Meer inzicht in adressen met nieuwe BAG API

Met de nieuwe versie van BAG API Individuele bevragingen krijgt u meer inzicht in de ontwikkeling van adressen. Historische gegevens zijn beter toegankelijk. En u ziet welke geplande adressen ooit in de BAG zijn opgenomen, maar voor de ingangsdatum weer zijn ingetrokken. Versie 3 verschijnt in de 1e helft van 2027.

Adressen beter volgen door de tijd

Met de nieuwe versie van de BAG API bekijkt u de hele adresgeschiedenis. Hierdoor krijgt u eenvoudiger antwoord op vragen als:

  • Heeft dit adres ooit bestaan?
  • Bestaat dit adres in de toekomst?
  • Wanneer is of wordt dit adres geldig?

Ingetrokken situaties blijven zichtbaar

Nieuw is dat geplande situaties die ingetrokken zijn, zichtbaar blijven. Soms wordt een adres als geplande wijziging in de BAG opgenomen, maar voor de ingangsdatum weer ingetrokken. Ook als een adres daardoor nooit geldig is geworden, blijft zichtbaar dat het ooit in de BAG stond. Deze mogelijkheid geldt voor openbare ruimten en nummeraanduidingen. Zo ontstaat een completer beeld van adressen door de tijd.

Technische verbeteringen

Versie 3 bevat ook verschillende technische verbeteringen. Deze verbeteringen maken de BAG API gebruiksvriendelijker. Ook sluit het beter aan op actuele API community standaarden. De belangrijkste verbeteringen zijn:

  • Locatiegegevens worden opgehaald via de nieuwe Location API van PDOK. Deze API bevat meer bronnen van de Locatie server.
  • Foutmeldingen geven duidelijker aan welke parameter of combinatie van parameters niet juist is ingevuld.
  • De endpoints voor adressen en uitgebreide adressen zijn samengevoegd tot 1 endpoint.
  • De namen van de endpoints sluiten aan op de NL API Design Rules.

Veelgebruikte API

De BAG API Individuele Bevragingen wordt veel gebruikt. Alleen al in 2025 werd de API ruim 261 miljoen keer bevraagd.

Beschikbaarheid

In de 1e helft van 2027 komt versie 3 van de BAG API Individuele Bevragingen beschikbaar. Meer informatie over de specificaties en de planning leest u hier op kadaster.nl.

Meer informatie

Fundament voor landsdekkend kadaster in Benin

Het West-Afrikaanse land Benin heeft naar schatting 8 miljoen percelen. Maar van slechts ongeveer 60.000 is het eigendom officieel vastgelegd. In de afgelopen 5 jaar heeft de nationale kadasterorganisatie van Benin procedures en systemen ontwikkeld om de manier van landregistratie te vereenvoudigen en te versnellen. 

Bestaande methoden te complex en te duur 

Ruim 5 jaar geleden werd het de Beninse regering duidelijk dat het onmogelijk was om in korte tijd een landsdekkend kadaster in te richten met de bestaande landregistratiemethoden. De methoden waren te ingewikkeld en te duur. De regering vroeg Nederland om advies en ondersteuning. De basis van de oplossing voor Benin is de introductie van de fit-for-purpose methode. Hiermee is een eenvoudigere vorm van eigendomsregistratie op maat gemaakt voor Benin. 

IT-ontwikkeling door lokale teams 

Lokale IT'ers ontwikkelden tijdens het project een mobiele app voor het registreren van meetgegevens. Een ander team ontwikkelde een kadastrale database met alle software om de gegevens daarin te registreren en beheren. Het resultaat mag er zijn. Zo’n 450.000 percelen verspreid over 12 gemeenten zijn al opgenomen in het nieuwe, digitale kadaster. 

Heel Benin snel in kaart 

Het fundament voor een landsdekkend kadaster ligt er nu. De methoden en systemen zijn beschikbaar. Ook ligt er een aanpak om de gegevens die worden verzameld bij te houden zodat de registratie actueel en betrouwbaar blijft. Toen president Talon van Benin in 2022 Nederland bezocht, gaf hij aan heel Benin snel in kaart te willen brengen met deze aanpak. De plannen daarvoor worden nu uitgewerkt.

Meer informatie

De Nederlandse organisaties die meewerkten aan het project waren:

  • MDF Training & Consultancy
  • VNG International
  • het Kadaster

Het project is betaald door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. 

Terzake

Dit artikel komt uit het Kadastermagazine Terzake van september 2023.

Kavelruil naar recordhoogte

Afgelopen jaar is een recordhoeveelheid grond via kavelruil van eigenaar gewisseld. Dit onderzoek geeft inzicht in de kenmerken van kavelruilen, het aandeel in de agrarische grondhandel en de regionale spreiding. We vergelijken recente cijfers met onderzoek uit 2012-2016.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. Tussen juli 2023 en juni 2024 werd 13.200 hectare overgedragen via kavelruil. Dit is 31% van de totale grondhandel. Veel hoger dan het jaarlijkse gemiddelde van 18% in 2012-2016.
  2. Het aantal kavelruilakten steeg van 190 naar 309. De totaal geruilde oppervlakte steeg van 7.100 naar 13.200 hectare.

3. De geruilde oppervlakte per kavelruil verschilt sterk. Dit kan minder dan 10 hectare zijn, maar ook meer dan 300 hectare. Gemiddeld wordt per kavelruil 43 hectare geruild.

4. Kavelruil vindt vooral plaats in Noordoost-Nederland. In de rest van Nederland stijgt het aantal kavelruilen ook. Alleen in Zuid-Limburg daalde de oppervlakte van de kavelruilen sterk.

5. Bij ongeveer 35% van de totale oppervlakte en 23% van de kavelruilakten is een overheid betrokken als inbrengende of toegedeelde partij.

Over dit onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd door Sanne Meijer en Paul Peter Kuiper. Sanne Meijer studeert Notarieel Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en liep in de zomer van 2024 stage bij het Kadaster. Paul Peter Kuiper is expert vastgoed en grond in het landelijk gebied bij het Kadaster.

Meer weten?

Hoeveel landbouwgrond bezitten overheden?

Voor het bouwen van woningen, het maken van waterbergingen en natuurontwikkeling zoeken overheden naar geschikte plekken in het landelijk gebied. Ze kopen hiervoor landbouwgrond en veranderen deze naar nieuwe functies.

Maar hoeveel landbouwgrond hebben overheden? En waar in Nederland ligt deze grond? We onderzochten het samen met Wageningen Economic Research.

Bekijk het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. Eind 2023 bezitten overheden in Nederland samen in totaal ruim 190.000 hectare landbouwgrond. Dat is 11% van de totale oppervlakte aan landbouwgrond in Nederland.
  2. Staatsbosbeheer heeft als overheidsorganisatie met 53.000 hectare de grootste oppervlakte aan landbouwgrond. Deze grond heeft primair een natuurfunctie, maar wordt voor een deel ook extensief agrarisch gebruikt.
  3. De provincies bezitten samen een totale oppervlakte van ruim 21.000 hectare aan landbouwgrond. 
  4. In Flevoland is maar liefst 38% van alle landbouwgrond in eigendom van overheden. In Noord-Holland ligt dit percentage met 16% ook boven het landelijke gemiddelde van 11%. 
  5. In de provincies Limburg en Noord-Brabant bezitten gemeenten opvallend veel landbouwgrond. In Limburg bezitten gemeenten 53% en in Noord-Brabant 41% van alle landbouwgrond in overheidseigendom. 

Over dit onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Economic Research en het Kadaster. Het is de themabijlage bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt 4e kwartaal 2023. Deze versturen wij elk kwartaal via de e-mail.

Aanmelden kwartaalbericht per e-mail

Meer weten

Duurzame landbouwinitiatieven dragen bij aan NPLG-doelen

Student Nienke Hellinga onderzocht hoe 31 agrarische initiatieven bijdragen aan duurzaamheidsdoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit zijn initiatieven zoals Herenboeren of duurzame pacht. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. Er bestaat geen algemene definitie van het begrip ‘landschapsgrond’. In de literatuur worden vaak de termen extensieve of natuurinclusieve landbouw gebruikt.
  2. Het uitvoeren van NPLG-doelen op agrarische bedrijven vereist maatwerk tot op bedrijfsniveau.
  3. Er zijn een aantal grote landelijke initiatieven waar meerdere agrarische bedrijven onder vallen. Deze groeien relatief snel. Toch is hun totale oppervlakte nog beperkt. Ongeveer 1.600 hectare. 
  4. Het uitbreiden van initiatieven is lastig. Dit heeft een aantal oorzaken. Er is weinig agrarische grond beschikbaar, agrarische grond is erg duur, grotere initiatieven zijn afhankelijk van investeerders en er kan sprake zijn van onderlinge concurrentie. Tot slot kunnen de eisen die deze initiatieven stellen de vrijheid van de deelnemende boeren beperken. 
  5. Extensiveringsmaatregelen hebben invloed op de waardering van agrarische grond. Bij extensiveren staan er bijvoorbeeld meer dieren op minder grond. Hierdoor kunnen dieren meer en langer buiten in de weide staan. De huidige waardering van agrarische grond staat extensivering in de weg. 

Over dit onderzoek

Dit is een samenvatting van het stageonderzoek dat Nienke Hellinga bij het Kadaster heeft uitgevoerd. Zij is student Resilient Farming and Food Systems aan de Wageningen Universiteit. Zij onderzocht 31 agrarische initiatieven om te bepalen op welke manier ze bijdragen aan de NPLG-doelen. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond. 

Kwartaalbericht agrarische grondmarkt

Dit is het onderzoek bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Hoeveel landbouwgrond koopt en verkoopt de overheid?

Waarom kopen en verkopen overheden landbouwgrond? Om hoeveel landbouwgrond gaat het in de periode 2012 tot 2024? En hoeveel grond verhandelden overheden onderling? Wij onderzochten hoe de overheid zich beweegt op de agrarische grondmarkt.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. De Nederlandse overheden kochten van 2012 tot en met 2023 ruim 33.000 hectare landbouwgrond. Dat is 8% van het verhandelde landbouwgrond. 
  2. De jaarlijkse hoeveelheid aangekochte grond lag tussen de 2.000 en 3.000 hectare. Met uitzondering van 2020, toen werd meer dan 3.600 hectare aangekocht.
  3. In de afgelopen 12 jaar werd 11.000 hectare (33%) tussen overheden onderling verhandeld. 
  4. Provincies kochten de meeste grond (38%), gevolgd door de gemeenten (27%), de rijksoverheden (22%) en waterschappen (9%). 
  5. Rijksoverheden verkochten in deze periode meer landbouwgrond dan ze aankochten. Provincies, waterschappen en overige overheden kochten juist meer. In totaal werd 1.000 hectare meer aangekocht, dan verkocht. De aan- en verkopen zijn in deze periode dus bijna gelijk.

