'Investeren in structuren, niet in stenen'

Hoe stel je je als overheid op in kavelruilprocessen?

Nederlandse binnensteden kampen met leegstand. Daar helpt geen leegstandsverordening tegen. Stedelijke kavelruil kan eigenaren uitzicht bieden op nieuwe gebruiksmogelijkheden voor een gebied, eventueel met nieuwe functies. Wat kan een overheid doen om een dergelijke uitruil van functies, gronden en gebouwen van de grond te krijgen? Tijdens de themadag Stedelijke Kavelruil stond deze vraag centraal.

‘Ik hoop dat we nog dit jaar zicht hebben op twee tot drie ruilingen’, verklaarde wethouder Wim Brus van de Gemeente Steenwijkerland op de bijeenkomst in Utrecht, waar ruim 250 mensen op afkwamen, onder wie gemeentelijke en provinciale ambtenaren, consultants en ook vastgoedmensen.

De binnenstad van Steenwijk is geselecteerd als een van de tien pilotprojecten van Stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil (SSKR) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Kadaster. Net als de ondernemers in het centrum van Steenwijk staan grond- en vastgoedeigenaren op de andere negen geselecteerde locaties aan de vooravond van een uitruil van functies, gebouwen en gronden. Daarmee begint de door de minister aangekondigde wettelijke regeling vrijwillige Stedelijke Kavelruil in de praktijk vorm te krijgen.

Of het daadwekelijk tot een uitruil komt, hangt af van de wil van de betrokkenen. Maar de nood is vaak hoog. Of zoals wethouder Anette Nijhuis van Haaksbergen het toelichtte: ‘Haaksbergen heeft nu nog zeventien kledingwinkels op een dorp van 25.000 inwoners. De balans is volledig zoek. Tegelijk vind je in het centrum niet zoiets als een pannenkoekenrestaurant voor gezinnen met kinderen.

Het centrum was vroeger uitgestrekt en functioneel, maar zal compacter en aantrekkelijker moeten worden. Stedelijke kavelruil kan een prachtig instrument zijn om hier invulling aan te geven.’ De vraag is wat een overheid kan doen om eigenaren en ondernemers aan het ruilen te krijgen.

Eigenaren aan zet

Brus, Nijhuis en ook Angely Waajen-Crins, wethouder in Roermond, zijn het erover eens dat de onroerendgoedeigenaren primair zelf aan zet zijn. Twee jaar geleden waren het de middenstandsondernemers in de gemeente Steenwijkerland zélf die aangaven dat er iets met hun binnenstad moest gebeuren. De aanloop van winkelend publiek liep terug en daarmee is er onvoldoende draagvlak voor het bestaande winkelbestand. Het gevolg: leegstand. Ondertussen neemt wel de behoefte aan kleine woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens toe, dicht bij de voorzieningen, maar daarvoor is bij de huidige ruimtelijke indeling van de binnenstad geen ruimte.

Brus: ‘Het initiatief van de ondernemers hebben we omarmd. Gezamenlijk met ondernemers, bewoners en gemeente is een visie voor de binnenstad van Steenwijk opgesteld. Aangezien er al voldoende rapporten lagen, hebben we dat in een participatief proces uitgewerkt. Daarvoor stelden we 50.000 euro procesgeld beschikbaar." 

Het plan van de ondernemers en burgers, gebaseerd op kavelruilingen, is twee jaar later als hamerstuk naar de raad gegaan. Nu wordt het spannend, want kavelruil betekent dat je aan eigendommen gaat zitten. Doe je dat zuiver op basis van vrijwilligheid, of moet je dit op een bepaalde manier afdwingen, mochten bepaalde eigenaren niet meewerken? En wat is je rol als gemeente daarin?

Dit artikel verscheen 6 april 2017 in ROmagazine en is te bekijken op de website van ROmagazine.nl of lees het volledige artikel (download de pdf).