzochten we samen met Wageningen Economic Research welke partijen actief zijn op de agrarische grondmarkt. Landbouwgrond is een schaars goed, waarin slechts beperkt handel plaatsvindt.
Agrarische ondernemers verhandelden het grootste deel van de landbouwgrond. Toch nam hun aandeel de afgelopen 10 jaar af. Het aandeel van beleggers, natuurorganisaties en overheden nam juist toe.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 2e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 73.600 per ha (figuur 1). Dat is 7,3% lager dan in het 1e kwartaal van 2023 (€ 79.400 per ha), en vrijwel gelijk aan de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 2e kwartaal van 2023 met 8% gedaald naar € 84.900 per ha (figuur 1). Dat is een fractie boven de gemiddelde prijs in 2022 van € 84.500 per ha. De gemiddelde prijs van grasland is in het 2e kwartaal van 2023 met 1,2% afgenomen tot € 68.000 per ha (figuur 1). Dat ligt nog 2,7% boven de gemiddelde prijs van grasland in 2022 van € 66.200 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 2e kwartaal van 2023 met 5,8% gezakt tot € 73.000 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 2e kwartaal van 2023 is 6.800 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 200 ha (2%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q3 tot en met 2023Q2) is in totaal 29.100 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 1.200 ha (4%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q3-2022Q2). De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,62%, tegen 1,68% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen. Figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. Deze kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 2e kwartaal van 2023 uiteen van € 60.700 in Fryslân tot € 161.900 per ha in Flevoland (kaart 1). In de 3 zuidelijke provincies en in Noord-Holland ligt de grondprijs tussen ongeveer € 81.000 en € 85.000 per ha, en in de overige 6 provincies (in het noorden, oosten en midden van het land) zit de prijs rond € 70.000 per ha.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 2e kwartaal van 2023 met ruim 7% gedaald (zie hiervoor), terwijl de grondprijs in slechts 4 provincies is afgenomen met 1% tot 3% (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincies Groningen en Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 5% à 6% toegenomen, terwijl die in Drenthe heel licht (1%) is gedaald (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Overijssel en Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met respectievelijk 1% en 2% gestegen (figuur 4).
In de provincie Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 2% gestegen, terwijl in Noord-Holland en Zuid-Holland de grondprijs met ruim 1% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In provincie Zeeland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 3% afgenomen, terwijl in Noord-Brabant en Limburg de grondprijs met respectievelijk 1% en 2% is gestegen (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2022Q3-2023Q2) varieert van 1,14% in Fryslân tot 2,01% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q3-2022Q2) is in 8 provincies de relatieve grondmobiliteit afgenomen, met de grootste daling in Noord-Brabant van 0,3 procentpunt. In 3 provincies is de relatieve grondmobiliteit gestegen, van Zeeland (0,2%) via Utrecht (0,4%) tot 1,0 procentpunt in Flevoland.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per e-mail met het aanmeldformulier.
Investeerders 2e kwartaal 2024: investeerders kochten en verkochten meer
Welke soort investeerders zijn er op de woningmarkt, waar kopen of verkopen ze woningen en in welke woningen investeren zij? In dit bericht leest u elk kwartaal de laatste stand van zaken en belangrijke data over investeerders op de woningmarkt.
De top 3 belangrijkste conclusies
In het 2e kwartaal van 2024 kochten en verkochten investeerders meer woningen vergeleken met een jaar geleden.
Investeerders verkochten steeds meer aan eigenaar-bewoners. Het aantal woningen van particuliere investeerders nam af, terwijl dat van bedrijfsmatige investeerders toenam.
Opgeteld hebben investeerders meer woningen in bezit dan in de afgelopen jaren.
In dit kwartaalbericht onderscheiden wij 4 typen investeerders
Particuliere investeerder: een particulier (natuurlijk persoon) die niet in de woning woont en 3 woningen of meer bezit.
Bedrijfsmatige investeerder: een niet-natuurlijk persoon die woningen bezit, zoals een bedrijf. Maar die geen woningcorporatie of overheidsorganisatie is.
Kleine investeerder: een investeerder die maximaal 9 woningen bezit.
Grote investeerder: een investeerder die 10 of meer woningen bezit.
De dalende trend lijkt om te slaan naar meer aan- en verkopen
Tussen 2015 en 2020 kochten investeerders meer woningen dan dat ze verkochten.
