Voor het bouwen van woningen, het maken van waterbergingen en natuurontwikkeling zoeken overheden naar geschikte plekken in het landelijk gebied. Ze kopen hiervoor landbouwgrond en veranderen deze naar nieuwe functies.
Maar hoeveel landbouwgrond hebben overheden? En waar in Nederland ligt deze grond? We onderzochten het samen met Wageningen Economic Research.
Eind 2023 bezitten overheden in Nederland samen in totaal ruim 190.000 hectare landbouwgrond. Dat is 11% van de totale oppervlakte aan landbouwgrond in Nederland.
Staatsbosbeheer heeft als overheidsorganisatie met 53.000 hectare de grootste oppervlakte aan landbouwgrond. Deze grond heeft primair een natuurfunctie, maar wordt voor een deel ook extensief agrarisch gebruikt.
De provincies bezitten samen een totale oppervlakte van ruim 21.000 hectare aan landbouwgrond.
In Flevoland is maar liefst 38% van alle landbouwgrond in eigendom van overheden. In Noord-Holland ligt dit percentage met 16% ook boven het landelijke gemiddelde van 11%.
In de provincies Limburg en Noord-Brabant bezitten gemeenten opvallend veel landbouwgrond. In Limburg bezitten gemeenten 53% en in Noord-Brabant 41% van alle landbouwgrond in overheidseigendom.
Duurzame landbouwinitiatieven dragen bij aan NPLG-doelen
Student Nienke Hellinga onderzocht hoe 31 agrarische initiatieven bijdragen aan duurzaamheidsdoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit zijn initiatieven zoals Herenboeren of duurzame pacht. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond.
Er bestaat geen algemene definitie van het begrip ‘landschapsgrond’. In de literatuur worden vaak de termen extensieve of natuurinclusieve landbouw gebruikt.
Het uitvoeren van NPLG-doelen op agrarische bedrijven vereist maatwerk tot op bedrijfsniveau.
Er zijn een aantal grote landelijke initiatieven waar meerdere agrarische bedrijven onder vallen. Deze groeien relatief snel. Toch is hun totale oppervlakte nog beperkt. Ongeveer 1.600 hectare.
Het uitbreiden van initiatieven is lastig. Dit heeft een aantal oorzaken. Er is weinig agrarische grond beschikbaar, agrarische grond is erg duur, grotere initiatieven zijn afhankelijk van investeerders en er kan sprake zijn van onderlinge concurrentie. Tot slot kunnen de eisen die deze initiatieven stellen de vrijheid van de deelnemende boeren beperken.
Extensiveringsmaatregelen hebben invloed op de waardering van agrarische grond. Bij extensiveren staan er bijvoorbeeld meer dieren op minder grond. Hierdoor kunnen dieren meer en langer buiten in de weide staan. De huidige waardering van agrarische grond staat extensivering in de weg.
Over dit onderzoek
Dit is een samenvatting van het stageonderzoek dat Nienke Hellinga bij het Kadaster heeft uitgevoerd. Zij is student Resilient Farming and Food Systems aan de Wageningen Universiteit. Zij onderzocht 31 agrarische initiatieven om te bepalen op welke manier ze bijdragen aan de NPLG-doelen. Ook laat ze zien dat een relatie bestaat tussen NPLG-doelen en de waarde van landbouwgrond.
Kwartaalbericht agrarische grondmarkt
Dit is het onderzoek bij het Kwartaalbericht agrarische grondmarkt van Wageningen UR en het Kadaster. Dit kwartaalbericht versturen wij elk kwartaal via e-mail.
Hypotheekmarkt 1e halfjaar 2024: meer lenen bij slecht energielabel
Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Werd er meer of minder geleend ten opzichte van de koopsom? In dit bericht leest u de laatste stand van zaken over de hypotheekmarkt.
De top 3 belangrijkste conclusies
In het 1e halfjaar van 2024 bleef het aantal nieuw afgesloten hypotheken, de gemiddelde hypotheeksom en het aantal over- en bijsluitingen op hetzelfde niveau als in het halfjaar daarvoor.
Vergeleken met een jaar geleden werd er gemiddeld meer geleend ten opzichte van de koopsom. Dat was vooral zo bij hypotheken voor duurdere woningen boven de grens van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De NHG grens is € 435.000 in 2024.
Het percentage van de lening in vergelijking met de koopsom (loan-to-value) was bij woningen met een slecht energielabel vaak meer dan 110%.
Aantal nieuwe hypotheken bleef gelijk
In het 1e halfjaar van 2024 werden bijna 170.000 hypotheken afgesloten.
Het aantal nieuwe hypotheken was vergelijkbaar met die in het halfjaar ervoor, op een daling van 1% na. In vergelijking met het 1e halfjaar in 2023 nam het wel toe met 12%.
Vergeleken met de periode 2020 tot 2022 was het aantal afgesloten hypotheken in het 1e halfjaar van 2024 nog altijd laag.
De totale hypotheeksom over het 1e halfjaar van 2024 kwam uit op € 59,4 miljard. Dit is vergelijkbaar met voorafgaande halfjaar. Het gaat hier om alle hypotheekbedragen bij elkaar opgeteld.
Vergeleken met een jaar eerder steeg de totale hypotheeksom met 22%. In vergelijking met 2021 en 2022 was er sprake van een daling.
De ontwikkeling van de hypotheeksom lijkt veel op die van het aantal afgesloten hypotheken.
Aantal over- en bijsluitingen bleef op een zeer laag niveau
Het aantal afgesloten hypotheken voor de aankoop van een woning was in het 1e halfjaar van 2024 ongeveer hetzelfde als het voorafgaande halfjaar, namelijk 146.000.
Het aantal over- en bijsluitingen was het laagst sinds het begin van onze metingen. Het waren er 24.000. Dat is 5% minder dan in het voorafgaande halfjaar.
De hypotheekrente was gemiddeld 4%. Dat is bijna 2 keer zo hoog als 2 jaar geleden. Door de hogere rente was vooral het oversluiten van hypotheken minder populair.
Gemiddelde hypotheeksom voor woningaankopen steeg licht
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg in het 1e halfjaar van 2024 naar € 449.000. Dat is 3,6% hoger dan in het voorafgaande halfjaar en 7,3% hoger dan een jaar geleden.
Voor een over- of bijsluiting kwam de gemiddelde hypotheeksom uit op € 256.000. Dat is maar iets lager dan in het voorafgaande halfjaar, maar bijna 17% hoger dan een jaar geleden.
De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning steeg net zoals de woningprijzen. De hypotheeksom voor over- en bijsluitingen daalde naar het gemiddelde niveau in de periode 2019-2024.
De gemiddelde loan-to-value (LTV) steeg naar 87,8%. In het voorafgaande halfjaar was dit nog 86,8%. Loan-to-value is hier de hoogte van de geldlening als percentage van de koopsom.
De laagst gemeten LTV sinds 2019 is 85,5%. Dit was vlak voor de daling van de gemiddelde woningprijs in 2023.
De gemiddelde LTV daalde tussen het 1e halfjaar 2019 en het 2e halfjaar van 2022 van 92% naar 85,5%. Daarna werd er weer steeds meer geleend ten opzichte van de koopsom.
De LTV voor het aankopen van duurdere woningen boven de NHG-grens kwam uit op 82,9%. Dit was 81,6% in het voorafgaande halfjaar. De NHG-grens in 2024 is € 435.000. Het was voor het eerst sinds 2020 dat de loan-to-value (LTV) voor deze hypotheken steeg.
Voor goedkopere woningen met een koopsom tot en met de NHG-grens was de gemiddelde LTV 90,2%. In het halfjaar daarvoor was dit 89,2%.
