Hypotheekmarkt 1e halfjaar 2026: steeds meer startersleningen
Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Leenden mensen meer of minder in vergelijking met de koopsom? Hoe zit het met de startersleningen? In dit bericht leest u de laatste stand van zaken over de markt voor particuliere woninghypotheken.
De 5 belangrijkste conclusies
- Er werden in het 1e halfjaar van 2026 bijna 217.000 nieuwe hypotheken afgesloten. Dat was 5% meer dan 1 jaar eerder.
- De totale som voor al die hypotheken was 84,8 miljard euro. Dat was minder dan het record in het 2e halfjaar van 2025, maar 8% hoger dan in het 1e halfjaar van 2025.
- De gemiddelde loan-to-value (LTV), het deel van de koopsom dat met een hypotheeklening wordt betaald, was 87,3%. Dat was iets lager dan 1 jaar geleden.
- Er worden steeds meer startersleningen afgesloten. Bij 8,3% van alle woninghypotheken voor starters werd ook een starterslening afgesloten. In het 1e halfjaar van 2025 was dat nog 6,4%. In het 1e halfjaar van 2021 was het 3,2%.
- De gemiddelde LTV van aankopen met een starterslening was in het 1e halfjaar van 2026 ongeveer 94%. Dat is hoger dan de gemiddelde LTV van alle starters. Die was 91,5%.
Bijna 5% meer hypotheken dan een jaar eerder
- In het 1e halfjaar van 2026 werden bijna 217.000 hypotheken afgesloten.
- Het aantal nieuwe hypotheken lag 5% hoger dan 1 jaar geleden. Maar wel 10% lager dan in het 2e halfjaar van 2025.
- Alleen in de recordperiode van 2020 tot en met het 1e halfjaar van 2022 werden er in het 1e halfjaar meer hypotheken afgesloten. Door de lage hypotheekrente waren er toen veel oversluitingen.
Figuur 1: Ontwikkeling van het aantal hypotheken.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 1
Totale hypotheeksom 8% hoger dan een jaar geleden
- De totale hypotheeksom, alle hypotheekbedragen opgeteld, was 84,8 miljard euro. Dat was 8% hoger dan 1 jaar geleden. In vergelijking met het 2e halfjaar van 2025 was de totale hypotheeksom 11% lager.
- Van dit bedrag ging 74,5 miljard euro naar hypotheken voor de aankoop van een woning. Dat is 7% meer dan 1 jaar eerder en 11% minder dan een halfjaar eerder.
- Voor over- en bijsluitingen was de totale hypotheeksom 10,3 miljard euro. Dat is een stijging van 15% vergeleken met 1 jaar eerder. En een stijging van 9% vergeleken met een halfjaar eerder.
- In het 1e halfjaar van 2026 was het aandeel van hypotheken voor woningaankopen 88% van de totale hypotheeksom. Dat is vergelijkbaar met het vorige halfjaar. Tijdens de periode met veel oversluitingen door de lage hypotheekrente, in het 1e halfjaar van 2022, lag dit aandeel met 65% het laagst.
- De hypotheeksom voor woningaankopen hangt samen met de gemiddelde woningprijs. Als de prijzen stijgen, moet er meer geleend worden. De hypotheeksom voor over- en bijsluitingen hangt vooral samen met de hypotheekrente. Hoe lager de rente, hoe gunstiger het is om over te sluiten en om bij te lenen voor bijvoorbeeld verbouwing en/of verduurzaming.
Figuur 2: Ontwikkeling van de totale hypotheeksom.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 2
Weer meer hypotheken dan een jaar eerder
- In het 1e halfjaar van 2026 werden bijna 183.000 hypotheken afgesloten voor de aankoop van een woning. Dat is 3,9% meer dan 1 jaar eerder en 10,8% minder dan in het 2e halfjaar van 2025.
- Het aantal over- en bijsluitingen lag op ruim 34.000. Dat is 8% meer dan 1 jaar eerder en 6,2% minder dan in het 2e halfjaar van 2025.