Sinds 2021 verkochten investeerders elk kwartaal meer woningen dan dat ze kochten. Dit kwam na de verhoging van de overdrachtsbelasting naar 8% in 2021 en naar 10,4% in 2023.
Vanaf 2024 is er een stijgende trend in zowel aankopen als verkopen door investeerders.
De trend is het gemiddelde aantal transacties van de laatste 4 kwartalen. Zo worden de cijfers minder beïnvloed door dalingen en stijgingen die elk jaar op dezelfde momenten terugkeren. Dit noemen we seizoensinvloeden.
Vooral grote bedrijfsmatige en kleine particuliere investeerders kochten meer woningen
In het 2e kwartaal van 2024 kochten alle groepen investeerders meer woningen dan in het 1e kwartaal van 2024. In totaal werden bijna 5.600 woningen aangekocht. Dat zijn er zo’n 600 meer dan in het 1e kwartaal en ruim 1.100 meer dan het jaar daarvoor.
Vooral grote bedrijfsmatige investeerders kochten flink meer woningen dan vorig jaar, namelijk 14% meer. Dat was ook zo bij kleine particuliere investeerders. Zij kochten 22% meer woningen.
Zowel bedrijfsmatige als particuliere investeerders verkochten flink meer woningen
In het 2e kwartaal verkochten alle groepen investeerders bij elkaar 12.000 woningen. Dat is maar liefst 2.450 woningen meer dan vorig kwartaal en 4.780 dan in het 2e kwartaal van 2023.
Bedrijfsmatige investeerders verkochten 70% meer dan in vergelijking met vorig jaar. Particuliere investeerders verkochten 62% meer.
In het 2e kwartaal 2024 verkochten investeerders 6.400 woningen meer dan dat zij kochten.
Meer aan- en verkopen in de 4 grootste steden (G4)
In de 4 grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) verkochten particuliere en bedrijfsmatige investeerders in het 2e kwartaal van 2024 meer woningen dan zij kochten.
Particuliere investeerders verkochten ruim 1.400 woningen en kochten bijna 300 woningen. Bedrijfsmatige investeerders verkochten bijna 1.500 woningen en kochten ongeveer 1.000 woningen.
Dat bedrijfsmatige investeerders meer verkopen dan kopen, betekent niet altijd dat hun aandeel in de woningvoorraad afneemt. Zij bouwen en verkopen namelijk ook nieuwbouwwoningen.
Investeerders relatief actiever in de G4 dan in de rest van Nederland
In het 2e kwartaal van 2024 kochten en verkochten investeerders relatief meer woningen in de G4 dan in de rest van Nederland.
Bedrijfsmatige investeerders kochten in het 2e kwartaal van 2024 11% van de woningen in de G4 en 6% in de rest van Nederland. Particuliere investeerders kochten 3% in de G4 en 2% in de rest van Nederland.
Verkoopcijfers in het 2e kwartaal tonen een vergelijkbaar patroon. Bedrijfsmatige investeerders verkochten 16% van de woningen in de G4 en 10% in de rest van Nederland. Particuliere investeerders verkochten 15% in de G4 en 7% in de rest van Nederland.
Particuliere investeerders verkochten meer aan eigenaar-bewoners dan dat zij van hen kochten
Als we kijken naar transacties op de woningmarkt, rekenen we vaak transacties mee van meerdere woningen tegelijk. Maar in onderstaande opsomming kijken we alleen naar transacties waarbij 1 woning wordt gekocht of verkocht.
In het 2e kwartaal van 2024 verkochten particuliere investeerders 3.200 woningen aan eigenaren die ook zelf in de woning gaan wonen (eigenaar-bewoners). Ze kochten 600 woningen van eigenaar-bewoners. Een jaar geleden verkochten ze nog 1.925 woningen en kochten er 500.
Bedrijfsmatige investeerders verkochten in het 2e kwartaal van 2024 2.700 woningen aan eigenaar-bewoners. Ze kochten 525 woningen van eigenaar-bewoners. Een jaar geleden verkochten ze 1.575 en kochten er 550.
Particuliere investeerders kochten tot 2021 bijna altijd meer woningen van eigenaar-bewoners dan dat ze aan hen verkochten. Zo werden koopwoningen huurwoningen. Sinds de verhoging van de overdrachtsbelasting in 2021 geldt het omgekeerde.