De gemiddelde LTV voor hypotheken met een koopsom tot en met de NHG-grens steeg al sinds het eerste halfjaar van 2023.
Meer geleend voor woningen met een slecht energielabel
Gemiddeld genomen hadden hypotheken voor de aankoop van een woning met een energielabel F of G in het eerste halfjaar van 2024 een LTV van 92,8%. Hypotheken voor duurzame woningen met energielabel A(++++) of B hadden een gemiddelde LTV van 85,9%.
Het valt op dat voor de aankoop van woningen met een slecht (F of G) of matig (D of E) energielabel veel vaker een hypotheek werd afgesloten met een LTV hoger dan 110%. Bijna 17% van de nieuwe hypotheken voor woningen met een slecht label had zo’n hoge LTV. Bij duurzame woningen (met label B of beter) was dat nog geen 2,5%.
Daarnaast nam het aantal hoge LTV’s toe voor hypotheken voor woningen met een slecht energielabel. In het eerste halfjaar van 2023 had nog minder dan 14% van de hypotheken een LTV van 110% of hoger.
Dit Kadaster Halfjaarbericht hypotheekmarkt is geschreven door Frank Harleman en Joost Zuidberg.
Bij het vaststellen van de loan-to-value (LTV) gebruiken wij de koopsom als benadering van de marktwaarde. Dit komt doordat het Kadaster geen taxatiewaardes heeft. Geldverstrekkers gebruiken meestal de taxatiewaarde als benadering van de marktwaarde. Als verbouwingskosten worden meegefinancierd in de hypotheek, dan gaat de geldverstrekker uit van de taxatiewaarde na verbouwing. Die waarde ligt vaak hoger dan de koopsom. Dat verklaart het relatief grote aandeel hoge LTV's bij de aankoop van woningen met een slecht energielabel F en G. Want daarbij is de kans groot dat er vaak een verbouwing of verduurzaming volgt op de aankoop.
Meer informatie
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wilt u overzicht van al onze producten die te maken hebben met gegevens over vastgoed? Ga dan naar Vastgoedinformatie.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
Wie aan het Kadaster denkt, ziet al snel kaarten, percelen en woningen voor zich. Maar wist u dat we ook schepen en luchtvaartuigen registreren? René Julicher werkt al 25 jaar als scheepsinspecteur. Hij kent dit bijzondere vak als geen ander.
Een werkdag vol afwisseling
“Eigenlijk wilde ik timmerman worden,” vertelt René. “Maar in deze baan werk ik ook met mijn handen en met mensen.” Zijn werkdag start meestal thuis, waar hij zijn route uitstippelt langs schepen die gecontroleerd moeten worden. De ene dag staat hij bij een luxe jacht van miljoenen euro’s, de andere dag bij een passagiersschip in aanbouw. “Die afwisseling levert altijd mooie verhalen op.”
Van registratie tot brandmerk
Een belangrijk onderdeel van zijn werk is het registreren van schepen. “Als een schip wordt ingeschreven, krijgen wij de opdracht om het te controleren en te brandmerken,” legt René uit. “Die term komt uit de tijd dat schepen nog van hout waren. Tegenwoordig werk ik met staal of aluminium. Ik sla of lijm het registratienummer in het schip. Het blijft handwerk. En elk schip is anders.”
Onmisbaar voor de scheepvaart
De registratie van schepen is belangrijk. Zonder officiële inschrijving en registratienummer kan een schip bijvoorbeeld geen hypotheek krijgen. Ook is registratie nodig om internationaal te mogen varen. “Vroeger kon dat ook met een Internationaal Certificaat voor Pleziervaartuigen,” vertelt René. “Maar dat is veranderd. Daardoor zien we dat de vraag naar officiële registratie bij het Kadaster flink is toegenomen.”
Ik kom op plekken waar weinig anderen komen. Dat maakt het werk nog steeds ontzettend leuk.
Werk over de grens
Het werk van René stopt niet bij de Nederlandse grenzen. Regelmatig reist hij naar het buitenland om Nederlandse schepen te registreren. “Dat maakt het werk soms intensief,” zegt hij. “Je bent altijd alert, omdat je in andere landen met andere regels en situaties te maken hebt.”
Klein maar fijn team
Hij maakt deel uit van een klein, hecht team van inspecteurs. “We kennen elkaar goed en schakelen snel. Klanten weten ons makkelijk te vinden en lopen soms gewoon binnen. We helpen hen dan met het hele proces, inclusief het papierwerk.”
Vrijheid en vakmanschap
Wat maakt dit werk na al die jaren nog steeds bijzonder? René hoeft niet lang na te denken: “De combinatie van vrijheid, werken met mijn handen en het contact met mensen. Geen dag is hetzelfde. En ik kom op plekken waar weinig anderen komen. Dat maakt het werk nog steeds ontzettend leuk.”
Meer informatie
Meer over de registratie van schepen leest u op de pagina Schepen.
Soms worden grote landbouwpercelen opgeknipt in kleinere percelen en verkocht aan particulieren. Wij onderzochten hoeveel van deze beleggingspercelen er sinds 2009 bij kwamen. En hoe vaak er woningen of bedrijven op worden gebouwd. Is deze manier van beleggen succesvol?
Sinds 2009 zijn er ongeveer 25.000 particuliere beleggingspercelen bijgekomen. Dat zijn er ongeveer 1.500 tot 2.000 per jaar.
De percelen zijn in handen van 7.000 particuliere eigenaren. Deze eigenaren komen vaak uit een andere regio dan waar zij een perceel kopen. Bijvoorbeeld, een koper in Almere woont zelf in Groningen.
De totale oppervlakte van alle beleggingspercelen is 2.000 hectare.
De percelen liggen verspreid over heel Nederland op ongeveer 700 locaties.
In 2023 heeft ongeveer de helft van alle gemeenten 1 of meerdere plekken met beleggingspercelen. Gemeenten die er uitspringen zijn Amsterdam, Terneuzen en Almere.
De meeste percelen liggen net buiten de bebouwde kom. Meer dan 30% ligt ver buiten mogelijke bouwlocaties en de bebouwde kom. Er zijn geen plannen om op die plekken te bouwen.
Sinds 2009 is op geen enkel beleggingsperceel een woning of bedrijf gebouwd.
Het aantal beleggingspercelen blijft waarschijnlijk toenemen. Beleggingspercelen worden nog steeds verkocht aan beleggers, maar die beleggers komen bijna niet meer van hun perceel af. In minder dan 1% van alle gevallen konden eigenaren hun percelen weer verkopen.
Hoe meer percelen, hoe kleiner de kans dat ruimtelijke plannen uitgevoerd kunnen worden. Denk aan de aanleg van windturbines of ondergrondse kabels. Het is lastig om afspraken te maken met al die eigenaren van een perceel die hopen op een succesvolle belegging.
Video
In deze video vertelt onderzoeker Matthieu Zuidema over de uitkomsten van het onderzoek.
Hypotheekmarkt 2e halfjaar 2023: kleine geldverstrekker in opkomst
De woningmarkt toonde enig herstel in het 2e halfjaar van 2023. Gemiddelde woningprijzen namen licht toe en de hypotheekrente steeg niet langer. Wat betekende dit voor het aantal afgesloten hypotheken? En hoe ontwikkelde het aandeel van kleine geldverstrekkers zich? Lees de 8 belangrijkste conclusies en download het Kadaster Halfjaarbericht Hypotheekmarkt van het 2e halfjaar van 2023.