Over dit onderzoek

Dit is het onderzoek bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 2e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Prijs van agrarische grond verdubbeld in 12 jaar

Welke invloed hebben beleidsmaatregelen en marktontwikkelingen op de prijs van agrarische grond? En hoe heeft de prijs zich de afgelopen 12 jaar ontwikkeld? Wij onderzochten het.

Lees het onderzoek

Of bekijk onze 5 conclusies.

5 conclusies

  1. De gemiddelde prijs van agrarische grond is € 85.300 per hectare in 2024. Dat is 2 keer zoveel als 12 jaar geleden. Per jaar steeg de prijs gemiddeld met 5,1%.
  2. In 2024 werd 31.500 hectare grond verhandeld. Dat is 15,1% meer dan in 2023. Een trendbreuk, want in de jaren hiervoor daalde het aantal verhandelde hectaren steeds.
  3. In de periode 2012 tot en met 2024 daalde alleen in 2019 de prijs voor akkerland, grasland en het totaal van akker-, gras- en snijmaïsland samen.
  4. De prijs voor bouwland steeg gemiddeld met 5,5% per jaar. Een grotere stijging dan de prijs voor grasland (4,9%) en snijmaïs (4,6%). 
  5. In 2024 was de prijs van bosgrond € 22.500 per hectare. Dat is 23,9% hoger dan 10 jaar geleden. 

 

Over dit onderzoek

Dit onderzoek hoort bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 4e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit bericht versturen wij elk kwartaal via e-mail. 

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

Nederland bouwt verder (maar wel bínnen de bebouwde kom)

We bouwen in Nederland zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom. Maar hoe ziet dit er in de praktijk uit? En hoe zijn bebouwde kommen tussen 2016 en 2023 gegroeid? 

Lees het hele onderzoek op MonitorLandschap.nl

Of bekijk onze 5 conclusies

5 conclusies

  1. Iets meer dan 15% van het Nederlandse landoppervlak ligt binnen de bebouwde kom. Dat is zo’n 500.000 hectare. Tussen 2016 en 2023 zijn bebouwde kommen gegroeid: er is 8.000 hectare bij gekomen. 
  2. Eind 2022 stonden er in Nederland ongeveer 13,7 miljoen gebouwen. Hiervan stond zo’n 90% binnen de bebouwde kom. Tussen 2016 en 2023 zijn er in het hele land ruim 800.000 nieuwe gebouwen gebouwd.
  3. In ongeveer 270.000 van deze nieuwe gebouwen zitten woningen. In 1 gebouw kunnen meerdere woningen zitten. Op deze manier zijn er zo meer dan 450.000 nieuwe woningen toegevoegd. Hiervan ligt zo’n 80% binnen de bebouwde kom zoals die er in 2016 uitzag. Ongeveer 15% ligt in het gebied dat in 2016 nog niet bij de bebouwde kom hoorde, in 2023 wel.
  4. Door nieuwbouw zijn de bebouwde kommen tussen 2016 en 2023 steeds voller geraakt. In 2023 is gemiddeld 18,4% van de oppervlakte van de bebouwde kommen bebouwd. Hier zijn landelijk grote verschillen: sommige kommen zijn minder dan 5% voller gebouwd, terwijl het in andere kommen 50% is. 
  5. Bijna 20% van de nieuwe gebouwen staat op een plek waar in 2015 ook al een gebouw stond. Hier is dus een gebouw gesloopt voor er iets nieuws werd gebouwd. Alleen in de tussen 2016 en 2023 nieuw toegevoegde stukken bebouwde kom ligt dit een stuk lager. Daar is iets meer dan 1% van alle panden sloop-nieuwbouw. 

Over dit onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd door Diane Stiemer en Marion Plegt. Zij maakten gebruik van de data van de Monitor Landschap. Dat is een samenwerkingsverband tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Wageningen Environmental Research, LandschappenNL en het Kadaster. De Monitor toont veranderingen van het Nederlandse landschap buiten de bebouwde kommen aan de hand van 6 indicatoren. Voor bebouwde kommen gebruikten we de grenzen uit de TOP10NL.

Meer weten?

Betere inzichten door nieuwe grondprijsindex

We introduceren een nieuwe agrarische grondprijsindex. In deze toelichting leest u waarom we dat doen en waaruit de index bestaat. Deze agrarische grondprijsindex nemen we vanaf nu jaarlijks op in het 4e kwartaalbericht over de agrarische grondmarkt.

Lees de hele toelichting

Of bekijk 3 voordelen van de nieuwe grondprijsindex. 

3 voordelen

  1. De berekening van een gemiddelde grondprijs wordt soms sterk bepaald door enkele grote grondtransacties met een hoge prijs. Een prijsindex corrigeert dit effect. Het geeft daardoor een beter beeld van de prijsontwikkeling van alle agrarische grond in Nederland.
  2. De nieuwe grondprijsindex corrigeert de grondprijscijfers naar het type grondgebruik. Denk hierbij aan bouwland, grasland, of snijmaisland. Wanneer er relatief veel dure bouwlandpercelen worden verkocht, kan dit het gemiddelde vertekenen. Dit effect wordt in de index gecorrigeerd door rekening te houden met de totale voorraad bouwland, grasland en snijmaïs. 
  3. De nieuwe index houdt ook rekening met de verschillende prijsniveaus in verschillende provincies. Wanneer relatief veel grond in een goedkoper gebied wordt verkocht, daalt het gemiddelde onevenredig. Door rekening te houden met de locatie van de transacties corrigeert de index dit effect

Over deze toelichting

Dit toelichting beschrijft de methodiek en de betekenis van de prijsindex, maar bevat nog geen beschrijving van de langjarige indexcijfers en de ontwikkelingen die we daarin zien. Deze informatie volgt in het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 4e kwartaal.

Deze toelichting hoort bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van het 3e kwartaal 2024 van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht kunt u op deze pagina lezen. Het kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail.

Aanmelden kwartaalbericht

Meer weten?

30 jaar natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard

In de afgelopen 30 jaar is in de Krimpenerwaard veel grond vrijgemaakt om natuur te kunnen ontwikkelen. Overheden en andere partijen hebben verschillende grondinstrumenten gebruikt om ruimte te maken voor natuurontwikkeling. We onderzochten welke instrumenten werden ingezet en hoe effectief deze instrumenten waren. 

Download het onderzoek

3 belangrijke conclusies

  1. De betrokken partijen gebruikten verschillende manieren om grond vrij te maken voor natuur. Bijvoorbeeld vrijwillige overdacht, vrijwillige kavelruil, ruil, landinrichting of onteigening. Maar ook zogenaamde zelfrealisatie, waarbij de eigenaar van de grond zelf voor natuurontwikkeling zorgt. 
  2. Verschillende factoren leidden tot vertraging. Bijvoorbeeld tijdens het project van strategie veranderen. En ook de keus voor vrijwillige overdracht en vrijwillige kavelruil kost veel tijd. Het is in die gevallen onzeker hoe lang een project duurt.
  3. De beschikbaarheid van grond was belangrijk voor het succesvol ontwikkelen van de natuur in de Krimpenerwaard. Net als de mogelijkheid om grond te kunnen onteigenen. Het hielp ook om verschillende instrumenten te combineren. Dat zorgt voor flexibiliteit en de mogelijkheid tot maatwerk.

Over het onderzoek

Het onderzoek deden we samen met Wageningen Environmental Research, in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Meer informatie

Ontmoet een bewaarder: Ruben Roes

Stabiliteit, zekerheid en uniformiteit. Daar staat Ruben Roes voor. Als hoofdbewaarder is hij aanspreekpunt voor de raad van bestuur en voor ketenpartners. Zoals het notariaat. “Er moet 1 lijn zijn in hoe wij als bewaarders optreden.”

De 3 pijlers van rechtszekerheid

Het werk van het Kadaster leunt op 3 pijlers: “Onze gegevens moeten juist, actueel en toegankelijk zijn. Dat vraagt om snelle en correcte verwerking, goede beveiliging en continuïteit.” Een hele verantwoordelijkheid, maar juist dat maakt het werk zo mooi. “Als er een vraagstuk ligt rondom registratie en we kunnen daar een goede oplossing voor vinden, dan word ik daar echt blij van.”
 

Eenduidig en betrouwbaar

Daarbij is het belangrijk dat de medewerkers van het Kadaster eenduidig zijn in hun werkwijze en beslissingen. Soms komt er een signaal binnen dat dat niet zo is. Bijvoorbeeld bij de bewaarderstelefoon of via een accountmanager. “We willen voorkomen dat medewerker A iets anders doet dan medewerker B. Dan gaan we op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe gaan we als Kadaster hiermee om?” Zo weten notarissen waar ze op kunnen rekenen. 

Stabiliteit en vertrouwen als basis van onze welvaart

Maar het gaat verder dan het oplossen van individuele gevallen. “Ik werk bij een organisatie met een maatschappelijke taak. Het is essentieel dat eigendom goed geregistreerd is. Dat zorgt voor stabiliteit en vertrouwen tussen burgers, bedrijven en overheid. Dat is de basis van onze welvaart.”

Luisteren naar signalen uit de praktijk

Daarbij luisteren de bewaarders goed naar signalen uit de praktijk. “Die bespreken we met klantenservice en accountmanagement. Een mooi voorbeeld van iets dat we recent hebben opgepakt is de toegankelijkheid van erfdienstbaarheden. Daarvoor hebben we de erfdienstbaarhedenviewer ontwikkeld, die enorm veel gebruikt wordt. In juni stellen we die ook beschikbaar voor andere zakelijke klanten.”

Mijn doel: 90% akten automatisch verwerkt

Voor het bewaken van de continuïteit ziet hij veel kansen in automatisering. “Er wordt nog te veel overgetypt. Dat is zonde van het werk. Met moderne technologie kunnen we veel meer automatiseren.” Het notariaat zet stappen met de digitale akte. “Met KIK wordt nu 45% van de akten automatisch verwerkt. Maar ik vind dat we naar 90% toe kunnen. De middelen zijn er. Het gaat er vooral om dat we het samen willen.”

Goedkoper en sneller inschrijven

Ook het meeleveren van essentialia bij akten helpt bij een snellere verwerking. “We willen dit in de toekomst ook verwerken in de tarieven. Als je essentialia meelevert, wordt inschrijven goedkoper en kunnen wij beter en sneller verwerken. Dat is een win-winsituatie.”

Een persoonlijke noot

Ook naast zijn werk heeft Roes een actief leven. “Ik squash graag en ik lees veel, op dit moment een nieuw boek van Dan Brown.” En hij zet zich in voor de lokale gemeenschap. “Ik ben vrijwilliger bij de plaatselijke voetbalclub, waar ik een deel van de organisatie regel voor jeugdteams.” En hij is actief in het amateurtoneel. “Elk jaar schrijf ik samen met iemand anders een script voor de Pronkzitting tijdens carnaval. En ik speel zelf ook mee.”