Bedrijfsmatige investeerders verkochten altijd al meer aan eigenaar-bewoners. Dat komt omdat zij ook nieuwe woningen bouwen en verkopen.
Figuur 5. Ontwikkeling transacties tussen eigenaar-bewoners en particuliere en bedrijfsmatige investeerders. In dit figuur zien we 2 stromen. De stroom van huur naar koop laat zien dat investeerders woningen verkopen aan mensen die er zelf in gaan wonen: huurwoningen worden koopwoningen. De stroom van koop naar huur is het omgekeerde: koopwoningen worden gekocht om te verhuren. Bron: Kadaster Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5
In het 2e kwartaal van 2024 betaalden eigenaar-bewoners gemiddeld € 372.000 voor een woning die ze kochten van een investeerder. Dit was flink lager dan de € 436.000 die eigenaar-bewoners gemiddeld op de hele woningmarkt betaalden.
Tot de 1e helft van 2021 waren die bedragen best gelijk. Maar sinds de 2e helft van 2021 betalen eigenaar-bewoners duidelijk minder voor de woningen die zij kopen van investeerders.
Zowel particuliere als bedrijfsmatige investeerders verkopen sinds 2021 relatief goedkopere woningen.
Particuliere investeerders bezitten minder, bedrijfsmatige investeerders bezitten meer
Op 1 juli 2024 bezaten investeerders 767.000 woningen. Dat is 9,5% van alle woningen in Nederland.
Het aandeel woningen in bezit van particuliere investeerders daalde van 4% op 1 juli 2023, naar 3,8% op 1 juli 2024. Het aandeel van particuliere investeerders is daarmee hetzelfde als op 1 juli 2022.
Bedrijfsmatige investeerders kregen er tussen 2023 en 2024 bijna 15.000 woningen bij. Hun aandeel groeide van 5,4% naar 5,5%.
Het bezit van grote bedrijfsmatige investeerders groeide. Dit komt vooral doordat zij woningen bouwen.
Dit Kadaster Kwartaalbericht investeerders is geschreven door Lianne Hans, Jorian Lamberink, Marion Plegt, Diane Stiemer, Paul de Vries en Joost Zuidberg.
Of iemand een investeerder is, staat niet in de transportakte van de woning. Wij herkennen investeerders in onze registratie op basis van bepaalde kenmerken. We spreken daarom ook van een indicatie investeerder.
Meer informatie
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wij publiceren ook ieder kwartaal de belangrijkste cijfers en ontwikkelingen over de woningmarkt. Ga naar de pagina Kwartaalberichten woningmarkt.
Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
Woningmarkt 2e kwartaal 2024: jongeren kopen meer, doorstromers betalen meer
In het 2e kwartaal van 2024 nam het aantal woningtransacties toe. Vooral jongeren kochten meer woningen. Het aantal verkochte appartementen steeg het hardst. De prijzen van koopwoningen stegen verder. Doorstromers in de 4 grootste gemeenten (G4) betaalden het meest van alle kopers.
Aantal transacties nam verder toe
In het 2e kwartaal van 2024 registreerde het Kadaster 47.942 transacties. Dit is een stijging van 7,7% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.
Ook in het 1e kwartaal van 2024 zagen we al een stijging van het aantal transacties. Deze stijging volgde op een periode van 11 kwartalen waarin het aantal transacties juist daalde ten opzichte van het jaar ervoor.
Vergeleken met het 1e kwartaal 2024 nam het aantal transacties met 7,9% toe.
Het aantal transacties nam toe in alle leeftijdsklassen. Zowel ten opzichte van het 1e kwartaal van 2024, als ten opzichte van een jaar geleden.
Vooral jongeren (tot 35 jaar) kochten meer woningen. Het aantal transacties in deze groep steeg met 9,4% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. In de leeftijdsgroep 35 tot 65 jaar steeg het aantal transacties met 3,3%.
Jongeren kochten ook in aantallen de meeste woningen. In totaal werden in het 2e kwartaal van 2024 55% van de woningen gekocht door jongeren.