- Het aandeel over- en bijsluitingen in het totaal aantal hypotheken steeg naar bijna 16%. Dit is het hoogste percentage sinds het 1e halfjaar van 2023. Maar nog altijd veel lager dan de piek van 41% in het 1e halfjaar van 2022. Toen was de hypotheekrente erg laag.
Figuur 3: Ontwikkeling van het aantal hypotheken voor woningaankoop en over- en bijsluitingen.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 3
Gemiddelde hypotheeksom voor woningaankoop stijgt minder snel
- De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning was ruim € 517.000. Dat was 5,3% hoger dan 1 jaar eerder en 0,8% hoger dan in het 2e halfjaar van 2025.
- De gemiddelde hypotheeksom hangt samen met de gemiddelde woningprijs. Beide stegen minder snel dan 1 jaar geleden.
- Voor over- en bijsluitingen was de gemiddelde hypotheeksom bijna € 302.000. Dat was 6,5% hoger dan 1 jaar eerder, maar 3,3% lager dan in het 2e halfjaar van 2025.
Figuur 4: Ontwikkeling van de gemiddelde hypotheeksom voor woningaankoop en over- en bijsluitingen.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 4
Steeds meer geleend in 4 grootste steden
De loan-to-value (LTV) geeft aan welk deel van de koopsom met een hypotheeklening wordt betaald.
- De gemiddelde LTV in het 1e halfjaar van 2026 was 87,3%. 1 jaar eerder was dit 87,9% en in het 2e halfjaar van 2025 was dit 87,4%.
- De gemiddelde LTV nam tussen het 1e halfjaar van 2019 en het 1e halfjaar van 2026 af van 92% naar 87,3%. De afname van de LTV was binnen het meest stedelijke gebied (G4: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) sterker dan buiten het stedelijke gebied (de gemeenten buiten de 45 grootste gemeenten):
- De gemiddelde LTV in het meest stedelijke gebied was 88,0% in het 1e halfjaar van 2026. In het 1e halfjaar van 2019 was dit 89,8%.
- De gemiddelde LTV buiten het stedelijk gebied was 86,1% in het 1e halfjaar van 2026. In het 1e halfjaar van 2019 was dit 92,3%.
- Het aandeel koopstarters in het meest stedelijke gebied steeg vanaf 2023, doordat ze veel woningen kochten van investeerders. Hierdoor daalde de gemiddelde LTV daar minder hard dan buiten de stad. Starters moeten gemiddeld meer lenen dan doorstromers.
- Bij energiezuinige woningen ligt de LTV lager dan gemiddeld. Voor woningen met energielabel A of hoger was de gemiddelde LTV in het 1e halfjaar van 2026 85,5%. Voor woningen met energielabel D of slechter was dit 89,1%. Bij deze woningen lenen kopers vaak extra voor verduurzaming.
- Woningkopers van 65 jaar en ouder hebben gemiddeld een lagere LTV dan jongere woningkopers. Voor 65-plussers was de gemiddelde LTV in het 1e halfjaar van 2026 60,2%. Kopers tot 35 jaar hadden een gemiddelde LTV van 89,9%.
- Hoe duurder de woning, hoe minder er relatief wordt geleend:
- Woningen tot € 200.000: gemiddelde LTV 96,8%
- Woningen tussen € 200.000 en € 250.000: gemiddelde LTV 92,5%
- Woningen tussen € 250.000 en € 500.000: gemiddelde LTV 88,3%
- Woningen tussen € 500.000 en € 1.000.000: gemiddelde LTV 84,1%
- Woningen boven € 1.000.000: gemiddelde LTV 69,5%
Figuur 5: Ontwikkeling van de gemiddelde LTV.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 5
Steeds meer startersleningen afgesloten
Met een starterslening kunnen starters makkelijker een 1e woning kopen. Een starterslening overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek (de '1e hypotheek') die een koper bij een bank kan afsluiten en de prijs van de 1e koopwoning. De starterslening wordt door gemeenten verstrekt via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. Inmiddels bieden meer dan 300 van de 342 gemeenten een starterslening aan.