Een boodschap aan het notariaat

Tot slot heeft Roes nog een duidelijke wens. “Het werk van notarissen doet ertoe. Het biedt zekerheid en stabiliteit, precies wat ons land nodig heeft. Laten we continuïteit altijd op de eerste plaats zetten in alles wat we doen.”

Meer informatie

In deze serie portretten spraken we eerder al met een andere bewaarder: 

Ontmoet een bewaarder: Doris Smudde

De teboekstelling van een schip beoordelen, een complexe vraag beantwoorden aan de bewaarderstelefoon of werken aan de Kadasterwet van de toekomst. Geen werkdag is hetzelfde voor bewaarder Doris Smudde (32). En toch heeft alles voor haar dezelfde basis: betrouwbaarheid.

Van senior jurist naar bewaarder

“Ik werk inmiddels 5 jaar bij het Kadaster. Ik begon als senior jurist en groeide daarna door naar waarnemend bewaarder. Die rol vervulde ik bijna 1 jaar. Sinds begin dit jaar ben ik officieel benoemd tot bewaarder. Voor mijn tijd bij het Kadaster werkte ik in het notariaat als kandidaat notaris op de vastgoedsectie. Die ervaring gebruik ik nog elke dag."

Dagelijkse werkzaamheden

"Een belangrijk deel van mijn werk is de bewaarderstelefoon. Daar beantwoord ik vragen van notarissen over inschrijvingen. Ook help ik collega's bij vragen over het accepteren en verwerken van stukken. Dat doe ik vooral bij ingewikkelde dossiers, zoals complexe appartementssplitsingen of rechterlijke uitspraken. Ik beoordeel of deze uitspraken voldoen aan de inschrijvingsvereisten en bepaal hoe we ze op de juiste manier registreren.”

Afwisseling in werk: van percelen tot schepen

"Ik ben vaak te vinden op onze vestiging in Rotterdam. Daar werk ik aan landmeetkundige dossiers en werk ik veel samen met het team Schepen en Luchtvaartuigen. Ik beoordeel bijvoorbeeld of een schip te boek gesteld mag worden. Daarvoor geldt een specifiek juridisch kader, anders dan bij percelen en appartementsrechten. Juist die afwisseling maakt mijn werk boeiend. Geen dag is hetzelfde."

Investeren in nieuwe collega's

"Het opleiden van nieuwe collega’s is ook een belangrijk en waardevol onderdeel van mijn werk. Het opleidingstraject duurt ongeveer 2 jaar en is intensief. Als bewaarders geven wij de theorielessen en delen wij juridische kennis. Wij zijn als bewaarders wettelijk verantwoordelijk voor de inschrijving van stukken in de openbare register. Ook houden we de basisregistratie kadaster en de registraties voor schepen en luchtvaartuigen actueel. Na het succesvol afronden van de opleiding mogen nieuwe collega's deze werkzaamheden zelfstandig uitvoeren namens de bewaarder. We hechten veel waarde aan een goede opleiding. Zo kunnen collega’s later zelfstandig en zorgvuldig werken."

Betrouwbaarheid als uitgangspunt

"Een betrouwbare registratie is een grote drijfveer in mijn werk. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in het Kadaster kloppen. Dat geeft rechtszekerheid, nu en later. Door het opleiden van collega's en het duidelijk vastleggen van inschrijvingsbeleid, draag ik bij aan die betrouwbaarheid.”

Werken aan de herziening van de Kadasterwet

"Verder werk ik mee aan de herziening van de Kadasterwet. Deze wet regelt bijvoorbeeld de inschrijving van stukken in de openbare registers. Samen met het ministerie kijken we naar verbeteringen die passen bij huidige ontwikkelingen. Ook notarissen worden op een gegeven moment bij die gesprekken betrokken. Zo zorgen we dat de wet niet alleen juridisch klopt, maar ook goed werkt in de praktijk."

Opladen door sport en wandelen

“Naast mijn werk maak ik graag ruimte voor beweging en ontspanning. Ik wissel circuittraining, hardlopen en pilates af. Daarnaast wandel ik graag, vooral tijdens vakanties. Samen met mijn partner maak ik wandelreizen met een rugzak, van plek naar plek. Dat doen we in Schotland of Italië, maar ook in Peru of Japan. Ik hou van de natuur en al wandelend kan ik hier optimaal van genieten."

Meer informatie

Doris is niet de enige bewaarder die haar verhaal deelt. In deze serie portretten spraken we eerder al met andere bewaarders:

Van wie is Nederland?

In Nederland zoeken we vaak ruimte om huizen te bouwen of natuurgebieden aan te leggen. Dan is het belangrijk om te weten van wie onze grond is. Maar van wie zijn landbouwgrond, natuurgebieden, water, wegen en de gebouwde omgeving in Nederland?

Download het hele onderzoek

Bekijk de toelichting van Onderzoeker Research Diane Stiemer

Nederland in cijfers

Nederland en de Noordzee hebben in totaal een oppervlakte van 49.322 km2, verdeeld over 8,4 miljoen percelen. Het grootste deel van Nederland is landbouwgrond, gevolgd door water en natuur. In totaal heeft Nederland 4,4 miljoen eigenaren. De overheid is de grootste eigenaar, gevolgd door de particuliere eigenaren.

Landbouw

  • In totaal is er 20.214 km2 landbouwgrond. Dat is meer dan de helft van ons land, als je de Noordzee niet meerekent. Landbouw is bijvoorbeeld akkerland, grasland en kassen.
  • De landbouwgrond is erg versnipperd verdeeld over 280.000 eigenaren. Ongeveer 64% van de landbouwgrond is van particulieren. In Overijssel en Gelderland ligt de meeste landbouwgrond van particulieren.
  • Kerkelijke organisaties hebben weinig grond. Maar 89% van de grond die ze hebben is landbouwgrond.

Water

  • In totaal is er 15.598 km2 water. Dat is maar liefst 32% van Nederland, maar daarvan is precies de helft Noordzee. Bij water rekenen we ook meren en sloten mee.
  • Het water is verdeeld over bijna 12.000 eigenaren, vooral de overheid, natuurorganisaties en waterschappen. De grootste 10 eigenaren bezitten 96% van ons water.
  • De overheid is de grootste eigenaar van water. Dat komt doordat zij de Noordzee, Waddenzee en het IJsselmeer bezit. In Limburg hebben bedrijven 22% van het water, vooral voor zandwinning en projectontwikkeling.

Natuur

  • In totaal is er 5.847 km2 natuurgebied. Dat is bijna 12% van Nederland. Dit zijn alle natuurgebieden en nationale parken, maar ook bijvoorbeeld de bossen en duinen.
  • De natuur is verdeeld over bijna 60.000 eigenaren. De grootste eigenaren zijn Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de overheid. In Overijssel en Noord-Brabant bezitten particuliere eigenaren in verhouding veel natuur.
  • De meeste natuur ligt in Gelderland, in totaal bijna 1.400 km2. Dit is vooral de Veluwe. De plaatsen met de meeste natuur zijn Otterlo, Beekbergen en Nunspeet.

Bebouwde kom

  • In totaal is er 4.394 km2 bebouwde kom, dat is 9% van Nederland. Dit zijn 6 miljoen percelen, wat 70% van alle percelen is. De bebouwde kom is alles binnen de plaatsnaamborden.
  • De bebouwde kom is verdeeld over bijna 4 miljoen eigenaren. Gemeenten bezitten 46% van de bebouwde kom. Ook particulieren en woningcorporaties bezitten veel.
  • Almere, Amsterdam en Den Haag zijn de plaatsen met de grootste bebouwde kom.

Bedrijventerreinen

  • In totaal is er 1.122 km2 bedrijventerrein, dat is 2,3% van Nederland. Dit zijn maar liefst 300.000 percelen. Ook vliegvelden en havens vallen hieronder.
  • De bedrijventerreinen zijn verdeeld over 120.000 eigenaren. Waarvan meer dan de helft bedrijven zijn.
  • Gemeenten hebben 25% van de bedrijventerreinen. Vooral Rotterdam en Amsterdam hebben veel bedrijventerreinen, dit komt door de havengebieden. Daar hebben ze veel grond uitgegeven met erfpacht. Met een erfpacht geeft de gemeente het recht om de grond te gebruiken weg aan een bedrijf. Het bedrijf betaalt daar een bedrag voor.

Infrastructuur

  • In totaal is er 846 km2 infrastructuur, dat is ongeveer 2% van Nederland. Infrastructuur zijn wegen en treinsporen. Wegen en treinsporen binnen de bebouwde kom hebben we hier niet meegerekend.
  • Infrastructuur is vooral van de overheid. Dat gaat dan om de lokale wegen van de gemeente en de rijks- en provinciale wegen. Deze overheden bezitten 80% van de infrastructuur.
  • Wat opvalt is dat waterschappen daarna de meeste infrastructuur hebben, met 11% van het totaal. Vooral in de kustprovincies zoals Noord-Holland, Zuid-Holland, en in Zeeland zelfs 74% van alle infrastructuur. Dit zijn vaak dijken en dijkwegen.

Recreatieterreinen

  • In totaal is er 427 km2 recreatieterrein, dat is ongeveer 1% van Nederland. Dit zijn bijvoorbeeld vakantieparken, maar ook sportterreinen, dierentuinen, attractieparken of recreatieplassen. Een derde hiervan is van bedrijven.
  • Ongeveer een kwart van de recreatieterreinen is van de overheid. Het rijk is een grote eigenaar van recreatiegebied in Friesland en Zeeland rond de kuststreek. Ook Staatsbosbeheer, gemeenten, provincies en recreatieschappen zijn vaak eigenaar van recreatieterreinen. Bijvoorbeeld plassen, parken en wandelgebieden.
  • In Overijssel en Drenthe is met zo’n 30% veel recreatiegrond van particulieren. Daar staan op vakantieparken veel particuliere vakantiewoningen. In de rest van Nederland is dit aandeel veel lager, tussen 10 en 20%.

Over dit onderzoek

  • Dit onderzoek is geschreven door Diane Stiemer en Matthieu Zuidema. Zij zijn onderzoekers bij het Kadaster.
  • Het Kadaster houdt bij welke grond van wie is, en waar de grenzen liggen. Dat gebeurt door het land op te delen in percelen. Dit zijn afgebakende stukjes grond met een eigenaar, of meerdere eigenaren. Elk perceel hebben we in dit onderzoek in 1 van 7 groepen ingedeeld: landbouw, water, natuur, bebouwde kom, infrastructuur, bedrijventerrein en recreatieterrein.
  • De 4,4 miljoen eigenaren zijn voor dit onderzoek verdeeld over 13 categorieën.
  • Dat iemand eigenaar is, wil niet zeggen dat diegene de grond ook gebruikt. Bij huurwoningen verhuurt de eigenaar het aan iemand anders. Ook bij landbouwgrond kan de eigenaar iemand anders de grond laten gebruiken. En soms is sprake van erfpacht.
  • Ook kan iemand eigenaar zijn van een woning die niet op de begane grond van een gebouw ligt. Bijvoorbeeld een appartement. Deze appartementseigenaren hebben we niet meegenomen in dit onderzoek.