Figuur 2: Ontwikkeling van het aantal transacties naar de leeftijd van de koper op de woningmarkt (trendmatig, dat wil zeggen op basis van het gemiddelde van de laatste 4 kwartalen) Bron: Kadaster Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2
Jonger dan 35: zowel doorstromers en koopstarters
De groep kopers tot 35 jaar bestaat voor twee derde deel uit koopstarters en voor een derde deel uit doorstromers. De woningmarkt blijft voor beide groepen aantrekkelijk:
Beide kunnen meestal nog gebruikmaken van de vrijstelling van de overdrachtsbelasting (startersvrijstelling). Deze vrijstelling geldt eenmalig voor kopers jonger dan 35 jaar.
Doorstromers profiteren vaak van overwaarde door gestegen huizenprijzen.
Voor koopstarters is het woningaanbod toegenomen. Ook doordat investeerders meer woningen verkopen die binnen hun budget vallen.
Vooral meer appartementen gekocht
De toename in het aantal transacties komt vooral doordat er meer appartementen gekocht werden:
Het aantal gekochte appartementen ligt bijna weer op het hoogtepunt van 2021. De toename komt vooral doordat investeerders steeds meer verhuurappartementen uitponden, dat wil zeggen verkopen, aan eigenaren die er zelf in gaan wonen.
Het aantal verkochte 2-onder-1-kap-woningen en vrijstaande woningen steeg ook, maar ligt nog ver onder de piek van 2021.
Het aantal verkochte tussen- en hoekwoningen daalde nog steeds. Dat wijst erop dat eigenaren van deze woningen niet goed kunnen of willen doorstromen naar andere woningen.
Figuur 3: Ontwikkeling van het aantal transacties naar woningtype (trendmatig, dat wil zeggen op basis van het gemiddelde van de laatste 4 kwartalen)
De G4 bestaat uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De prijzen liggen hier gemiddeld hoger dan in de rest van Nederland.
Doorstromers in de G4 betaalden het meest van alle groepen kopers. Ook betaalden ze dit kwartaal meer dan ooit: gemiddeld € 634.000. Dat is hoger dan de vorige piek in het 3e kwartaal van 2022 (€ 628.000).
Doorstromers en koopstarters in de rest van het land betaalden gemiddeld ook meer dan bij de vorige piek. Doorstromers betaalden dit kwartaal gemiddeld € 488.000 en koopstarters gemiddeld € 349.000.
Koopstarters in de G4 betaalden gemiddeld € 437.000. Dat is nog onder de piek van het 1e kwartaal van 2022 (€ 467.000).
Prijzen in meer dan de helft van de gemeenten boven Nederlands gemiddelde
In 198 van de 342 gemeenten (58%) was de gemiddelde koopsom hoger dan het Nederlands gemiddelde: € 441.000. De gemiddelde koopsom ligt daarmee 8,5% hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar geleden.
In Blaricum, Bloemendaal en Laren was de gemiddelde koopsom hoger dan € 1.000.000. Sinds begin 2020 is de gemiddelde koopsom hier wel minder hard gestegen dan de landelijke stijging van 36,8%:
Blaricum: stijging van 14,7%
Bloemendaal: stijging van 12%
Laren: stijging van 30,8%
In de periode vanaf begin 2020 zijn de prijzen het sterkst gestegen in de gemeenten Oss, Geldrop-Mierlo en Zuidplas:
Dit Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door Lianne Hans, Frank Harleman, Jorian Lamberink, Marion Plegt en Diane Stiemer.
Maandelijks publiceren het Kadaster en het CBS informatie over de woningmarkt (PBK), gebaseerd op de woningprijsindex. De woningprijsindex corrigeert voor toevalligheden in de transacties, zoals woningtype en regio. In deze publicatie kijken we alleen naar de gemiddelde prijs.
Het Kadaster publiceert het aantal transacties en de woningprijs op basis van de eigendomsoverdrachten bij de notaris. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) publiceert op basis van de koopakten.
Meer Informatie
Contact
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Andere onderzoeken
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Woningmarkt.
Wilt u een overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar de pagina Vastgoedinformatie.
In het Vastgoeddashboard publiceren wij iedere maand cijfers over onder andere woningverkopen. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
Hypotheekmarkt 1e halfjaar 2024: meer lenen bij slecht energielabel
Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Werd er meer of minder geleend ten opzichte van de koopsom? In dit bericht leest u de laatste stand van zaken over de hypotheekmarkt.