De 8 belangrijkste feiten over de hypotheekmarkt in het 2e halfjaar van 2023
Het aantal afgesloten hypotheken steeg met 14% vergeleken met een halfjaar eerder. De stabiliserende hypotheekrente speelde daarbij een belangrijke rol.
Er werden 16% meer hypotheken afgesloten voor de aankoop van een woning dan een halfjaar eerder. Dit was de grootste stijging sinds 2020. Het aantal over- en bijsluitingen bleef laag.
De totale hypotheeksom bestaat uit alle hypotheekbedragen bij elkaar opgeteld. Deze was 21% hoger dan in het 1e halfjaar van 2023.
Er werd relatief meer geld geleend voor de aankoop van goedkopere woningen tot de grens van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) dan voor duurdere woningen. De NHG-grens was € 405.000 in 2023. De geldlening als percentage van de koopsom (loan-to-value) van woningen tot de NHG-grens nam toe tot 89,2%. Bij duurdere woningen nam de loan-to-value juist af tot 81,2%.
De loan-to-value voor alle hypotheken samen was gemiddeld 86,8%. Dat is zo goed als hetzelfde als het 1e halfjaar van 2023.
De loan-to-value van doorstromers nam af van 81,2% in het 1e halfjaar van 2023 tot 79,6% in het 2e halfjaar van 2023. De loan-to-value van andere typen kopers bleef ongeveer gelijk.
Het aandeel hypotheken dat werd verstrekt door kleine geldverstrekkers steeg in het 2e halfjaar van 2023. Onder kleine geldverstrekkers verstaan we particulieren (natuurlijke personen) en bedrijven (niet-natuurlijke personen) die maximaal 5 nog lopende hypotheken hebben verstrekt. Waarschijnlijk zochten kopers na het stijgen van de hypotheekrente steeds meer naar alternatieve financiers voor de traditionele banken en verzekeraars.
Kleine verstrekkers financierden weinig woningen voor particulieren: 2,5%. Daar staat tegenover dat zij in 2023 maar liefst meer dan 40% van alle met een hypotheek verkochte vakantiewoningen financierden.
Over het onderzoek
Dit rapport is geschreven door Frank Harleman en Joost Zuidberg, onderzoekers bij het Kadaster.
Meer informatie
Kijk voor meer informatie over de hypotheekmarkt en de informatie die wij hierover bieden op de pagina Hypotheekmarkt.
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Andere onderzoeken
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Zijn er nog voldoende betaalbare koopwoningen beschikbaar voor middeninkomens? Wat is het gevolg van het afnemende aanbod van particuliere huurwoningen voor middeninkomens? We onderzochten het.
Belangrijkste conclusies over betaalbare woningen voor middeninkomens
Investeerders verkopen sinds 2021 meer woningen dan ze kopen. Hierdoor neemt het woningaanbod in de particuliere huursector af. Dit komt onder meer door verschillende maatregelen die de overheid sinds 2021 heeft doorgevoerd.
Hoewel investeerders meer woningen verkopen, zijn die woningen voor veel lage- en middeninkomens toch niet bereikbaar vanwege de gestegen hypotheekrente.
Meer dan de helft van de huishoudens in een particuliere huurwoning wil verhuizen naar een koopwoning. Bron: WoonOnderzoek Nederland van de overheid (WoON).
Koopstarters krijgen iets meer kansen op de woningmarkt en kopen langzaamaan meer woningen. Dit komt door minder concurrentie van investeerders en doordat doorstromers vanwege de hogere hypotheekrente het kopen van een nieuwe woning uitstellen.
Tweeverdieners met een inkomen van € 60.000 (1,5 x modaal in 2023) konden in het 1e halfjaar van 2023 nog maar 20% van alle verkochte woningen kopen zonder eigen geld. 6 jaar eerder, in 2017, was dat nog 68%. Dit betekent dat de betaalbaarheid en bereikbaarheid van een koopwoning voor lagere- en middeninkomens met weinig startkapitaal, steeds verder onder druk komt te staan.
Een specifieke groep woningzoekers valt tussen wal en schip: zij verdienen te veel om een corporatiewoning te mogen huren, maar te weinig om een koopwoning te kunnen kopen.
Voor kopers met een inkomen op de sociale huurgrens en geen eigen geld is het koopwoningaanbod in meer dan de helft van alle gemeenten minder dan 5%. Alleen in het noorden van Friesland en Groningen, het oosten van Drenthe en het zuiden van Limburg en Zeeland is er nog écht kans van slagen voor kopers met een inkomen op de sociale huurgrens.
Dit onderzoeksrapport is geschreven door Lianne Hans, Marion Plegt & Paul de Vries van het Kadaster voor Discussiedagen Sociale Huisvesting van Platform31. Platform31 brengt partijen bij elkaar zodat men samen de maatschappelijke opgaven kan onderzoeken. Bekijk de papers van de discussiedagen op platform31.nl.
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wilt u voortaan ieder kwartaal cijfers en inzichten over de woningmarkt ontvangen? Schrijf u dan in voor ons Kwartaalbericht woningmarkt via het aanmeldformulier.
Voor het bouwen van woningen, het maken van waterbergingen en natuurontwikkeling zoeken overheden naar geschikte plekken in het landelijk gebied. Ze kopen hiervoor landbouwgrond en veranderen deze naar nieuwe functies. Maar hoeveel landbouwgrond hebben overheden? En waar in Nederland ligt deze grond?
We onderzochten het samen met Wageningen Economic Research.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 4e kwartaal van 2023 met 6,2% gestegen ten opzichte van het 3e kwartaal: van € 77.600 naar € 82.400 per ha (figuur 1). Over heel 2023 is de grondprijs uitgekomen op € 78.800 per ha, 7,4% hoger dan in 2022 (€ 73.400 per ha).
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 4e kwartaal van 2023 met 4,5% gestegen naar € 93.100 per ha (figuur 1). Over heel 2023 ligt de gemiddelde grondprijs van bouwland op € 90.900 per ha, 7,6% boven de prijs in 2022 (€ 84.500 per ha). De gemiddelde prijs van grasland is in het 4e kwartaal van 2023 met 2,2% toegenomen tot € 71.200 per ha (figuur 1). Over heel 2023 noteert grasland een gemiddelde prijs van € 69.400 per ha, 4,8% meer dan in 2022 (€ 66.200 per ha). De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 4e kwartaal van 2023 met € 80.300 per ha vrijwel gelijk aan de de prijs in het 3e kwartaal. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 4e kwartaal van 2023 is 10.200 ha landbouwgrond verhandeld, ruim 800 ha (7%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). In heel 2023 is 27.400 ha grond verhandeld. Dat is 11% minder dan in 2022, toen 30.800 ha werd overgedragen De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – kwam in 2023 uit op 1,53%, tegen 1,71% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen. Figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 4e kwartaal van 2023 uiteen van € 59.500 in Fryslân tot € 177.000 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies ligt de grondprijs tussen € 69.500 (Groningen) en € 88.800 per ha (Noord-Brabant.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 4e kwartaal van 2023 met ruim 6% gestegen (zie hiervoor), terwijl in de meeste provincies de grondprijs minder hard steeg, of afnam (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincie Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met 3% gestegen, terwijl die in Groningen en Drenthe nauwelijks is veranderd (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincie Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met 9% gestegen. In Overijssel bleef de stijging beperkt tot 2% (figuur 4).
In de provincie Zuid-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met 12% toegenomen. In Utrecht steeg de grondprijs met 5%, terwijl die in Noord-Holland gelijk bleef (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Noord-Brabant en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal van 2023 met respectievelijk 4% en 5% gestegen. In Zeeland daalde de grondprijs met 3% (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert in 2023 van 1,10% in Fryslân tot 2,06% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met 2022 is de relatieve grondmobiliteit in 10 provincies afgenomen, met de grootste daling in Utrecht (-0,9 procentpunt) en Drenthe (-0,5 procentpunt). In Overijssel en Zuid-Holland is de grondmobiliteit iets toegenomen.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per e-mail met het aanmeldformulier.