Meer informatie

Wilt u meer weten over de woningmarkt, onderzoeken lezen of contact opnemen met onze expert woningmarkt? Bekijk dan de pagina Woningmarkt.

BAG Extract Ophaal API nu beschikbaar

U kunt nu gebruikmaken van de nieuwe BAG Extract Ophaal API. Met deze API haalt u BAG-extracten eenvoudig geautomatiseerd op. 

SOAP-service met gebruikersnaam en wachtwoord

Gebruikt u op dit moment de SOAP-service met gebruikersnaam en wachtwoord? Bereid de overstap dan op tijd voor, want deze service stopt op 1 maart 2027.

Aan de slag met de BAG Extract Ophaal API

Op onze website leest u hoe de BAG Extract Ophaal API werkt en wat de technische specificaties zijn. De instructie Ophalen bestanden BAG Extract vindt u op de pagina BAG Extract.

Vraag een API-key aan

Hebt u al een abonnement op BAG Extract? Dan hoeft u alleen nog een API-key aan te vragen via het formulier Aanmelden BAG - Mijn Kadaster.

Andere ophaalmethoden

  • De SOAP-service met PKIoverheid-certificaten blijft voorlopig beschikbaar. Deze methode stopt in de 2e helft van 2027. 
  • Downloadt u BAG-extracten handmatig? Dan verandert er niets voor u. Deze mogelijkheid blijft beschikbaar.

Deel uw ervaringen

Gebruikt u de BAG Extract Ophaal API al? Dan horen wij graag wat uw ervaringen zijn.

Met uw feedback verbeteren wij onze dienstverlening, documentatie en ondersteuning. Heeft u suggesties of ziet u mogelijkheden voor verbetering? Heeft u vragen over de Extract Ophaal API? Laat het ons weten via het formulier Contact over BAG.

Meer informatie

Neem dan contact op via ons formulier Contact over BAG.

Prijsstijging koopwoningen vlakt in augustus verder af

In augustus waren de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 3,3% hoger dan een jaar eerder. Een maand eerder was de prijsstijging 3,9%. De prijsstijging jaar op jaar van bestaande koopwoningen vlakt sinds eind 2024 vrijwel onafgebroken af. In vergelijking met juli 2026 daalden de prijzen met 0,1% in augustus. 

De prijsontwikkelingen in dit bericht zijn gebaseerd op de prijsindex van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster. 

In vergelijking met juli daalden de prijzen van koopwoningen een klein beetje

In vergelijking met juli daalden de prijzen van bestaande koopwoningen in augustus met 0,1%. De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in juli 2022 een piek. Daarna sloeg de trend om en daalde de prijsindex enige tijd. Sinds juni 2023 is de trend weer stijgend. In augustus lagen de prijzen gemiddeld 17,8% hoger dan bij de vorige piek in juli 2022. 

Minder transacties bestaande koopwoningen in augustus

Wij registreerden in augustus 18.886 woningtransacties. Dat is bijna 3% minder dan een jaar eerder. In de eerste acht maanden van 2026 zijn 156.028 woningen verkocht, ruim 4% meer dan een jaar eerder.
In augustus was de gemiddelde transactieprijs voor een bestaande koopwoning € 503.523. Voor het bepalen van prijsontwikkelingen van bestaande koopwoningen wordt niet de transactieprijs, maar de prijsindex gebruikt. Bij de berekening van de prijsindex wordt rekening gehouden met kwaliteitsverschillen tussen koopwoningen. In de gemiddelde transactieprijs zit geen kwaliteitscorrectie.

Meer cijfers in Vastgoeddashboard

Iedere maand publiceren we cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie.

Naar Vastgoeddashboard

Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt

Kwartaalbericht agrarische grondmarkt 2023-2

Thema: Agrariërs verwerven meeste landbouwgrond, maar hun aandeel daalt

Nederland staat momenteel voor een reeks ingrijpende veranderingen die steeds meer van de schaarse grond vragen. Denk maar eens aan:

  • het realiseren van voldoende betaalbare woningen
  • de overstap naar duurzame energieproductie
  • de transitie naar kringlooplandbouw met behoud van een gezonde en diverse natuur

Met deze ‘grote verbouwing van Nederland’ in het achterhoofd, onderzochten we samen met Wageningen Economic Research welke partijen actief zijn op de agrarische grondmarkt. Landbouwgrond is een schaars goed, waarin slechts beperkt handel plaatsvindt.

Agrarische ondernemers verhandelden het grootste deel van de landbouwgrond. Toch nam hun aandeel de afgelopen 10 jaar af. Het aandeel van beleggers, natuurorganisaties en overheden nam juist toe. 

 

Lees meer over dit onderwerp in de themabijlage.

Lees de themabijlage

Kwartaalbericht 2e kwartaal van 2023

Landelijk overzicht

De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 2e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 73.600 per ha (figuur 1). Dat is 7,3% lager dan in het 1e kwartaal van 2023 (€ 79.400 per ha), en vrijwel gelijk aan de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.

Prijzen van bouwland en grasland

De gemiddelde prijs van bouwland is in het 2e kwartaal van 2023 met 8% gedaald naar € 84.900 per ha (figuur 1). Dat is een fractie boven de gemiddelde prijs in 2022 van € 84.500 per ha.
De gemiddelde prijs van grasland is in het 2e kwartaal van 2023 met 1,2% afgenomen tot € 68.000 per ha (figuur 1). Dat ligt nog 2,7% boven de gemiddelde prijs van grasland in 2022 van € 66.200 per ha.
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 2e kwartaal van 2023 met 5,8% gezakt tot € 73.000 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.

Deze grafiek toont de agrarische grondprijzen van grasland, bouwland en grasland, bouwland en snijmais samen- voor 2023-Q2. De x-as toont de meest recente 12 kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 100.000 euro per hectare en de stapgrootte 10.000 hectare. Bouwland ligt in 2023-Q2 op 84.900 euro per hectare, grasland op 68.000 euro per hectare en het totale gemiddelde op 73.600 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 1 Agrarische grondprijs (euro/ha) naar grondgebruik
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Grondmobiliteit

In het 2e kwartaal van 2023 is 6.800 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 200 ha (2%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q3 tot en met 2023Q2) is in totaal 29.100 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 1.200 ha (4%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q3-2022Q2).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,62%, tegen 1,68% in dezelfde periode het jaar daarvoor.

Deze grafiek toont de grondmobiliteit - de verhandelde oppervlakte - voor 2023-Q2 in geheel Nederland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont de grondmobiliteit, de ondergrens is 0 hectare, de bovengrens 14.000 hectare en de stapgrootte 2.000 hectare. Het vierde kwartaal geeft telkens de hoogste mobiliteit. Het derde kwartaal de laagste. De mobiliteit lag in 2023-Q2 op 6.801 hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.
Figuur 2 Mobiliteit (ha) landbouwgrond per kwartaal
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

Provinciaal overzicht

Grondprijzen

In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen. Figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. Deze kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen.
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 2e kwartaal van 2023 uiteen van € 60.700 in Fryslân tot € 161.900 per ha in Flevoland (kaart 1). In de 3 zuidelijke provincies en in Noord-Holland ligt de grondprijs tussen ongeveer € 81.000 en € 85.000 per ha, en in de overige 6 provincies (in het noorden, oosten en midden van het land) zit de prijs rond € 70.000 per ha.

Deze kaart toont de agrarische grondprijzen per provincie van 2023-Q1. De grondprijzen zijn berekend op basis van de transacties van de periode 2022-Q2 tot en met 2023-Q1. De legenda toont in blauwtinten de grondprijs, met als ondergrens “0 tot 50.000 euro per hectare” en als bovengrens “150.000 en hoger euro per hectare”. In Friesland is de gemiddelde prijs het laagst met 57.700 euro per hectare. Flevoland heeft met een gemiddelde prijs van 160.600 euro per hectare de hoogste prijs. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Kaart 1 Agrarische grondprijs naar provincie, 2e kwartaal 2023
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van kaart 1

Verschil ontwikkeling grondprijs landelijk (figuur 1) en provinciaal (figuren 3 t/m 7)

De landelijke agrarische grondprijs is in het 2e kwartaal van 2023 met ruim 7% gedaald (zie hiervoor), terwijl de grondprijs in slechts 4 provincies is afgenomen met 1% tot 3% (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling

Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. In de provincie Drenthe daalde de gemiddelde grondprijs in 2023-Q2 naar 71.300 euro per hectare. In Friesland en Groningen steeg de gemiddelde grondprijs iets: in Friesland naar 60.700 en in Groningen naar 71.100 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 3 Grondprijsontwikkeling provincies Groningen, Fryslân en Drenthe
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

In de provincies Groningen en Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 5% à 6% toegenomen, terwijl die in Drenthe heel licht (1%) is gedaald (figuur 3). 

Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Overijssel en Gelderland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. De beide provincies laten in 2023-Q2 een stijging in de grondprijsontwikkeling zien. In Gelderland komt de grondprijs in dat kwartaal op 69.100 euro per hectare, in Overijssel komt deze op 72.800 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 4 Grondprijsontwikkeling provincies Overijssel en Gelderland
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4

In de provincies Overijssel en Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met respectievelijk 1% en 2% gestegen (figuur 4).

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincie Flevoland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 160.000 euro per hectare en stapgrootte van 20.000 euro per hectare. De provincie Flevoland laat in 2023-Q2 weer een stijgende grondprijsontwikkeling zien tot het gemiddelde prijsniveau van 161.900 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 5 Grondprijsontwikkeling provincie Flevoland
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

In de provincie Flevoland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 1% gestegen (figuur 5).

Grondprijsontwikkeling Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. De provincies Zuid-Holland en Noord-Holland laten in 2023-Q2 een dalende grondprijs zien. In Noord-Holland komt deze uit op 81.100 euro per hectare, en in Zuid-Holland op 71.400 euro per hectare. De grondprijs in Utrecht is gestegen naar 72.900 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 6 Grondprijsontwikkeling provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6

In de provincie Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 2% gestegen, terwijl in Noord-Holland en Zuid-Holland de grondprijs met ruim 1% is gedaald (figuur 6).

Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg

Deze grafiek toont de grondprijsontwikkeling voor de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. De x-as toont de 12 meest recente kwartalen. De y-as toont de grondprijs, met als ondergrens 40.000 euro per hectare en als bovengrens 90.000 euro per hectare en stapgrootte van 10.000 euro per hectare. In Limburg en Noord-Brabant is de prijs gestegen. In Limburg komt deze op 80.600 euro per hectare en in Noord-Brabant op 83.500 euro per hectare. In Zeeland daalde de gemiddelde grondprijs naar 85.100 euro per hectare. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 7 Grondprijsontwikkeling provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 7

In provincie Zeeland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 2e kwartaal van 2023 met 3% afgenomen, terwijl in Noord-Brabant en Limburg de grondprijs met respectievelijk 1% en 2% is gestegen (figuur 7).

Grondmobiliteit

De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2022Q3-2023Q2) varieert van 1,14% in Fryslân tot 2,01% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q3-2022Q2) is in 8 provincies de relatieve grondmobiliteit afgenomen, met de grootste daling in Noord-Brabant van 0,3 procentpunt. In 3 provincies is de relatieve grondmobiliteit gestegen, van Zeeland (0,2%) via Utrecht (0,4%) tot 1,0 procentpunt in Flevoland.

Deze grafiek toont de relatieve grondmobiliteit -dat is de verhandelde oppervlakte ten opzichte van het totale beschikbare areaal landbouwgrond- per provincie. De x-as toont de 12 provincies. De y-as toont de relatieve grondmobiliteit, de ondergrens is 0%, de bovengrens 2,5%, de stapgrootte is 0,5%. De grafiek vergelijkt de relatieve mobiliteit in de periode juli 2022 tot en met juni 2023 met de periode april 2022 tot en met maart 2023. In de provincies Groningen, Flevoland en Zeeland steeg de mobiliteit. In de overige provincies daalde de mobiliteit in deze periode. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze expert Landelijk gebied Paul Peter Kuiper via 0621503747.

Figuur 8 Relatieve mobiliteit landbouwgrond (%) in 2021-Q3 t/m 2022-Q2 en 2022-Q3 t/m 2023-Q2
Bron: Kadaster en Wageningen Economic Research
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 8

Verantwoording

Agrarische grondprijs

De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:

  • koper heeft een landbouwbedrijf
  • grasland, bouwland, snijmais
  • soort overdracht is koop-verkoop
  • zakelijk recht is volle eigendom
  • geen opstallen
  • geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
  • geen familierelatie
  • oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
  • de koopsom is groter dan € 1,-

Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.

De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.

Agrarische grondmobiliteit

De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:

  • grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
  • soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
  • zakelijk recht is volle eigendom
  • geen familierelatie
  • oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
  • de koopsom is groter dan € 1,-

Over het kwartaalbericht

Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.

Aanmelden kwartaalbericht per e-mail

Logo van Wageningen University & Research.Logo van het Kadaster

Investeerders 2e kwartaal 2024: investeerders kochten en verkochten meer

Welke soort investeerders zijn er op de woningmarkt, waar kopen of verkopen ze woningen en in welke woningen investeren zij? In dit bericht leest u elk kwartaal de laatste stand van zaken en belangrijke data over investeerders op de woningmarkt.

De top 3 belangrijkste conclusies

  1. In het 2e kwartaal van 2024 kochten en verkochten investeerders meer woningen vergeleken met een jaar geleden. 
  2. Investeerders verkochten steeds meer aan eigenaar-bewoners. Het aantal woningen van particuliere investeerders nam af, terwijl dat van bedrijfsmatige investeerders toenam. 
  3. Opgeteld hebben investeerders meer woningen in bezit dan in de afgelopen jaren.

In dit kwartaalbericht onderscheiden wij 4 typen investeerders

  • Particuliere investeerder: een particulier (natuurlijk persoon) die niet in de woning woont en 3 woningen of meer bezit.
  • Bedrijfsmatige investeerder: een niet-natuurlijk persoon die woningen bezit, zoals een bedrijf. Maar die geen woningcorporatie of overheidsorganisatie is.
  • Kleine investeerder: een investeerder die maximaal 9 woningen bezit.
  • Grote investeerder: een investeerder die 10 of meer woningen bezit.

De dalende trend lijkt om te slaan naar meer aan- en verkopen

  • Tussen 2015 en 2020 kochten investeerders meer woningen dan dat ze verkochten. 
  • Sinds 2021 verkochten investeerders elk kwartaal meer woningen dan dat ze kochten. Dit kwam na de verhoging van de overdrachtsbelasting naar 8% in 2021 en naar 10,4% in 2023.
  • Vanaf 2024 is er een stijgende trend in zowel aankopen als verkopen door investeerders. 
  • De trend is het gemiddelde aantal transacties van de laatste 4 kwartalen. Zo worden de cijfers minder beïnvloed door dalingen en stijgingen die elk jaar op dezelfde momenten terugkeren. Dit noemen we seizoensinvloeden.

Deze grafiek toont de trend van het aantal aankopen en verkopen van investeerders vanaf het derde kwartaal van 2014 tot en met het tweede kwartaal van 2024. De x-as toont de jaren en kwartalen. De y-as toont het aantal aankopen dan wel verkopen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 15000 en de stapgrootte is 5000. De trend laat zien dat sinds de verhoging van de overdrachtsbelasting voor investeerders vanaf 1 januari 2021 investeerders ieder kwartaal meer woningen verkochten dan kochten. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 1. Ontwikkeling van de trend in het aantal aan- en verkopen van investeerders
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Vooral grote bedrijfsmatige en kleine particuliere investeerders kochten meer woningen

  • In het 2e kwartaal van 2024 kochten alle groepen investeerders meer woningen dan in het 1e kwartaal van 2024. In totaal werden bijna 5.600 woningen aangekocht. Dat zijn er zo’n 600 meer dan in het 1e kwartaal en ruim 1.100 meer dan het jaar daarvoor.
  • Vooral grote bedrijfsmatige investeerders kochten flink meer woningen dan vorig jaar, namelijk 14% meer. Dat was ook zo bij kleine particuliere investeerders. Zij kochten 22% meer woningen. 

Deze grafiek toont het aantal aankopen van investeerders vanaf het derde kwartaal van 2022 tot en met het tweede kwartaal van 2024. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige en particuliere investeerders en kleine en grote investeerders. De x-as toont de jaren en kwartalen. De y-as toont het aantal aankopen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 6000 en de stapgrootte is 1000. Er is te zien dat over de hele linie investeerders recent een licht stijgende lijn laten zien als het gaat om het aankopen van woningen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.
Figuur 2. Ontwikkeling van het aantal aankopen van investeerders per kwartaal
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

Zowel bedrijfsmatige als particuliere investeerders verkochten flink meer woningen

  • In het 2e kwartaal verkochten alle groepen investeerders bij elkaar 12.000 woningen. Dat is maar liefst 2.450 woningen meer dan vorig kwartaal en 4.780 dan in het 2e kwartaal van 2023.
  • Bedrijfsmatige investeerders verkochten 70% meer dan in vergelijking met vorig jaar. Particuliere investeerders verkochten 62% meer.
  • In het 2e kwartaal 2024 verkochten investeerders 6.400 woningen meer dan dat zij kochten.

Deze grafiek toont het aantal verkopen van investeerders vanaf het derde kwartaal van 2022 tot en met het tweede kwartaal van 2024. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige en particuliere investeerders en kleine en grote investeerders. De x-as toont de jaren en kwartalen. De y-as toont het aantal verkopen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 6000 en de stapgrootte is 1000. Er is te zien dat het aantal woningverkopen door investeerders het laatste kwartaal steeg. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 3. Ontwikkeling van het aantal verkopen van investeerders per kwartaal 
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

Meer aan- en verkopen in de 4 grootste steden (G4)

  • In de 4 grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) verkochten particuliere en bedrijfsmatige investeerders in het 2e kwartaal van 2024 meer woningen dan zij kochten. 
  • Particuliere investeerders verkochten ruim 1.400 woningen en kochten bijna 300 woningen. Bedrijfsmatige investeerders verkochten bijna 1.500 woningen en kochten ongeveer 1.000 woningen.
  • Dat bedrijfsmatige investeerders meer verkopen dan kopen, betekent niet altijd dat hun aandeel in de woningvoorraad afneemt. Zij bouwen en verkopen namelijk ook nieuwbouwwoningen.

Deze grafiek toont het aantal aankopen en verkopen van investeerders in de G4 sinds het tweede kwartaal van 2022. De x-as toont de jaren. De y-as toont de aantallen woningen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 3.000 en de stapgrootte is 1.000. Daarnaast is onderscheid gemaakt naar particuliere en bedrijfsmatige investeerders. Er is te zien dat zowel particuliere als bedrijfsmatige investeerders meer verkopen dan zij kopen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 4. Ontwikkeling aan- en verkopen van investeerders in G4
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4 

Investeerders relatief actiever in de G4 dan in de rest van Nederland

  • In het 2e kwartaal van 2024 kochten en verkochten investeerders relatief meer woningen in de G4 dan in de rest van Nederland. 
  • Bedrijfsmatige investeerders kochten in het 2e kwartaal van 2024 11% van de woningen in de G4 en 6% in de rest van Nederland. Particuliere investeerders kochten 3% in de G4 en 2% in de rest van Nederland. 
  • Verkoopcijfers in het 2e kwartaal tonen een vergelijkbaar patroon. Bedrijfsmatige investeerders verkochten 16% van de woningen in de G4 en 10% in de rest van Nederland. Particuliere investeerders verkochten 15% in de G4 en 7% in de rest van Nederland.

Particuliere investeerders verkochten meer aan eigenaar-bewoners dan dat zij van hen kochten

Als we kijken naar transacties op de woningmarkt, rekenen we vaak transacties mee van meerdere woningen tegelijk. Maar in onderstaande opsomming kijken we alleen naar transacties waarbij 1 woning wordt gekocht of verkocht.

  • In het 2e kwartaal van 2024 verkochten particuliere investeerders 3.200 woningen aan eigenaren die ook zelf in de woning gaan wonen (eigenaar-bewoners). Ze kochten 600 woningen van eigenaar-bewoners. Een jaar geleden verkochten ze nog 1.925 woningen en kochten er 500.
  • Bedrijfsmatige investeerders verkochten in het 2e kwartaal van 2024 2.700 woningen aan eigenaar-bewoners. Ze kochten 525 woningen van eigenaar-bewoners. Een jaar geleden verkochten ze 1.575 en kochten er 550. 
  • Particuliere investeerders kochten tot 2021 bijna altijd meer woningen van eigenaar-bewoners dan dat ze aan hen verkochten. Zo werden koopwoningen huurwoningen. Sinds de verhoging van de overdrachtsbelasting in 2021 geldt het omgekeerde.
  • Bedrijfsmatige investeerders verkochten altijd al meer aan eigenaar-bewoners. Dat komt omdat zij ook nieuwe woningen bouwen en verkopen.

