Virtuele geleidelijn brengt blinden van deur tot deur

Voor blinden en slechtzienden is zelfstandig reizen best een uitdaging. Ribbeltegels als geleidelijnen bieden beperkt uitkomst. Hogeschool Windesheim daagde studenten uit een nieuwe techniek te bedenken. Ze deden dat in samenwerking met onder meer Geodan, Bartiméus en Kadaster. En zo ontstond het idee voor een draagbaar navigatiemiddel dat de blinde langs een virtuele geleidelijn voert.

Windesheim Smart World-opleiding

Mara Breunesse werkt bij Hogeschool Windesheim Flevoland. “Onlangs liep ik met een stadsbeheerder door Almere. Daar werd op dat moment een route van ribbeltegels aangelegd tussen het station en het ziekenhuis. Het leek mij een ouderwetse oplossing. Met moderne technologie zou dat slimmer en goedkoper moeten kunnen.” Als coördinator van de minor-opleiding Smart World zoekt Breunesse steeds naar maatschappelijke vraagstukken waar een multidisciplinair team van studenten in vier maanden een oplossing voor kan bedenken. De ribbeltegels brachten haar op het idee van een virtuele geleidelijn.

Basisidee voor virtueel navigatiemiddel

Het basisidee van de virtuele geleidelijn is eenvoudig. Als een visueel gehandicapte van A naar B wil lopen, moet hij een navigatiemiddel hebben met drie functies. Het moet de omgeving tot in detail kennen en een route uitstippelen. Het moet precies weten waar de persoon is. En uit de combinatie van die gegevens moet de gebruiker aanwijzingen krijgen hoe te lopen. Natuurlijk moeten die aanwijzingen waarneembaar zijn voor de visueel gehandicapte. Dus geen kaartje op een beeldscherm, maar bijvoorbeeld gesproken instructies, geluid- of trilsignalen.

Vraagstuk vraagt om samenwerking

Het vraagstuk van de virtuele geleidelijn was zo omvangrijk dat Breunesse dit in drie deelprojecten heeft opgesplitst. Eén groep van vijf studenten heeft samen met Geo-ICT bedrijf Geodan onderzocht hoe je op basis van een 3D-referentiemodel een ideale looplijn van deur tot (bus)deur kunt berekenen. Een andere groep heeft zich samen met Bartiméus gericht op ‘wearables’. Dit is de apparatuur die de blinde of slechtziende bij zich moet hebben om de routeaanwijzingen te krijgen. Voor Paul de Nooij, projectleider ICT4VIP (VIP = ‘Visually ImpairedPersons’) bij Bartiméus was het vanzelfsprekend om aan dit project mee te doen. “Als expertisecentrum zoeken we steeds naar middelen om de mobiliteit van mensen met een visuele beperking te vergroten. De virtuele geleidelijn is zo’n middel.”

Nauwkeurige plaatsbepaling

De derde groep heeft zijn onderzoek samen met het Kadaster uitgevoerd. De vijf studenten hebben gekeken hoe nauwkeurig je met plaatsbepalingssystemen zoals GPS de uitgestippelde looproute kunt volgen. Nauwkeurigheid is hier heel belangrijk, want twee meter naast de uitgerekende virtuele geleidelijn lopen, kan betekenen dat je midden op de busbaan loopt of in de gracht valt. De groep heeft daarom gezocht naar een methode met een nauwkeurigheid van ongeveer 50 cm. Hun conclusie is dat een combinatie van verschillende plaatsbepalingstechnieken de beste resultaten oplevert. Het gebruik van zowel de Amerikaanse GPS-satellieten als de Russische GLONASS-satellieten werkt bijvoorbeeld beter dan alleen GPS. Het Netpos-systeem van Kadaster en Rijkswaterstaat heeft ook erg geholpen bij het halen van de gewenste nauwkeurigheid.

Studenten op stage

De vijf studenten doen verschillende studies. Job studeert Informatiedienstverlening, Tom Technische Informatica en Thijs Business, IT en Management. Marciano en Gilliam studeren ICT. Job: “Toen we aan dit project begonnen, kenden we elkaar nog niet. Ook wisten we nog niets van geografische informatiesystemen. Toch zijn we in vier maanden gekomen van een concept tot iets dat echt werkt. Dat is mooi.” In hun eindrapport schrijven ze: “We hebben weinig organisaties opgemerkt waar het leerelement van een stage zo goed opgepakt is. We hebben bij het Kadaster lessen gehad in GIS en satellietplaatsbepaling. Een landmeter heeft ons geholpen met het inmeten van de testlocatie. Oprecht een hechte samenwerking.” Kadasterbegeleider Wim Witteveen voegt daar nog een aspect aan toe: “Samenwerking met de studenten heeft ons nieuwe inzichten op het gebied van plaatsbepaling opgeleverd.”

Het vervolg

Op 28 januari presenteerden de studenten hun resultaten aan de opdrachtgevers. Ze hebben alle vertrouwen dat hun vinding wordt opgepakt. Student Tom Dantuma is nog steeds blij verwonderd over de virtuele geleidelijn: “Je kunt hem niet zien, maar hij ligt er wel.”

Terzake

Dit artikel verscheen ook in het Kadastermagazine Terzake van februari 2016.