Betalen kopers minder voor woningen met overstromingsrisico?
Overstromingsschade aan een woning kan duur zijn om te herstellen. En ook het aanpassen van een woning om schade te voorkomen kost veel geld. Houden kopers hier rekening mee? Betalen zij inderdaad minder vanwege het risico? Wij onderzochten het. Lees de belangrijkste conclusies of download het volledige onderzoeksrapport.
Er zijn 8,1 miljoen woningen in Nederland. 5,5 miljoen daarvan zijn eengezinswoningen en appartementen op de begane grond.
39.000 grondgebonden woningen hebben een grote kans van 1 keer in de 10 jaar op een overstroming.
Woningen met een grote kans op overstroming staan vooral rondom de grote rivieren.
De meeste woningen met een grote overstromingskans zijn van particulieren: 78%. Woningcorporaties bezitten 12%, bedrijfsmatige investeerders 3% en particuliere investeerders 3%.
Woningen met overstromingsrisico worden niet vaker of minder vaak gekocht dan woningen zonder risico.
De prijzen van verkochte woningen met een grote kans op overstroming zijn niet lager dan woningen zonder overstromingsrisico.
Over het onderzoek
Dit rapport is geschreven door Lianne Hans, Marion Plegt, Joost Zuidberg, Paul de Vries en Frank Harleman, onderzoekers bij het Kadaster.
Voor dit onderzoek is data gebruikt van 2009 tot en met het 1e halfjaar van 2023.
Het onderzoek is geschreven in het kader van het WaU-project Wonen onder NAP. Werk aan Uitvoering (WaU) is een overheidsbreed programma ter verbetering van de publieke dienstverlening. De resultaten van WaU-onderzoeken worden gepresenteerd op de website Zicht op Nederland (ZoN).
Over het onderzoek is ook een artikel verschenen in de Real Estate Research Quarterly.
Meer informatie
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Andere onderzoeken
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Waar wonen particulieren die woningen verhuren zelf? Hoeveel woningen bezitten ze en waar verhuren ze die? We onderzochten het woningbezit van particulieren die maximaal 8 woningen bezitten naast de woning waarin zij zelf wonen. Lees de belangrijkste conclusies of download het onderzoek.
De belangrijkste conclusies over particuliere verhuurders
In Nederland is 4,4% van de woningen in handen van particulieren die maximaal 8 woningen bezitten om te verhuren. Het gaat hierbij om in totaal 355.000 huurwoningen.
Verhuurt een particulier 1 woning? Dan staat 33% van de verhuurde woningen in dezelfde buurt als waar zij wonen.
Dit percentage is lager bij particulieren die tussen de 2 en 8 woningen verhuren. Bij deze groep staat 14% van de verhuurde woningen in dezelfde buurt als waar zij wonen.
De gemeenten met de meeste verhuurde woningen zijn de 4 grote steden (G4): Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.
De gemeenten met het grootste aandeel particuliere huurwoningen zijn juist niet de G4, maar vooral toeristische gemeenten en studentensteden.
De meeste particuliere verhuurders wonen in de G4.
Van de G4-verhuurders, staan de huurwoningen vooral in de eigen stad.
Als een particulier meerdere woningen verhuurt, staat degene die hij het langst in bezit heeft vaak het dichts bij zijn eigen woning.
Over het onderzoek
Dit onderzoek is geschreven door Jorian Lamberink en Paul de Vries, onderzoekers bij het Kadaster.
Meer informatie
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Woningmarkt.
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt
Wilt u het Kwartaalbericht woningmarkt voortaan per e-mail ontvangen? Schrijf u dan in via het aanmeldformulier.
In dit kwartaal onderzoeken we of de aankoop-motieven regionaal verschillen. We focussen daarbij op kopers in de segmenten:
beleggingen
wonen, werken en infrastructuur
Binnen deze segmenten schenken we extra aandacht aan beleggingspercelen en zonneparken. Er blijkt regionaal een behoorlijk verschil te zijn. In het zuiden en westen wordt meer landbouwgrond gekocht vanuit het segment wonen, werken en infrastructuur dan in de rest van Nederland
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 3e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 77.600 per ha (figuur 1). Dat is 5,4% hoger dan in het 2e kwartaal van 2023 (€ 73.600 per ha), en 5,7% boven de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het 3e kwartaal van 2023 met 4,9% gestegen naar € 89.100 per ha (figuur 1). Dat is 5,4% boven de gemiddelde prijs in 2022 van € 84.500 per ha. De gemiddelde prijs van grasland is in het 3e kwartaal van 2023 met 2,5% toegenomen tot € 69.700 per ha (figuur 1). Dat is 5,3% meer dan de gemiddelde prijs van grasland in 2022 van € 66.200 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 3e kwartaal van 2023 met 10,4% gestegen tot € 80.600 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 3e kwartaal van 2023 is 4.100 ha landbouwgrond verhandeld, bijna 900 ha (17%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022 (figuur 2). Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q4 tot en met 2023Q3) is in totaal 28.200 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 1.200 ha (4%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q4-2022Q3). De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,57%, tegen 1,63% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen. Figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de provinciale prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. Deze kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen. De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 3e kwartaal van 2023 uiteen van € 58.000 in Fryslân tot € 163.900 per ha in Flevoland (kaart 1). In Noord-Holland en de 3 zuidelijke provincies ligt de grondprijs tussen € 80.000 en € 86.000 per ha, en in de overige 6 provincies tussen de € 70.000 en € 74.000 per ha.
De landelijke agrarische grondprijs is in het 3e kwartaal van 2023 met ruim 5% gestegen (zie hiervoor), terwijl in alle provincies de grondprijs minder hard steeg, of afnam (zie hierna). De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
Grondprijsontwikkeling Groningen, Fryslân en Drenthe
In de provincies Fryslân en Groningen is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met respectievelijk 4% en 2% afgenomen, terwijl die in Drenthe gelijk is gebleven (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Overijssel en Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met respectievelijk 1% en 2% gestegen (figuur 4).
In de provincie Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met 1% gestegen, terwijl in Noord-Holland en Zuid-Holland de grondprijs met 2% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In provincies Zeeland en Limburg is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 3e kwartaal van 2023 met 1% toegenomen, en in Noord-Brabant met 2% (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – varieert over de 4 laatste kwartalen (2022Q4-2023Q3) van 1,10% in Fryslân tot 1,99% in Flevoland (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q4-2022Q3) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit met 0,1% of meer afgenomen, met de grootste daling in Zuid-Holland en Noord-Holland met 0,3 procentpunt. In Zeeland en Flevoland is de grondmobiliteit met respectievelijk 0,4 en 1,1 procentpunt gestegen.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
De gepresenteerde grondprijzen in de gezamenlijke provincies kunnen afwijken van de gepresenteerde gemiddelde grondprijzen op landelijk niveau. De reden hiervan is dat de provinciale kwartaalprijzen worden berekend als het voortschrijdende gemiddelde over 4 kwartalen, terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke gemiddelde prijs binnen 1 kwartaal is.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop en veilingen
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per e-mail met het aanmeldformulier.
De vierkantemeterprijzen van woningen dalen licht, maar van een neerwaartse spiraal is nog geen sprake. En: de markt breekt eindelijk weer open voor starters. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van weekblad EW en het Kadaster, waarin we de vierkantemeterprijzen per wijk in kaart brachten.