Deze grafiek toont het aantal transacties tussen eigenaar-bewoners en de verschillende typen investeerders sinds 2024. De x-as toont de jaren. De y-as toont de aantallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 6.000 en de stapgrootte is 2.000. Er is te zien dat bedrijfsmatige investeerders altijd meer verkopen aan eigenaar-bewoners dan dat zij van hen kopen, dat particuliere investeerders dat pas sinds 2021 doen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 5. Ontwikkeling transacties tussen eigenaar-bewoners en particuliere en bedrijfsmatige investeerders. In dit figuur zien we 2 stromen. De stroom van huur naar koop laat zien dat investeerders woningen verkopen aan mensen die er zelf in gaan wonen: huurwoningen worden koopwoningen. De stroom van koop naar huur is het omgekeerde: koopwoningen worden gekocht om te verhuren.
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Investeerders verkochten relatief goedkope woningen

  • In het 2e kwartaal van 2024 betaalden eigenaar-bewoners gemiddeld € 372.000 voor een woning die ze kochten van een investeerder. Dit was flink lager dan de € 436.000 die eigenaar-bewoners gemiddeld op de hele woningmarkt betaalden. 
  • Tot de 1e helft van 2021 waren die bedragen best gelijk. Maar sinds de 2e helft van 2021 betalen eigenaar-bewoners duidelijk minder voor de woningen die zij kopen van investeerders.
  • Zowel particuliere als bedrijfsmatige investeerders verkopen sinds 2021 relatief goedkopere woningen.

Deze grafiek toont de gemiddelde koopsom betaald door eigenaar bewoners op de totale woningmarkt en bij verkopen van investeerders sinds 2014Q3. De x-as toont de jaren. De y-as toont de gemiddelde prijs in euro's, de ondergrens is 0, de bovengrens is 400.000 en de stapgrootte is 100.000. Er is te zien dat tot halverwege 2021 de gemiddelde koopsom op de totale markt overeen komt met de gemiddelde koopsom bij verkopen van investeerders, maar dat de gemiddelde koopsom voor woningen verkocht door investeerders sindsdien beduidend lager ligt. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 6. Ontwikkeling gemiddelde koopsom betaald door eigenaar-bewoners op de hele markt en voor de verkopen van investeerders
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6

Particuliere investeerders bezitten minder, bedrijfsmatige investeerders bezitten meer

  • Op 1 juli 2024 bezaten investeerders 767.000 woningen. Dat is 9,5% van alle woningen in Nederland. 
  • Het aandeel woningen in bezit van particuliere investeerders daalde van 4% op 1 juli 2023, naar 3,8% op 1 juli 2024. Het aandeel van particuliere investeerders is daarmee hetzelfde als op 1 juli 2022.
  • Bedrijfsmatige investeerders kregen er tussen 2023 en 2024 bijna 15.000 woningen bij. Hun aandeel groeide van 5,4% naar 5,5%. 
  • Het bezit van grote bedrijfsmatige investeerders groeide. Dit komt vooral doordat zij woningen bouwen. 
     

Deze grafiek toont het aandeel investeerders in de woningvoorraad op 1 juli 2022, 2023 en 2024. De x-as toont de type investeerders. De y-as toont het aandeel in procenten, de ondergrens is 0, de bovengrens is 5 en de stapgrootte is 1. Er is te zien dat het aandeel bedrijfsmatige investeerders is toegenomen en particuliere investeerders redelijk gelijk zijn gebleven. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 7. Woningvoorraad per 1 juli 2022, 2023 en 2024 van investeerders
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 7

Over het kwartaalbericht

  • Dit Kadaster Kwartaalbericht investeerders is geschreven door Lianne Hans, Jorian Lamberink, Marion Plegt, Diane Stiemer, Paul de Vries en Joost Zuidberg. 
  • Of iemand een investeerder is, staat niet in de transportakte van de woning. Wij herkennen investeerders in onze registratie op basis van bepaalde kenmerken. We spreken daarom ook van een indicatie investeerder.

Meer informatie

  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
  • Wij publiceren ook ieder kwartaal de belangrijkste cijfers en ontwikkelingen over de woningmarkt. Ga naar de pagina Kwartaalberichten woningmarkt.
  • Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
  • Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.

Woningmarkt 2e kwartaal 2024: jongeren kopen meer, doorstromers betalen meer

In het 2e kwartaal van 2024 nam het aantal woningtransacties toe. Vooral jongeren kochten meer woningen. Het aantal verkochte appartementen steeg het hardst. De prijzen van koopwoningen stegen verder. Doorstromers in de 4 grootste gemeenten (G4) betaalden het meest van alle kopers.

Aantal transacties nam verder toe

  • In het 2e kwartaal van 2024 registreerde het Kadaster 47.942 transacties. Dit is een stijging van 7,7% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.
  • Ook in het 1e kwartaal van 2024 zagen we al een stijging van het aantal transacties. Deze stijging volgde op een periode van 11 kwartalen waarin het aantal transacties juist daalde ten opzichte van het jaar ervoor.
  • Vergeleken met het 1e kwartaal 2024 nam het aantal transacties met 7,9% toe.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal transacties in laatste 10 jaar. De x-as toont de jaren. De y-as toont het aantal transacties in duizendtallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 60.000 en de stapgrootte is 20.000. Er is te zien dat het aantal transacties elk kwartaal fluctureert, met jaarlijks een piek in het laatste kwartaal. De trend gaat gelijkmatiger, en was dalend tussen 2021 en eind 2023. Sinds begin 2024 begint ook de trendlijn weer te stijgen. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 1: Ontwikkeling van het aantal transacties en de trend van het aantal transacties op de woningmarkt
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Jongeren kochten meer

  • Het aantal transacties nam toe in alle leeftijdsklassen. Zowel ten opzichte van het 1e kwartaal van 2024, als ten opzichte van een jaar geleden. 
  • Vooral jongeren (tot 35 jaar) kochten meer woningen. Het aantal transacties in deze groep steeg met 9,4% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. In de leeftijdsgroep 35 tot 65 jaar steeg het aantal transacties met 3,3%. 
  • Jongeren kochten ook in aantallen de meeste woningen. In totaal werden in het 2e kwartaal van 2024 55% van de woningen gekocht door jongeren.

Deze grafiek toont de trend van het aantal transacties per leeftijdsklasse (jonger dan 35, tussen 35 en 65 en ouder dan 65) per jaar voor de afgelopen 5 jaar. De x-as toont de jaren. De y-as toont het aantal transacties in duizendtallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 30.000 en de stapgrootte is 5.000. Er is te zien dat sinds eind 2020 kopers jonger dan 35 jaar de grootste groep zijn, gevolgd door 35-65 jaar en als laatst ouder dan 65 jaar. Na een periode van stabilisatie trekt het aantal transacties door kopers jonger dan 35 jaar weer aan. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.
Figuur 2: Ontwikkeling van het aantal transacties naar de leeftijd van de koper op de woningmarkt (trendmatig, dat wil zeggen op basis van het gemiddelde van de laatste 4 kwartalen)
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2 

Jonger dan 35: zowel doorstromers en koopstarters

De groep kopers tot 35 jaar bestaat voor twee derde deel uit koopstarters en voor een derde deel uit doorstromers. De woningmarkt blijft voor beide groepen aantrekkelijk:

  • Beide kunnen meestal nog gebruikmaken van de vrijstelling van de overdrachtsbelasting (startersvrijstelling). Deze vrijstelling geldt eenmalig voor kopers jonger dan 35 jaar. 
  • Doorstromers profiteren vaak van overwaarde door gestegen huizenprijzen.
  • Voor koopstarters is het woningaanbod toegenomen. Ook doordat investeerders meer woningen verkopen die binnen hun budget vallen.

Vooral meer appartementen gekocht

De toename in het aantal transacties komt vooral doordat er meer appartementen gekocht werden:

  • Het aantal gekochte appartementen ligt bijna weer op het hoogtepunt van 2021. De toename komt vooral doordat investeerders steeds meer verhuurappartementen uitponden, dat wil zeggen verkopen, aan eigenaren die er zelf in gaan wonen. 
  • Het aantal verkochte 2-onder-1-kap-woningen en vrijstaande woningen steeg ook, maar ligt nog ver onder de piek van 2021.
  • Het aantal verkochte tussen- en hoekwoningen daalde nog steeds. Dat wijst erop dat eigenaren van deze woningen niet goed kunnen of willen doorstromen naar andere woningen.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal transacties per woningtype per jaar voor de periode 2014-2024q2. De x-as toont de jaren. De y-as toont het aantal transacties in duizendtallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 30.000 en de stapgrootte is 5.000. Er is te zien dat er altijd meer tussen-en hoekwoningen gekocht worden dan appartementen of 2-onder-1-kap en vrijstaande woningen. Toch neemt het aantal verkochte tussen- en hoekwoningen nog steeds af, terwijl het aantal gekochte appartementen alweer sterk toeneemt. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 3: Ontwikkeling van het aantal transacties naar woningtype (trendmatig, dat wil zeggen op basis van het gemiddelde van de laatste 4 kwartalen)

Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3 


Vooral doorstromers in de G4 betaalden meer

De G4 bestaat uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De prijzen liggen hier gemiddeld hoger dan in de rest van Nederland. 

  • Doorstromers in de G4 betaalden het meest van alle groepen kopers. Ook betaalden ze dit kwartaal meer dan ooit: gemiddeld € 634.000. Dat is hoger dan de vorige piek in het 3e kwartaal van 2022 (€ 628.000).
  • Doorstromers en koopstarters in de rest van het land betaalden gemiddeld ook meer dan bij de vorige piek. Doorstromers betaalden dit kwartaal gemiddeld € 488.000 en koopstarters gemiddeld € 349.000.
  • Koopstarters in de G4 betaalden gemiddeld € 437.000. Dat is nog onder de piek van het 1e kwartaal van 2022 (€ 467.000).