De top 3 belangrijkste conclusies
In het 1e halfjaar van 2024 bleef het aantal nieuw afgesloten hypotheken, de gemiddelde hypotheeksom en het aantal over- en bijsluitingen op hetzelfde niveau als in het halfjaar daarvoor.
Vergeleken met een jaar geleden werd er gemiddeld meer geleend ten opzichte van de koopsom. Dat was vooral zo bij hypotheken voor duurdere woningen boven de grens van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De NHG grens is € 435.000 in 2024.
Het percentage van de lening in vergelijking met de koopsom (loan-to-value) was bij woningen met een slecht energielabel vaak meer dan 110%.
Aantal nieuwe hypotheken bleef gelijk
In het 1e halfjaar van 2024 werden bijna 170.000 hypotheken afgesloten.
Het aantal nieuwe hypotheken was vergelijkbaar met die in het halfjaar ervoor, op een daling van 1% na. In vergelijking met het 1e halfjaar in 2023 nam het wel toe met 12%.
Vergeleken met de periode 2020 tot 2022 was het aantal afgesloten hypotheken in het 1e halfjaar van 2024 nog altijd laag.
De totale hypotheeksom over het 1e halfjaar van 2024 kwam uit op € 59,4 miljard. Dit is vergelijkbaar met voorafgaande halfjaar. Het gaat hier om alle hypotheekbedragen bij elkaar opgeteld.
Vergeleken met een jaar eerder steeg de totale hypotheeksom met 22%. In vergelijking met 2021 en 2022 was er sprake van een daling.
De ontwikkeling van de hypotheeksom lijkt veel op die van het aantal afgesloten hypotheken.
Aantal over- en bijsluitingen bleef op een zeer laag niveau
Het aantal afgesloten hypotheken voor de aankoop van een woning was in het 1e halfjaar van 2024 ongeveer hetzelfde als het voorafgaande halfjaar, namelijk 146.000.
Het aantal over- en bijsluitingen was het laagst sinds het begin van onze metingen. Het waren er 24.000. Dat is 5% minder dan in het voorafgaande halfjaar.
De hypotheekrente was gemiddeld 4%. Dat is bijna 2 keer zo hoog als 2 jaar geleden. Door de hogere rente was vooral het oversluiten van hypotheken minder populair.
Gemiddelde hypotheeksom voor woningaankopen steeg licht
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg in het 1e halfjaar van 2024 naar € 449.000. Dat is 3,6% hoger dan in het voorafgaande halfjaar en 7,3% hoger dan een jaar geleden.
Voor een over- of bijsluiting kwam de gemiddelde hypotheeksom uit op € 256.000. Dat is maar iets lager dan in het voorafgaande halfjaar, maar bijna 17% hoger dan een jaar geleden.
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg net zoals de woningprijzen. De hypotheeksom voor over- en bijsluitingen daalde naar het gemiddelde niveau in de periode 2019-2024.
De gemiddelde loan-to-value (LTV) steeg naar 87,8%. In het voorafgaande halfjaar was dit nog 86,8%. Loan-to-value is hier de hoogte van de geldlening als percentage van de koopsom.
De laagst gemeten LTV sinds 2019 is 85,5%. Dit was vlak voor de daling van de gemiddelde woningprijs in 2023.
De gemiddelde LTV daalde tussen het 1e halfjaar 2019 en het 2e halfjaar van 2022 van 92% naar 85,5%. Daarna werd er weer steeds meer geleend ten opzichte van de koopsom.
De LTV voor het aankopen van duurdere woningen boven de NHG-grens kwam uit op 82,9%. Dit was 81,6% in het voorafgaande halfjaar. De NHG-grens in 2024 is € 435.000. Het was voor het eerst sinds 2020 dat de loan-to-value (LTV) voor deze hypotheken steeg.
Voor goedkopere woningen met een koopsom tot en met de NHG-grens was de gemiddelde LTV 90,2%. In het halfjaar daarvoor was dit 89,2%.
De gemiddelde LTV voor hypotheken met een koopsom tot en met de NHG-grens steeg al sinds het eerste halfjaar van 2023.
Meer geleend voor woningen met een slecht energielabel
Gemiddeld genomen hadden hypotheken voor de aankoop van een woning met een energielabel F of G in het eerste halfjaar van 2024 een LTV van 92,8%. Hypotheken voor duurzame woningen met energielabel A(++++) of B hadden een gemiddelde LTV van 85,9%.