- Van de nieuwe particuliere woninghypotheken waarbij de koper een starter was, werd in 8,3% van de gevallen ook een starterslening afgesloten. 1 jaar eerder was dat nog 6,4%. In het 1e halfjaar van 2021 was dat 3,2%.
- De starterslening was vooral populair onder starters tot 25 jaar. Binnen die groep maakte in het 1e halfjaar van 2026 15,2% gebruik van een starterslening. Onder starters tussen 25 en 35 jaar was dat 8,6%.
- De gemiddelde hoogte van zo’n starterslening was in het 1e halfjaar van 2026 ongeveer € 37.000. 1 jaar eerder was dat ongeveer € 35.700. In het 1e halfjaar van 2021 was dit ruim € 30.000.
- De gemiddelde starterslening steeg niet zo sterk als de gemiddelde 1e hypotheek die daarbij hoort. Vergeleken met het totaalbedrag van de 1e hypotheek en de starterslening samen, daalde het aandeel van de starterslening van ongeveer 15% in het 1e halfjaar van 2021 naar minder dan 13% in het 1e halfjaar van 2026.
- De gemiddelde LTV van aankopen van starters met een starterslening was in het 1e halfjaar van 2026 ongeveer 94%. Dat is hoger dan de gemiddelde LTV van alle starters. Die kwam afgelopen halfjaar uit op 91,5%.
- De meest stedelijke gemeenten met relatief veel startersleningen waren:
- Lelystad met 43%
- Roosendaal met 28%
- Hoorn met 26%
- Helmond met 25,5%
- Venlo met 25%
- Minder stedelijke gemeenten met relatief veel startersleningen waren:
- Texel met 52%
- Asten met 36%
- Oosterhout met 35%
- Someren met 35%
- Buren met 34%
Figuur 6: Aandeel starterstransacties waarbij ook een starterslening is afgesloten in het 1e halfjaar van 2026.
Bron: Kadaster
Open toegankelijk ods-document met data van figuur 6
Begrippenlijst
- Loan-to-value (LTV): het deel van de koopsom dat met een hypotheeklening wordt betaald. Wij gebruiken de koopsom als benadering van de marktwaarde, omdat we geen taxatiewaardes hebben. Geldverstrekkers gebruiken meestal de taxatiewaarde. Bij woningen met slecht energielabel ligt de LTV vaak hoger, omdat kopers extra lenen voor verbouwing of verduurzaming.
- Hypotheeksom: de hypotheeksom is het bedrag dat maximaal geleend mag worden binnen een hypotheek. Dit is het bedrag dat bij het Kadaster staat ingeschreven.
- Hypotheek voor woningaankoop: hypotheken die zijn gerelateerd aan de aankoop van een woning. Omdat hier ook veel overbruggingshypotheken voor de tijdelijke financiering van de oude woning tussen zitten, komt het aantal hypotheken voor woningaankoop hoger uit dan het aantal woningtransacties.
- Over- en bijsluitingen: hypotheken die niet samenhangen met een woningtransactie. Een oversluiting is het vernieuwen van een bestaande rente. Dat gebeurt vaak aan het eind van de looptijd van een bestaande hypotheek of als de rente (veel) lager is dan de rente op de bestaande hypotheek. Een bijsluiting is een verhoging van een bestaande hypotheek en wordt vaak gebruikt voor verbouwing of verduurzaming van de eigen woning.
- Geldlening: het bedrag dat daadwerkelijk wordt geleend. In de periode 2019 tot en met 2024 was dit in ongeveer 38% van de gevallen gelijk aan het ingeschreven bedrag. In recente jaren ligt dit aandeel rond de 25%.
- Starterslening: overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek en de prijs van de 1e koopwoning voor een starter. Het gaat hierbij om leningen die zijn afgesloten via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.
Meer informatie
Wilt u meer over de woningmarkt weten, onderzoeken lezen of contact opnemen met onze expert woningmarkt? Bekijk dan de pagina Woningmarkt.