Deze grafiek toont de ontwikkeling van de gemiddelde koopsom per type koper in de G4 en de rest van Nederland per jaar voor de periode 2019-2024Q2. De x-as toont de jaren. De y-as toont het de gemiddelde koopsom in duizendtallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 600 en de stapgrootte is 200. Er is te zien dat doorstromers altijd meer betalen dan koopstarters, en de prijzen in de G4 hoger liggen dan in de rest van het land. De prijzen voor doorstromers in de G4 stijgen dit jaar harder dan die voor de andere typen kopers, en liggen voor het eerst sinds 2022 weer boven de €600.000. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 4: Ontwikkeling koopsom voor koopstarters en doorstromers in de G4 en de rest van Nederland
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4 

Prijzen in meer dan de helft van de gemeenten boven Nederlands gemiddelde

  • In 198 van de 342 gemeenten (58%) was de gemiddelde koopsom hoger dan het Nederlands gemiddelde: € 441.000. De gemiddelde koopsom ligt daarmee 8,5% hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar geleden. 
  • In Blaricum, Bloemendaal en Laren was de gemiddelde koopsom hoger dan € 1.000.000. Sinds begin 2020 is de gemiddelde koopsom hier wel minder hard gestegen dan de landelijke stijging van 36,8%:
    • Blaricum: stijging van 14,7%
    • Bloemendaal: stijging van 12%
    • Laren: stijging van 30,8%
  • In de periode vanaf begin 2020 zijn de prijzen het sterkst gestegen in de gemeenten Oss, Geldrop-Mierlo en Zuidplas:
    • Oss: stijging van 59,8%
    • Geldrop-Mierlo: stijging van 59,4%
    • Zuidplas: stijging van 56,2%

Deze kaart toont per gemeente de koopsomklasse van de transacties voor het tweede kwartaal van 2024. De laagste klasse is gemiddeld minder dan € 300.000, de hoogste klasse gemiddeld meer dan € 550.000. Er is te zien dat de lage prijsklassen vooral aan de randen vanh et land gevonden worden. De hoogste prijsklassen liggen in de Randstad. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 5: Gemiddelde koopsom van verkochte woningen in het 2e kwartaal van 2024.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Over het onderzoek

  • Dit Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door Lianne Hans, Frank Harleman, Jorian Lamberink, Marion Plegt en Diane Stiemer.
  • Maandelijks publiceren het Kadaster en het CBS informatie over de woningmarkt (PBK), gebaseerd op de woningprijsindex. De woningprijsindex corrigeert voor toevalligheden in de transacties, zoals woningtype en regio. In deze publicatie kijken we alleen naar de gemiddelde prijs.
  • Het Kadaster publiceert het aantal transacties en de woningprijs op basis van de eigendomsoverdrachten bij de notaris. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) publiceert op basis van de koopakten. 

Meer Informatie

Contact

  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.

Andere onderzoeken

  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Woningmarkt.
  • Wilt u een overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar de pagina Vastgoedinformatie.
  • In het Vastgoeddashboard publiceren wij iedere maand cijfers over onder andere woningverkopen. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.

Kwartaalbericht woningmarkt

Hypotheekmarkt 1e halfjaar 2024: meer lenen bij slecht energielabel

Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Werd er meer of minder geleend ten opzichte van de koopsom? In dit bericht leest u de laatste stand van zaken over de hypotheekmarkt.

De top 3 belangrijkste conclusies

  1. In het 1e halfjaar van 2024 bleef het aantal nieuw afgesloten hypotheken, de gemiddelde hypotheeksom en het aantal over- en bijsluitingen op hetzelfde niveau als in het halfjaar daarvoor.
  2. Vergeleken met een jaar geleden werd er gemiddeld meer geleend ten opzichte van de koopsom. Dat was vooral zo bij hypotheken voor duurdere woningen boven de grens van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De NHG grens is € 435.000 in 2024.
  3. Het percentage van de lening in vergelijking met de koopsom (loan-to-value) was bij woningen met een slecht energielabel vaak meer dan 110%. 

Aantal nieuwe hypotheken bleef gelijk

  • In het 1e halfjaar van 2024 werden bijna 170.000 hypotheken afgesloten. 
  • Het aantal nieuwe hypotheken was vergelijkbaar met die in het halfjaar ervoor, op een daling van 1% na. In vergelijking met het 1e halfjaar in 2023 nam het wel toe met 12%.
  • Vergeleken met de periode 2020 tot 2022 was het aantal afgesloten hypotheken in het 1e halfjaar van 2024 nog altijd laag.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2024. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont het aantal nieuw afgesloten hypotheken (in duizendtallen). De ondergrens is 0, de bovengrens is 300 en de stapgrootte is 50. De figuur laat een stabiliserende trend van het aantal nieuw afgesloten hypotheken zien. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 1. Ontwikkeling van het aantal hypotheken
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1

Ook totale hypotheeksom bleef gelijk

  • De totale hypotheeksom over het 1e halfjaar van 2024 kwam uit op € 59,4 miljard. Dit is vergelijkbaar met voorafgaande halfjaar. Het gaat hier om alle hypotheekbedragen bij elkaar opgeteld.
  • Vergeleken met een jaar eerder steeg de totale hypotheeksom met 22%. In vergelijking met 2021 en 2022 was er sprake van een daling.
  • De ontwikkeling van de hypotheeksom lijkt veel op die van het aantal afgesloten hypotheken.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de totale hypotheeksom van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2024. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de totale hypotheeksom (in miljarden euro's). De ondergrens is 0, de bovengrens is 100 en de stapgrootte is 10. De figuur laat een stabiliserende trend van de totale hypotheeksom zien. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.
Figuur 2. Ontwikkeling van de totale hypotheeksom
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2

Aantal over- en bijsluitingen bleef op een zeer laag niveau

  • Het aantal afgesloten hypotheken voor de aankoop van een woning was in het 1e halfjaar van 2024 ongeveer hetzelfde als het voorafgaande halfjaar, namelijk 146.000.
  • Het aantal over- en bijsluitingen was het laagst sinds het begin van onze metingen. Het waren er 24.000. Dat is 5% minder dan in het voorafgaande halfjaar. 
  • De hypotheekrente was gemiddeld 4%. Dat is bijna 2 keer zo hoog als 2 jaar geleden. Door de hogere rente was vooral het oversluiten van hypotheken minder populair.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2024 met uitsplitsing naar hypotheken voor de aankoop van een woning en over- of bijsluitingen. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont het aantal nieuw afgesloten hypotheken (in duizendtallen). De ondergrens is 0, de bovengrens is 200 en de stapgrootte is 20. De figuur laat zien dat het aantal over- en bijsluitingen nog altijd erg laag is. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 3. Ontwikkeling van het aantal hypotheken voor woningaankoop en over- en bijsluitingen
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3

Gemiddelde hypotheeksom voor woningaankopen steeg licht

  • De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg in het 1e halfjaar van 2024 naar € 449.000. Dat is 3,6% hoger dan in het voorafgaande halfjaar en 7,3% hoger dan een jaar geleden. 
  • Voor een over- of bijsluiting kwam de gemiddelde hypotheeksom uit op € 256.000. Dat is maar iets lager dan in het voorafgaande halfjaar, maar bijna 17% hoger dan een jaar geleden. 
  • De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg net zoals de woningprijzen. De hypotheeksom voor over- en bijsluitingen daalde naar het gemiddelde niveau in de periode 2019-2024. 

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de gemiddelde hypotheeksom van het aantal nieuw afgesloten hypotheken vanaf het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2024 met uitsplitsing naar hypotheken voor de aankoop van een woning en over- of bijsluitingen. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de gemiddelde hypotheeksom (in duizenden euro's). De ondergrens is 0, de bovengrens is 500 en de stapgrootte is 50. De figuur laat zien dat de gemiddelde hypotheeksom van hypotheken voor de aankoop van een woning recent weer toeneemt en dat de gemiddelde hypotheeksom van een over- of bijsluiting juist licht is gedaald. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 4. Ontwikkeling van de gemiddelde hypotheeksom voor woningaankoop en over- en bijsluitingen
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4 

De gemiddelde LTV nam toe van 86,8% naar 87,8%

  • De gemiddelde loan-to-value (LTV) steeg naar 87,8%. In het voorafgaande halfjaar was dit nog 86,8%. Loan-to-value is hier de hoogte van de geldlening als percentage van de koopsom.
  • De laagst gemeten LTV sinds 2019 is 85,5%. Dit was vlak voor de daling van de gemiddelde woningprijs in 2023.
  • De gemiddelde LTV daalde tussen het 1e halfjaar 2019 en het 2e halfjaar van 2022 van 92% naar 85,5%. Daarna werd er weer steeds meer geleend ten opzichte van de koopsom.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de gemiddelde loan-to-value van nieuw afgesloten hypotheken voor woningaankopen van het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2024. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de gemiddelde loan-to-value (in procenten). De ondergrens is 82%, de bovengrens is 94% en de stapgrootte is 2%. De figuur laat een stijging van de gemiddelde loan-to-value zien van 86,8% in het tweede halfjaar van 2023 naar 87,8% in het eerste halfjaar van 2024. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 5. Ontwikkeling van de gemiddelde LTV
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5

Vooral voor duurdere woningen flink meer geleend

  • De LTV voor het aankopen van duurdere woningen boven de NHG-grens kwam uit op 82,9%. Dit was 81,6% in het voorafgaande halfjaar. De NHG-grens in 2024 is € 435.000. Het was voor het eerst sinds 2020 dat de loan-to-value (LTV) voor deze hypotheken steeg.
  • Voor goedkopere woningen met een koopsom tot en met de NHG-grens was de gemiddelde LTV 90,2%. In het halfjaar daarvoor was dit 89,2%.
  • De gemiddelde LTV voor hypotheken met een koopsom tot en met de NHG-grens steeg al sinds het eerste halfjaar van 2023.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van de gemiddelde loan-to-value van nieuw afgesloten hypotheken voor woningaankopen van het eerste halfjaar van 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2024, onderscheiden naar woningen tot en met de NHG-grens en woningen boven de NHG-grens. De x-as toont de halve jaren. De y-as toont de gemiddelde loan-to-value (in procenten). De ondergrens is 80%, de bovengrens is 96% en de stapgrootte is 2%. De figuur laat vooral een stijging van de gemiddelde loan-to-value zien van hypotheken voor de aankoop van woningen boven de NHG-grens. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 6. Ontwikkeling van de gemiddelde LTV van hypotheken voor woningaankopen boven en onder de NHG-grens
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6

Meer geleend voor woningen met een slecht energielabel

  • Gemiddeld genomen hadden hypotheken voor de aankoop van een woning met een energielabel F of G in het eerste halfjaar van 2024 een LTV van 92,8%. Hypotheken voor duurzame woningen met energielabel A(++++) of B hadden een gemiddelde LTV van 85,9%.
  • Het valt op dat voor de aankoop van woningen met een slecht (F of G) of matig (D of E) energielabel veel vaker een hypotheek werd afgesloten met een LTV hoger dan 110%. Bijna 17% van de nieuwe hypotheken voor woningen met een slecht label had zo’n hoge LTV. Bij duurzame woningen (met label B of beter) was dat nog geen 2,5%.
  • Daarnaast nam het aantal hoge LTV’s toe voor hypotheken voor woningen met een slecht energielabel. In het eerste halfjaar van 2023 had nog minder dan 14% van de hypotheken een LTV van 110% of hoger.