Het valt op dat voor de aankoop van woningen met een slecht (F of G) of matig (D of E) energielabel veel vaker een hypotheek werd afgesloten met een LTV hoger dan 110%. Bijna 17% van de nieuwe hypotheken voor woningen met een slecht label had zo’n hoge LTV. Bij duurzame woningen (met label B of beter) was dat nog geen 2,5%.
Daarnaast nam het aantal hoge LTV’s toe voor hypotheken voor woningen met een slecht energielabel. In het eerste halfjaar van 2023 had nog minder dan 14% van de hypotheken een LTV van 110% of hoger.
Dit Kadaster Halfjaarbericht hypotheekmarkt is geschreven door Frank Harleman en Joost Zuidberg.
Bij het vaststellen van de loan-to-value (LTV) gebruiken wij de koopsom als benadering van de marktwaarde. Dit komt doordat het Kadaster geen taxatiewaardes heeft. Geldverstrekkers gebruiken meestal de taxatiewaarde als benadering van de marktwaarde. Als verbouwingskosten worden meegefinancierd in de hypotheek, dan gaat de geldverstrekker uit van de taxatiewaarde na verbouwing. Die waarde ligt vaak hoger dan de koopsom. Dat verklaart het relatief grote aandeel hoge LTV's bij de aankoop van woningen met een slecht energielabel F en G. Want daarbij is de kans groot dat er vaak een verbouwing of verduurzaming volgt op de aankoop.
Meer informatie
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
Woningmarkt 4e kwartaal 2024: meer verkopen, meer koopstarters
In 2024 werden meer woningen verkocht dan in 2023. Vooral koopstarters kochten vaker een woning. Hun aandeel groeide in het laatste kwartaal opnieuw. Vooral de grote steden waren populair onder deze jonge kopers.
Aantal woningtransacties steeg verder
In het 4e kwartaal van 2024 registreerde het Kadaster ruim 59.900 woningtransacties. Dit is bijna 19% meer dan in dezelfde periode in 2023. Het is daarmee het 4e kwartaal met de meeste transacties sinds 2020.
Vergeleken met het 3e kwartaal van 2024 steeg het aantal transacties met bijna 11%.
In heel 2024 werden bijna 206.500 woningen verkocht. In 2023 waren dat er ruim 182.400. Dat is een stijging van 13%.
Figuur 1: Ontwikkeling van het aantal woningtransacties en de trend. De trend laat het gemiddelde zien van de laatste 4 kwartalen. Bron: Kadaster Open document figuur 1
Toename aandeel koopstarters
In het 4e kwartaal van 2024 kochten koopstarters bijna 28.000 woningen. Dat is 27,5% meer dan in het hetzelfde kwartaal van 2023. Doorstromers kochten bijna 12% meer woningen dan een jaar eerder.
Het verschil in aandeel tussen doorstromers en koopstarters werd kleiner. Het aandeel van koopstarters was in het 4e kwartaal bijna 47%. In het hetzelfde kwartaal van 2023 was dat 43,5%. In 2022 was dit minder dan 40%.
Over heel 2024 was het aandeel koopstarters bijna 46%. In 2023 was dit 43% en in 2022 bijna 39%.
In de afgelopen 4 kwartalen groeide het aantal koopstarters sterker dan het aantal doorstromers.
Verkopen door investeerders spelen een belangrijke rol in de stijging van het aandeel koopstarters. Zij verkopen vaak goedkopere woningen in grote steden Dit zijn woningen waar veel koopstarters naar op zoek zijn. Meer data over investeerders? Bekijk het meest recente Kadaster Kwartaalbericht investeerders.
Figuur 2: Ontwikkeling van de trend van het aantal transacties per kwartaal naar type koper. Bron: Kadaster Open document figuur 2
Hoog aandeel koopstarters in Amsterdam, Eindhoven en Utrecht
In het 4e kwartaal van 2024 kochten koopstarters in veel gemeenten meer dan de helft van de woningen.
In de 4 grootste gemeenten (G4) en de studentensteden Delft, Eindhoven en Leiden was het aandeel koopstarters meer dan 60%. In Amsterdam was dit aandeel met 67% het hoogst. Gevolgd door Eindhoven en Utrecht (beide 65%).