5 belangrijke conclusies
De markt normaliseert: na een korte periode waarin de vierkantemeterprijzen daalden, lijkt de markt voorlopig te normaliseren. De vierkantemeterprijzen daalden in het 1e kwartaal van 2023 0,6% ten opzichte van 1 jaar eerder. Het sterkst daalden de prijzen in de 4 grote steden (-2,5%). In gemeenten buiten de 45 grootste steden stegen de prijzen zelfs nog met 1,1%.
Lokale verschillen: prijzen variëren sterk tussen wijken. Het Museumkwartier in Amsterdam was in 2022 met een vierkantemeterprijs van € 10.674 de duurste wijk in Nederland. Nieuweschans in de gemeente Oldambt met € 1.381 de goedkoopste.
In 6 wijken kwam de gemiddelde vierkante meterprijs in 2022 uit boven de € 10.000. Deze wijken vinden we allemaal terug in Amsterdam.
Starters slaan toe: kopers worden jonger, het aandeel starters wordt groter. Er zijn veel alleenstaande starters in grote steden.
Klein meer gewild: de verkoop van grote huizen neemt af ten opzichte van kleine. Oude én nieuwe appartementen zijn populairder.
Meer weten?
Bekijk alle resultaten van het onderzoek (met een betaald account) op ewmagazine.nl. Hier vindt u ook alle achtergrondartikelen en interactieve kaarten op gemeente- en wijkniveau.
Over het onderzoek
Voor huizenkopers, -verkopers en -bezitters zijn lokale huizenprijzen het meest interessant. Die zijn het best te vergelijken via de prijs per vierkante meter woonoppervlak. Daarom onderzoeken we samen met weekblad EW al sinds 2016 de vierkantemeterprijzen. Ieder jaar doen we uitgebreid onderzoek naar de transacties (woningverkopen) in alle Nederlandse wijken. Het gaat dus niet om WOZ-waarden of vraagprijzen, maar om echt betaalde bedragen.
Meer onderzoeken
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onderzoeker Martin Tillema via zijn contactpagina.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wilt u voortaan ieder kwartaal cijfers en inzichten over de woningmarkt ontvangen? Schrijf u dan in voor ons Kwartaalbericht woningmarkt via het aanmeldformulier.
Thema: Invloed van Natura 2000-gebieden op de agrarische grondmarkt
Samen met Wageningen Economic Research onderzocht het Kadaster of de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden de prijsontwikkeling van landbouwgrond beïnvloedt.
Agrarische grond binnen Natura 2000-gebieden lager in prijs
Het onderzoek laat zien dat de prijs van agrarische grond binnen de stikstof-gevoelige Natura 2000-gebieden bijna 30% lager ligt dan de prijs van grond die niet bij dergelijke Natura 2000-gebieden ligt. Ook de mobiliteit van agrarische grond binnen Natura 2000-gebieden ligt beduidend lager dan de mobiliteit van agrarische grond buiten de Natura 2000-gebieden.
Overigens ligt slechts 3% van de agrarische grond in Nederland binnen Natura 2000-gebieden. Agrarische grond binnen 2.500 meter van een stikstof-gevoelig Natura 2000-gebied is de afgelopen 10 jaar 4 à 5% lager geprijsd dan de grond buiten deze 2.500 meter. In de afgelopen jaren is hierin geen duidelijke toe- of afname vastgesteld.
Wilt u meer weten? Lees het volledige onderzoek in de themabijlage.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland is in het 1e kwartaal van 2023 uitgekomen op € 79.400 per ha (figuur 1). Dat is 3% hoger dan in het 4e kwartaal van 2022 (€ 77.100 per ha), en 8,2% boven de gemiddelde grondprijs over heel 2022 van € 73.400 per ha.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland steeg in het 1e kwartaal van 2023 met 3,7% naar € 92.200 per ha (figuur 1). Dat is 9,1% boven de gemiddelde prijs over heel 2022 van € 84.500 per ha. De gemiddelde prijs van grasland is in het 1e kwartaal van 2023 met 0,6% gedaald tot € 68.800 per ha (figuur 1). Dat is 3,9% meer dan de gemiddelde prijs van grasland over heel 2022 van € 66.200 per ha. De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het 1e kwartaal van 2023 met 3,9% gestegen tot € 77.500 per ha. De prijs van dit grondgebruik is niet afzonderlijk in figuur 1 opgenomen, maar is wel onderdeel van het totaalcijfer van landbouwgrond.
In het 1e kwartaal van 2023 is 6.300 ha landbouwgrond verhandeld (figuur 2). Bijna 1.600 ha (20%) minder dan in hetzelfde kwartaal van 2022. Gemeten over de laatste 4 kwartalen (2022Q2 tot en met 2023Q1) is in totaal 29.300 ha grond in andere handen overgegaan. Dat is 2.000 ha (6%) minder dan in dezelfde periode een jaar eerder (2021Q2-2022Q1).
De relatieve grondmobiliteit – het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen bedroeg 1,63%, tegen 1,74% in dezelfde periode het jaar daarvoor.
In kaart 1 zijn de provinciale agrarische grondprijzen in het meest recente kwartaal opgenomen. Figuren 3 tot en met 7 geven de ontwikkeling van de prijzen in de afgelopen 12 kwartalen weer. De prijzen zijn berekend als het voortschrijdend gemiddelde over 4 kwartalen.
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het 1e kwartaal van 2023 uiteen van € 57.700 in Fryslân tot € 160.600 per ha in Flevoland (kaart 1). In de overige provincies varieert de grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 tussen € 67.300 (Groningen) en € 87.500 per ha (Zeeland).
In de provincies Drenthe en Fryslân is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met 1% à 2% toegenomen, terwijl die in Groningen met 5% is gedaald (figuur 3).
Grondprijsontwikkeling Overijssel, Flevoland en Gelderland
In de provincies Gelderland en Overijssel is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met respectievelijk 3% en 4% gestegen (figuur 4).
In de provincies Zuid-Holland en Utrecht is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met 3% à 4% gestegen, terwijl in Noord-Holland de grondprijs met 2% is gedaald (figuur 6).
Grondprijsontwikkeling Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
In de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland is de gemiddelde agrarische grondprijs in het 1e kwartaal van 2023 met 2% à 3% gestegen (figuur 7).
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond – over de 4 laatste kwartalen (2022Q2-2023Q1) varieert van 1,17% in Overijssel tot 2,23% in Limburg (figuur 8). In vergelijking met een jaar eerder (2021Q2-2022Q1) is in 7 provincies de relatieve grondmobiliteit in meer of mindere mate afgenomen: van 0,1 procentpunt in Gelderland tot 0,3 procentpunt in Noord-Brabant, Overijssel en Zuid-Holland. In 5 provincies is de relatieve grondmobiliteit gestegen, van 0,1 procentpunt in Groningen en Zeeland tot 0,4 procentpunt in Utrecht.
De agrarische grondprijs is de prijs van vrij beschikbare landbouwgrond gekocht door agrariërs. Aan de basis van de berekening van de grondprijs staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondprijs zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
koper heeft een landbouwbedrijf
grasland, bouwland, snijmais
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen opstallen
geen reguliere pachtovereenkomst of erfpacht
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 ha
de koopsom is groter dan € 1,-
Verhandelde percelen met extreem hoge en lage prijzen zijn volgens een statistische methodiek uitgesloten.