Deze grafiek toont het aandeel van nieuw afgesloten hypotheken met een loan-to-value tussen 110 en 125% en tussen 125 en 150%, onderscheiden naar energielabel. De x-as toont de aandelen met als ondergrens 0%, als bovengrens 18% en een stapgrootte van 2%. De y-as toont de energielabels. De figuur laat zien dat hypotheken voor de aankoop van woningen met een slecht energielabel (F of G) veel vaker een hoge loan-to-value van boven de 110% hebben. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 7. Aandeel hypotheken met een LTV boven de 110% naar energielabel
Bron: Kadaster 
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 7

Over het kwartaalbericht

  • Dit Kadaster Halfjaarbericht hypotheekmarkt is geschreven door Frank Harleman en Joost Zuidberg. 
  • Bij het vaststellen van de loan-to-value (LTV) gebruiken wij de koopsom als benadering van de marktwaarde. Dit komt doordat het Kadaster geen taxatiewaardes heeft. Geldverstrekkers gebruiken meestal de taxatiewaarde als benadering van de marktwaarde. Als verbouwingskosten worden meegefinancierd in de hypotheek, dan gaat de geldverstrekker uit van de taxatiewaarde na verbouwing. Die waarde ligt vaak hoger dan de koopsom. Dat verklaart het relatief grote aandeel hoge LTV's bij de aankoop van woningen met een slecht energielabel F en G. Want daarbij is de kans groot dat er vaak een verbouwing of verduurzaming volgt op de aankoop.

Meer informatie

  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
  • Wij publiceren ook ieder kwartaal de belangrijkste cijfers en ontwikkelingen over de woningmarkt. Ga naar de pagina Kwartaalberichten woningmarkt.
  • Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
  • Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.

Woningmarkt 4e kwartaal 2024: meer verkopen, meer koopstarters

In 2024 werden meer woningen verkocht dan in 2023. Vooral koopstarters kochten vaker een woning. Hun aandeel groeide in het laatste kwartaal opnieuw. Vooral de grote steden waren populair onder deze jonge kopers.

Aantal woningtransacties steeg verder

  • In het 4e kwartaal van 2024 registreerde het Kadaster ruim 59.900 woningtransacties. Dit is bijna 19% meer dan in dezelfde periode in 2023. Het is daarmee het 4e kwartaal met de meeste transacties sinds 2020.
  • Vergeleken met het 3e kwartaal van 2024 steeg het aantal transacties met bijna 11%.
  • In heel 2024 werden bijna 206.500 woningen verkocht. In 2023 waren dat er ruim 182.400. Dat is een stijging van 13%.

Deze grafiek toont de ontwikkeling van het aantal transacties in laatste 10 jaar. De x-as toont de jaren. De y-as toont het aantal transacties in duizendtallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is 70.000 en de stapgrootte is 10.000. Er is te zien dat het aantal transacties toeneemt. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 1: Ontwikkeling van het aantal woningtransacties en de trend. De trend laat het gemiddelde zien van de laatste 4 kwartalen.
Bron: Kadaster
Open document figuur 1

Toename aandeel koopstarters 

  • In het 4e kwartaal van 2024 kochten koopstarters bijna 28.000 woningen. Dat is 27,5% meer dan in het hetzelfde kwartaal van 2023. Doorstromers kochten bijna 12% meer woningen dan een jaar eerder.
  • Het verschil in aandeel tussen doorstromers en koopstarters werd kleiner. Het aandeel van koopstarters was in het 4e kwartaal bijna 47%. In het hetzelfde kwartaal van 2023 was dat 43,5%. In 2022 was dit minder dan 40%.
  • Over heel 2024 was het aandeel koopstarters bijna 46%. In 2023 was dit 43% en in 2022 bijna 39%.
  • In de afgelopen 4 kwartalen groeide het aantal koopstarters sterker dan het aantal doorstromers. 
  • Verkopen door investeerders spelen een belangrijke rol in de stijging van het aandeel koopstarters. Zij verkopen vaak goedkopere woningen in grote steden Dit zijn woningen waar veel koopstarters naar op zoek zijn. Meer data over investeerders? Bekijk het meest recente Kadaster Kwartaalbericht investeerders.Deze grafiek toont de procentuele ontwikkeling van het aantal transacties voor starters en doorstromers per jaar voor de afgelopen 10 jaar. De x-as toont de jaren. De y-as toont het aantal transacties in duizendtallen, de ondergrens is 0, de bovengrens is XX en de stapgrootte is XX. Er is te zien dat XX. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 2: Ontwikkeling van de trend van het aantal transacties per kwartaal naar type koper. 
Bron: Kadaster
Open document figuur 2

Hoog aandeel koopstarters in Amsterdam, Eindhoven en Utrecht

  • In het 4e kwartaal van 2024 kochten koopstarters in veel gemeenten meer dan de helft van de woningen.
  • In de 4 grootste gemeenten (G4) en de studentensteden Delft, Eindhoven en Leiden was het aandeel koopstarters meer dan 60%. In Amsterdam was dit aandeel met 67% het hoogst. Gevolgd door Eindhoven en Utrecht (beide 65%).
  • In de G4 steeg het aandeel koopstarters van 60,5% in het 4e kwartaal van 2023 naar bijna 65,5% in hetzelfde kwartaal van 2024. In de grootste gemeenten daarna (G40) groeide het aandeel van ruim 47% naar bijna 51%. In de rest van Nederland steeg het aandeel van ruim 37% naar 39%.
  • Over heel 2024 was het aandeel koopstarters in de G4 bijna 64%, tegenover bijna 60% in 2023 en ruim 53% in 2022. In de G40 steeg dit van ruim 42% in 2022 naar bijna 50% in 2024. In de rest van Nederland groeide het aandeel van ongeveer 33,5% naar ruim 38%.
  • Deze groei komt mede door het stijgende aantal verkopen door investeerders, vooral in de G4. Investeerders verkopen vaak aan koopstarters.

Deze kaart toont per gemeente het aandeel starters voor het tweede kwartaal van 2024. De laagste klasse is minder dan 30%, de hoogste klasse is meer dan 50%. Er is te zien dat vooral de grote steden en studentensteden een hoog aandeel koopstarters hebben. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 3: Aandeel woningen gekocht door koopstarters per gemeente (4e kwartaal 2024). 
Bron: Kadaster
Open document figuur 3 

Prijzen doorstromers harder gestegen dan die van koopstarters

  • De gemiddelde koopsom was in het 4e kwartaal € 462.000. In dezelfde periode 1 jaar eerder was dit € 423.000.
  • Starters in de G4 betaalden in het 4e kwartaal 2024 gemiddeld € 444.000. Dit is een stijging van 5% vergeleken met het 4e kwartaal 2023. Doorstromers in de G4 betaalden gemiddeld € 645.000, een stijging van 12%. Vooral doorstromers in Utrecht en Den Haag betaalden meer. 
  • Ook in de rest van Nederland namen de prijzen toe. Doorstromers betaalden gemiddeld € 522.000, een stijging van 11%. Starters betaalden gemiddeld € 360.000, 9% meer dan een jaar eerder.
  • Vergeleken met het 3e kwartaal 2024 daalde de gemiddelde koopsom wel. Deze daling was vooral zichtbaar in de G4, waar zowel koopstarters als doorstromers minder betaalden. 
  • Het aanbod van relatief goedkopere woningen nam in de G4 toe. Dit had invloed op de gemiddelde woningprijzen in het 4e kwartaal.

Dit figuur geeft de gemidddelde prijs weer van woningen, uitgesplitst naar type koper en regio. De x-as geeft de jaren weer en de y-as geeft de gemiddelde koopsom weer. Bel Paul de Vries of anders Lianne Hans

Figuur 4: Prijsontwikkeling van koopstarters en doorstromers naar regio 
Bron: Kadaster
Open document figuur 4 

 
Gemiddelde koopsom steeg harder in dure gemeenten

  • In 303 van de 342 gemeenten was de gemiddelde koopsom in het 4e kwartaal van 2024 hoger dan 1 jaar eerder. Vergeleken met het vorige kwartaal lag de gemiddelde koopsom in 213 gemeenten hoger.
  • Er waren 58 gemeenten met een gemiddelde koopsom van € 550.000 of meer. In het 3e kwartaal waren dit er 57.
  • In deze duurste gemeenten steeg de gemiddelde koopsom ook het meest. Met gemiddeld bijna 15% vergeleken met 1 jaar eerder. In de goedkoopste gemeenten met een gemiddelde koopsom van minder dan € 300.000 steeg de koopsom met ruim 6%.

Deze kaart toont per gemeente de koopsomklasse van de transacties voor het tweede kwartaal van 2024. De laagste klasse is gemiddeld minder dan €300.000, de hoogste klasse gemiddeld meer dan €550.000. Er is te zien dat de lage prijsklassen vooral aan de randen vanh et land gevonden worden. De hoogste prijsklassen liggen in de Randstad. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Figuur 5: Gemiddelde prijs van verkochte woningen in het 4e kwartaal van 2024 naar prijsklasse per gemeente. 
Bron: Kadaster
Open document figuur 5 

Belangrijkste woningmarktstatistieken op een rij

Nieuw: vanaf nu staan in het Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt standaard de volgende 2 tabellen.

Deze tabel toont per afgelopen 5 kwartalen het aantal woningen verkocht (x1.000) per wonintype. Er zijn zes verschillende woningtypen; appartement,Tussenwoning,Hoekwoning,Twee-onder-een-kap,Vrijstaand en Onbekend. In het afgelopen kwartaal waren de meest verkochte woningen appartementen, en de minst verkochte woningen waren van het type twee-onder-een-kap. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Bron: Kadaster
Open document tabel 1

Deze tabel toont per afgelopen vijf kwartalen het percentage verkochte woningen per woningtype, onder en boven de betaalbaarheidsgrens, per leeftijdscategorie kopers (tot 35 jaar, 35 tot 65 jaar en vanaf 65 jaar), en koopstarters. In het afgelopen kwartaal was van de verkochte woningen 35% appartement, 44% onder de betaalbaarheidsgrens, 57% kopers tot 35 jaar en 47% koopstarters. Hebt u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neem dan contact op met onze woningmarktexpert Paul de Vries via 06-27199503.

Bron: Kadaster
Open document tabel 2

Over het onderzoek

  • Dit Kadaster Kwartaalbericht woningmarkt is geschreven door Sara Bugera, Lianne Hans, Frank Harleman, Marion Plegt, Diane Stiemer, Paul de Vries en Joost Zuidberg.
  • Maandelijks publiceren het Kadaster en het CBS informatie over de woningmarkt (PBK), gebaseerd op de woningprijsindex. De woningprijsindex corrigeert voor toevalligheden in de transacties, zoals woningtype en regio. In deze publicatie kijken we alleen naar de gemiddelde prijs. 
  • Het Kadaster publiceert het aantal transacties en de woningprijs op basis van de eigendomsoverdrachten bij de notaris. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) publiceert op basis van de koopakten. Uit een eerder onderzoek blijkt dat hier gemiddeld zo’n 2 maanden tussen zit. U leest het onderzoek Woningverkoper heeft ruim half jaar nodig tot overdracht op brainbay.nl.
  • Als we het in deze publicatie hebben over verkochte woningen bedoelen we de eigendomsoverdracht van bestaande koopwoningen.

Meer Informatie

Contact

  • Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.

Kwartaalberichten Woningmarkt

Andere onderzoeken

  • Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina onderzoeken. 
  • Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
  • Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.