In de G4 steeg het aandeel koopstarters van 60,5% in het 4e kwartaal van 2023 naar bijna 65,5% in hetzelfde kwartaal van 2024. In de grootste gemeenten daarna (G40) groeide het aandeel van ruim 47% naar bijna 51%. In de rest van Nederland steeg het aandeel van ruim 37% naar 39%.
Over heel 2024 was het aandeel koopstarters in de G4 bijna 64%, tegenover bijna 60% in 2023 en ruim 53% in 2022. In de G40 steeg dit van ruim 42% in 2022 naar bijna 50% in 2024. In de rest van Nederland groeide het aandeel van ongeveer 33,5% naar ruim 38%.
Deze groei komt mede door het stijgende aantal verkopen door investeerders, vooral in de G4. Investeerders verkopen vaak aan koopstarters.
Figuur 3: Aandeel woningen gekocht door koopstarters per gemeente (4e kwartaal 2024). Bron: Kadaster Open document figuur 3
Prijzen doorstromers harder gestegen dan die van koopstarters
De gemiddelde koopsom was in het 4e kwartaal € 462.000. In dezelfde periode 1 jaar eerder was dit € 423.000.
Starters in de G4 betaalden in het 4e kwartaal 2024 gemiddeld € 444.000. Dit is een stijging van 5% vergeleken met het 4e kwartaal 2023. Doorstromers in de G4 betaalden gemiddeld € 645.000, een stijging van 12%. Vooral doorstromers in Utrecht en Den Haag betaalden meer.
Ook in de rest van Nederland namen de prijzen toe. Doorstromers betaalden gemiddeld € 522.000, een stijging van 11%. Starters betaalden gemiddeld € 360.000, 9% meer dan een jaar eerder.
Vergeleken met het 3e kwartaal 2024 daalde de gemiddelde koopsom wel. Deze daling was vooral zichtbaar in de G4, waar zowel koopstarters als doorstromers minder betaalden.
Het aanbod van relatief goedkopere woningen nam in de G4 toe. Dit had invloed op de gemiddelde woningprijzen in het 4e kwartaal.
Figuur 4: Prijsontwikkeling van koopstarters en doorstromers naar regio Bron: Kadaster Open document figuur 4
Gemiddelde koopsom steeg harder in dure gemeenten
In 303 van de 342 gemeenten was de gemiddelde koopsom in het 4e kwartaal van 2024 hoger dan 1 jaar eerder. Vergeleken met het vorige kwartaal lag de gemiddelde koopsom in 213 gemeenten hoger.
Er waren 58 gemeenten met een gemiddelde koopsom van € 550.000 of meer. In het 3e kwartaal waren dit er 57.
In deze duurste gemeenten steeg de gemiddelde koopsom ook het meest. Met gemiddeld bijna 15% vergeleken met 1 jaar eerder. In de goedkoopste gemeenten met een gemiddelde koopsom van minder dan € 300.000 steeg de koopsom met ruim 6%.
Figuur 5: Gemiddelde prijs van verkochte woningen in het 4e kwartaal van 2024 naar prijsklasse per gemeente. Bron: Kadaster Open document figuur 5
Belangrijkste woningmarktstatistieken op een rij
Nieuw: vanaf nu staan in het Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt standaard de volgende 2 tabellen.
Dit Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door Sara Bugera, Lianne Hans, Frank Harleman, Marion Plegt, Diane Stiemer, Paul de Vries en Joost Zuidberg.
Maandelijks publiceren het Kadaster en het CBS informatie over de woningmarkt (PBK), gebaseerd op de woningprijsindex. De woningprijsindex corrigeert voor toevalligheden in de transacties, zoals woningtype en regio. In deze publicatie kijken we alleen naar de gemiddelde prijs.
Het Kadaster publiceert het aantal transacties en de woningprijs op basis van de eigendomsoverdrachten bij de notaris. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) publiceert op basis van de koopakten. Uit een eerder onderzoek blijkt dat hier gemiddeld zo’n 2 maanden tussen zit. U leest het onderzoek Woningverkoper heeft ruim half jaar nodig tot overdracht op brainbay.nl.
Als we het in deze publicatie hebben over verkochte woningen bedoelen we de eigendomsoverdracht van bestaande koopwoningen.
Meer Informatie
Contact
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina onderzoeken.
Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.