Agrarische grondmobiliteit
De agrarische grondmobiliteit – het verhandelde areaal landbouwgrond – geeft aan hoeveel agrarische grond is verhandeld op de vrije markt. Aan de basis van de berekening van de grondmobiliteit staan de transacties in het eigendomsregister van het Kadaster, aangevuld met informatie over de agrarische sector. Voor het bepalen van de agrarische grondmobiliteit zijn de verhandelde percelen op de volgende kenmerken geselecteerd:
grasland, bouwland, snijmais, bollenland, boomkwekerij, fruitteelt en overig tuinland
soort overdracht is koop-verkoop
zakelijk recht is volle eigendom
geen familierelatie
oppervlak perceel groter dan 0,25 hectare
de koopsom is groter dan € 1,-
Over het kwartaalbericht
Dit kwartaalbericht is een samenwerking van Wageningen Economic Research en het Kadaster.
Hebt u vragen of opmerkingen over het kwartaalbericht? Deze kunt u delen via dit formulier.
Wilt u direct op de hoogte gebracht worden van het nieuwste kwartaalbericht agrarische grondmarkt? Schrijf u dan in voor het kwartaalbericht per e-mail met het aanmeldformulier.
Hypotheekmarkt 2e halfjaar 2022: fors minder over- en bijsluitingen
De rentes stegen, de woningprijzen stegen niet langer. Welk effect had dit op de hypotheekmarkt in de 2e halfjaar van 2022? Hoeveel hypotheken werden afgesloten? Hoeveel werd er geleend in verhouding tot de koopsom van een woning? Welke geldverstrekkers verloren marktaandeel, welke juist niet? Lees de belangrijkste conclusies of download het Kadaster Halfjaarbericht Hypotheekmarkt van het 2e halfjaar 2022.
10 feiten over woninghypotheekmarkt in 2e halfjaar 2022
Het aantal afgesloten hypotheken in het 4e kwartaal van 2022 was 94.500. Dat is 30% lager dan een jaar eerder.
De totale hypotheeksom was in het 4e kwartaal bijna 31 miljard euro. Dat is 31% lager dan in 2021.
Vooral het aantal over- en bijsluitingen daalde fors: dat lag eind 2022 60% lager dan een jaar eerder. Door de gestegen hypotheekrente is het minder aantrekkelijk om je hypotheek over te sluiten.
Er werd minder geleend ten opzichte van de koopsom: 85,5% in het 2e halfjaar van 2022 ten opzichte van 92% in het 1e halfjaar van 2019.
Starters leenden in het 2e halfjaar van 2022 gemiddeld bijna 90% ten opzichte van hun koopsom. In het 1e halfjaar van 2019 was dat nog 94%. De lening ten opzichte van hun koopsom van doorstromers daalde echter veel sterker: van 91% in het 1e halfjaar van 2019 naar minder dan 82% in het 2e halfjaar van 2022. Doorstromers hebben de afgelopen jaren kunnen profiteren van de sterke waardestijging van hun woning. De overwaarde bij de verkoop van die woning kunnen zij bij de aankoop van hun nieuwe woning gebruiken. Ze hoeven gemiddeld dus minder te lenen.
Het aandeel hypotheken waarbij tussen de 100% en 150% geleend wordt ten opzichte van de koopsom, daalde tussen het 1e halfjaar van 2019 en het 2e halfjaar van 2022 flink van 52% naar 34%. Dat betekent dat minder kopers het risico lopen dat zij in de toekomst 'onder water' komen te staan.
Kopers van goedkope woningen (tot de NHG-grens van € 355.000) leenden het meest ten opzichte van hun koopsom: meer dan 87%. Kopers van dure woningen (meer dan € 1.000.000) leenden in het 2e halfjaar van 2022 gemiddeld nog geen 69%.
Kopers van woningen met een slecht energielabel (E, F of G) hadden gemiddeld een hoger bedrag geleend ten opzichte van de koopsom (87%) dan kopers van energiezuinigere woningen.
Het marktaandeel van grootbanken als geldverstrekker nam af van 41,5% in het 1e halfjaar van 2019 naar minder dan 35% in het 2e halfjaar van 2022. Het ging daarbij vooral om hypotheken voor dure woningen.
Een specialistische groep geldverstrekkers won tot het 2e halfjaar van 2022 juist aandeel op de hypotheekmarkt voor particuliere investeerders (van nog geen 23% in het 1e halfjaar van 2019 tot ruim 49% in het 1e halfjaar van 2022. In het 2e halfjaar van 2022 liep het aandeel weer fors terug tot 37,5%.
Over het onderzoek
Dit rapport is geschreven door Frank Harleman en Joost Zuidberg, onderzoekers bij het Kadaster.
Meer informatie
Hypotheekmarkt
Kijk voor meer informatie over de hypotheekmarkt en de informatie die wij hierover bieden op de pagina Hypotheekmarkt.
Contact
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Andere onderzoeken
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Welke factoren hebben invloed op de snelheid van woningbouw?
De woningprijzen en het woningtekort waren nog nooit zo hoog. Toch blijft de bouw van nieuwe woningen achter. Wat heeft invloed op de bouwfase? En maakt het voor de doorlooptijd uit of de bouwgrond van de gemeente is? Het Kadaster werkte mee aan een verkennende studie van Real Estate Research Quarterly (RERQ).
Meer lezen?
Lees het volledige artikel op de website van Real Estate Quarterly.
Dit onderzoek is geschreven door: Lars Brugman en Hans Wisman.
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Topotijdreis: al 10 jaar reizen door 200 jaar geschiedenis
Topotijdreis.nl bestaat 10 jaar en dat vieren we. Tijd om terug te kijken naar het begin: hoe ontstond dit bijzondere project? En hoe komt het dat de website nog steeds meer dan 125.000 bezoekers per maand trekt?
Wie jarig is trakteert
In 2015 bestond de Topografische Dienst 200 jaar. Na al die jaren topografie hadden we een schat aan historische kaarten. Zonde om niets mee te doen. En zo ontstond het idee voor een cadeau voor alle Nederlanders: een online reis door de tijd. Een zomer lang werkten de medewerkers van Kadaster Geo-Informatie samen met softwareleverancier Esri Nederland keihard door.
Samenwerken aan een kaartenreis
Met een harde schijf vol met historische kaarten gingen we van start. Er waren zelfs papieren exemplaren die we nog moesten digitaliseren. Het was best een uitdaging om de kaarten zo te combineren dat het precies klopte en er ook nog mooi uitzag. Maar al snel kwamen we tot een handig ontwerp. Via een verschuifbare tijdbalk blader je door de historische kaarten van elke plaats in Nederland.
250 miljoen hits
En zo werd het idee een website: Topotijdreis.nl. De website kwam op 24 september 2015 online. Die dag kwamen er maar een paar bezoekers. Maar 1 dag later werd het nieuws opgepakt door allerlei landelijke media. Dat had niemand verwacht of zelfs maar durven dromen. Al snel volgde een telefoontje vanuit Esri Amerika: de bezoekersaantallen gingen door het dak. In nog geen 5 dagen tijd kreeg Topotijdreis 250 miljoen hits.
Blijven ontwikkelen
De kracht van Topotijdreis zijn al die kaarten. Want elke kaart is een uniek stukje verleden. Op sommige oude kaarten zijn de koffievlekken nog zichtbaar. De website lijkt nog steeds op hoe we die 10 jaar geleden bouwden. Maar er kwamen wel mogelijkheden bij. Zo kun je nu 2 kaarten uit verschillende periodes naast elkaar in beeld vergelijken. En we voegden luchtfoto’s toe. Ook de komende jaren ontwikkelen we door. Maar eenvoud blijft het uitgangspunt.
Topotijdreis in cijfers
Dit is Topotijdreis in 5 opvallende cijfers:
Meer dan 125.000 bezoekers per maand
Meer dan 143 miljoen hits per maand
Een 8,5 als beoordeling door bezoekers
Meer dan 200 jaar aan kaarten
Meer dan 18 jaar aan luchtfoto’s
Verhalen achter de kaart
Bezoekers gebruiken Topotijdreis.nl om allerlei verschillende redenen, voor hun hobby of juist professioneel. We zijn heel blij met alle enthousiaste gebruikers en de positieve feedback die we krijgen. De komende maanden leest u interviews met 5 fans: waarom zijn zij zo blij met Topotijdreis? En waar gebruiken ze het precies voor?
Het CBS en het Kadaster onderzochten de ontwikkelingen op de koopwoningmarkt in 2021. Daaruit blijkt dat in vrijwel alle gemeenten woningen boven de vraagprijs werden verkocht.
Lees verder voor de belangrijkste inzichten uit dit onderzoek. Of download het volledige rapport.
Transactieprijzen stijgen fors harder dan vraagprijzen
In het 4e kwartaal van 2021 lagen in Nederland de transactieprijzen 75% hoger dan in heel 2015, terwijl de vraagprijzen maar 46% hoger waren.
De vraagprijzen stegen lange tijd het hardst in Noord-Holland, totdat eind 2020 de prijzen nóg harder stegen in Flevoland.
Steeds meer verkopen boven de vraagprijs
In 2021 was in meer dan 97% van de gemeenten de transactieprijs gelijk aan of boven de vraagprijs. In 2020 was dit bij nog maar bij 62% van de gemeenten het geval.
Alleen in gemiddeld duurste gemeenten verkoop onder de vraagprijs
In 2021 werd nog maar in een paar gemeenten onder de vraagprijs verkocht. Opvallend is dat dit gebeurde in gemeenten met hele hoge gemiddelde transactieprijzen, zoals Blaricum, Laren en Wassenaar.
Woningen minder lang te koop aangeboden
In 2014 stond een koopwoning gemiddeld 10 maanden te koop. Dit nam in rap tempo af naar 2 maanden in 2021.
Er zijn meer woningtransacties, maar het woningaanbod neemt sterk af.
Gemiddelde leeftijd kopers in 2021 fors gedaald
In 2021 daalde de gemiddelde leeftijd van kopers fors naar ruim 38 jaar. Daarvoor steeg deze lange tijd: van iets ouder dan 36 jaar in 2012 naar iets ouder dan 40 jaar in 2020.
De daling had te maken met de vrijstelling van de overdrachtsbelasting voor kopers onder de 35 jaar per 1 januari 2021. Zij stelden hun aankoop uit tot 2021. In het 1e kwartaal van 2021 daalde de gemiddelde leeftijd tot onder de 37 jaar en in januari zelfs tot onder de 35 jaar.
Kopers in stedelijke gemeenten zijn jonger dan kopers in meer landelijke gemeenten.
Aandeel koopstarters flink gestegen in 2021
In januari 2021 steeg het aandeel van koopstarters spectaculair naar bijna 50%. Dit kwam vanwege de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Veel starters stelden daarom hun aankoop uit tot 2021 en eind 2020 daalde hun aandeel naar 14%. Voor 2021 was hun aandeel gemiddeld 39% en dat is het hoogste sinds 2015.
Koopstarters zijn sinds de gewijzigde overdrachtsbelasting vooral actief in grote steden. In Amsterdam (68,0%), Utrecht (65,7%) en Rotterdam (61,7%) ligt het aandeel koopstarters in januari 2021 boven de 60%. Den Haag blijft met 53,1% wat achter.
Steeds meer woningen gekocht door 2 of meer personen
In 2021 werd slechts 35% van de woningen gekocht door 1 persoon.
65% van de woningen werd dus gekocht door 2 of meer personen.
Over dit onderzoek
Het CBS en Kadaster onderzoeken regelmatig de spanning tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Zij meten dit aan de hand van een aantal graadmeters (indicatoren), zoals het aantal koopstarters en de leeftijd van kopers. Met deze zogeheten ‘spanningsindicatoren’ brengen zij de belangrijkste ontwikkelingen op de woningmarkt in beeld. U leest hier meer over op de pagina Spanning op de koopwoningmarkt op CBS.nl.
Herkomst gegevens
De vraagprijzen en aanbodtijden komen van het online zoekplatform Jaap.nl. De transactiegegevens zijn van het Kadaster.
Het Kadaster heeft een integrale dekking van de verkochte koopwoningen in ons land. Dat geldt niet voor Jaap.nl. Niet alle verkochte koopwoningen zijn online aangeboden. Ook is niet het complete online aanbod van koopwoningen te vinden op Jaap.nl.
Voor de indicatoren waarbij we transactie- en vraagprijzen naast elkaar leggen, vonden we bij gemiddeld twee derde van de transacties in de onderzoeksperiode een recente vraagprijs.
Meer informatie
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onze expert woningmarkt. Contactgegevens vindt u op de pagina expert woningmarkt.
Wilt u voortaan ieder kwartaal cijfers en inzichten over de woningmarkt ontvangen? Schrijf u dan in voor ons Kwartaalbericht woningmarkt via het aanmeldformulier.
Huizenprijs nergens onder € 1.000 per vierkante meter
Voor het eerst is er geen Nederlandse wijk meer met een vierkantemeterprijs van € 1.000 of minder. De duurste plek kost voor het eerst meer dan € 10.000. Dat blijkt uit een onderzoek van weekblad EW en het Kadaster, waarin we de vierkantemeterprijzen per wijk in kaart brachten voor 2021.
Goedkoopste buurt in Friesland, duurste in Amsterdam
Huizen zijn het goedkoopst in het Friese Vrouwenparochie: € 1.310 per vierkante meter.
De duurste plek, met gemiddeld € 10.409 per vierkante meter, is Utrechtsebuurt Zuid in Amsterdam. Dat gaat dus over de magische grens van € 10.000.
Daarnaast is er inzicht in de verhuizingen vanuit West-Nederland naar gemeenten in andere provincies. De Veluwe blijkt in trek bij huizenkopers vanuit de Randstad.
Tuin gemiddeld het kleinst en duurst in Amsterdam
Bij de berekening van de huizenprijzen tellen we tuinen niet mee in de prijs. We kijken dus naar de vierkantemeterprijs per woonoppervlak. Tuinen kunnen een huis aantrekkelijker maken, net als winkels en scholen in de buurt. Maar een tuin bepaalt niet hoe duur een huis is. Dat is goed te zien in Amsterdam: daar zijn de prijzen het hoogst, maar de tuinen het kleinst.
Over het onderzoek
Voor huizenkopers, -verkopers en -bezitters zijn lokale huizenprijzen het meest interessant. Die zijn het best te vergelijken via de prijs per vierkante meter woonoppervlak. Daarom onderzoeken we samen met weekblad EW al sinds 2016 de vierkantemeterprijs. Ieder jaar doen we uitgebreid onderzoek naar de woningtransacties (woningverkopen) in alle Nederlandse wijken en buurten van de grote steden. Het gaat dus niet om WOZ-waarden of vraagprijzen, maar om echt betaalde bedragen.
Bekijk alle resultaten van het onderzoek (met een betaald account) op ewmagazine.nl. Hier vindt u ook interactieve kaarten en prijsinformatie op wijk- en buurtniveau.
Meer onderzoeken
Wilt u meer weten over dit onderzoek of de woningmarkt? Neem dan contact op met onderzoeker Martin Tillema via zijn contactpagina.
Meer onderzoeken van het Kadaster over de woningmarkt vindt u op de pagina Onderzoeken.
Wilt u voortaan ieder kwartaal cijfers en inzichten over de woningmarkt ontvangen? Schrijf u dan in voor ons Kwartaalbericht woningmarkt via het aanmeldformulier.
Om het woningtekort tegen te gaan, zet het kabinet in op het versneld bouwen van ongeveer 100.000 woningen per jaar. Maar als we doorbouwen zoals de afgelopen 10 jaar, worden koopwoningen groter en huurwoningen kleiner. Zo wordt de ongelijkheid in grootte tussen koop- en huurwoningen mogelijk nog groter.
Bestaande koopwoningen groter dan huurwoningen
De gemiddelde woonoppervlakte van bestaande eengezinswoningen en appartementen in de koopsector was in januari 2021 146 en 96 m2.
In de huursector waren deze typen woningen gemiddeld kleiner: 127 en 76 m2.
Nieuwe koopwoningen groter dan bestaande, juist in grote steden
Nieuwe eengezinswoningen in de koopsector, gebouwd vanaf 2012 t/m januari 2021, zijn aanzienlijk ruimer dan die in de bestaande woningvoorraad (gebouwd voor 2012).
Opvallend is dat juist in de grote steden (G44), waar de ruimte schaars is, de grootste koopwoningen zijn bijgebouwd.
Nieuwe koopwoningen zijn in de G44 gemiddeld 18 m2 groter, tegenover 13 m2 in de overige gemeenten.
Nieuwe huurwoningen kleiner, vooral appartementen in grote steden
Woningen in de huursector zijn sinds 2012 gemiddeld kleiner geworden.
Nieuwe eengezinswoningen en appartementen van woningcorporaties zijn buiten de steden gemiddeld groter geworden, maar hun nieuwe appartementen in de grote steden zijn gemiddeld kleiner.
Marktpartijen in de huursector bouwen kleinere eengezinswoningen en ook een stuk kleinere appartementen. Dat komt waarschijnlijk doordat kleine appartementen de hoogste huuropbrengsten per m2 opbrengen.
Het groeiende verschil en de bouwopgave
Het kan zijn dat de groeiende verschillen tussen koop en huur door de marktwerking aansluiten bij de behoeften. Er komen bijvoorbeeld meer kleine huishoudens bij, die mogelijk vooral kleinere huurappartementen willen. De verschillen kunnen ook aanleiding zijn om bij de enorme bouwopgave van Nederland niet alleen te focussen op aantallen, maar ook op de groeiende ongelijkheid in woonoppervlakte.
Verandering in woonoppervlakte van nieuwbouwwoningen ten opzichte van bestaande woningen
Dit onderzoek werd gedaan door Hans Wisman en Lars Brugman van het Kadaster. Het artikel verscheen ook op de website van ESB, het vakblad voor economen.
Wilt u meer weten over de woningmarkt en prijsvorming?
Onze expert woningmarkt kan u meer vertellen. Meer informatie en contactgegevens op de pagina expert woningmarkt.
Iedere maand publiceren wij cijfers over onder andere woningverkopen in ons Vastgoeddashboard. In dit dashboard vindt u grafieken en tabellen voor heel Nederland en per provincie. Ga naar het Vastgoeddashboard.
In Nederland staan zo’n 340.000 woningen en percelen op naam van iemand die overleden is. Een behoorlijk probleem, omdat het bijvoorbeeld nieuwbouw in de weg kan zitten. De oplossing zit in betere regelgeving.
Verklaring van erfrecht inschrijven is niet verplicht
Die 340.000 objecten staan op naam van zo’n 260.000 mensen die overleden zijn. Maar van wie dat perceel of die woning dan nu is? “Als iemand overlijdt, is het niet verplicht om een Verklaring van erfrecht in de registers te laten inschrijven,” legt bewaarder Jacques Vos uit. “Daardoor blijft de officiële eigenaar onbekend.”
Onbruikbare woningen en grond
Volgens Vos gaat het vaak om situaties waarin 1 van de partners overlijdt en de ander later ook komt te overlijden. “Als er dan niets wordt vastgelegd, ontstaat er juridisch veel onduidelijkheid. Het object blijft in het register op naam staan van de 1e overledene. En dat betekent voor de maatschappij: je mag en kunt er niets mee. De woning niet gebruiken, de grond niet inzetten, geen plannen uitvoeren.”
Zonder eigenaar geen rechtszekerheid
“Wij willen als Kadaster rechtszekerheid bieden” zegt Vos. “Maar als we niet weten wie de nieuwe eigenaar is, kunnen we die niet registreren. Daarmee neemt de bruikbaarheid van de Basisregistratie Kadaster af, omdat die niet meer de werkelijke situatie weergeeft. Maar een Verklaring van erfrecht laten opstellen bij een notaris kost geld. Daarom doen erfgenamen dit niet altijd. En inschrijven is niet wettelijk verplicht.”
Aantal inschrijvingen neemt toe
De laatste jaren gaat het wel steeds beter. “We deden al vaker oproepen en zien dat notarissen nu vaker een Verklaring van erfrecht bij ons inschrijven. Het aantal woningen en percelen met een overleden eigenaar neemt nog wel toe, maar veel minder snel dan eerst.”
De wet versoepelen
Maar het grootste probleem ligt in het verleden. Meer dan 150.000 objecten staan al langer dan 5 jaar op naam van iemand die is overleden. Daarvan is steeds moeilijker te achterhalen wie de erfgenamen zijn. En de regels zijn veranderd. Zo hoefden verklaringen van erfrecht tot 2003 niet per se een notariële akte te zijn. Dat heette dan een onderhandse verklaring. Maar die zijn nu niet meer toegestaan. Tijd om de wet te versoepelen, vindt Vos. “We willen graag ook oudere, onderhandse verklaringen kunnen inschrijven. In veel van die oude gevallen kunnen we dan eindelijk weer vaststellen wie de eigenaar is.”
Het stukje grond van mevrouw Meppelder
Voor een voorbeeld uit de praktijk gaan we naar Rotterdam, waar 1 van die 340.000 percelen ligt. Daar blijkt een klein stukje grond nog altijd op naam te staan van Wilhelmina Fokkolina Meppelder. Ze werd geboren in 1852 en overleed lang geleden. De gemeente probeert de erfgenamen te achterhalen via archieven en oude bevolkingsregisters. Maar zonder resultaat. En zolang er geen eigenaar bekend is, kunnen ze de grond niet aankopen. Daarmee is nieuwbouw op die plek ook onmogelijk.
Achterkleinkinderen opgespoord
Pas wanneer Omroep Rijnmond er eind oktober 2025 aandacht aan besteedt, komt de zaak in beweging. Wilhelmina Meppelder bleek de grond te delen met 13 anderen met de achternaam Schaaij of Schaay. Dat was haar gehuwde naam. Niet lang na de oproep melden zich achterkleinkinderen én zelfs een achter‑achter‑achterkleinkind die in de uitzending de naam van hun voorouders hadden herkend.
Zonder eigenaar geen voortgang
De mogelijke erfgenamen vinden het vooral leuk om een stukje familiegeschiedenis te ontdekken. Rijk worden ze er niet van, zegt de gemeente: de bestemming is grotendeels openbaar groen en maar een klein deel is bouwgrond. Maar het is wel belangrijk. Nu de erfgenamen gevonden zijn, kunnen de nieuwbouwplannen worden afgerond. Want zolang de eigenaar onbekend is, staat de voortgang stil.
Wilt u voor uzelf of een familielid weten hoe u een Verklaring van erfrecht inschrijft? Daar kan uw notaris u meer over vertellen. Zoekt u informatie over het opvragen van een Verklaring van erfrecht? Ga dan naar de pagina Verklaring van erfrecht opvragen.