|
Inleiding TOP10NL is technisch gezien anders opgebouwd
dan TOP10vector. TOP10NL sluit aan bij verschillende standaarden op het
gebied van gegevensuitwisseling. De database is objectgericht. De mogelijkheid
van versiebeheer op objectniveau is opgenomen. Ook wordt ingegaan op temporele
aspecten, de verschillende uitwisselingsformaten en de aansluiting bij
(internationale) standaarden.
Gegevensmodel TOP10NL TOP10NL is objectgericht. Het
gegevensmodel ondersteunt dit. Elk geo-object is door middel van een uniek
nummer te benaderen. Daarnaast kan ook de objectklasse afgebeeld worden. Elk
afzonderlijk object uit het terrein met bepaalde unieke eigenschappen, bijv. een
gebouw, een perceel bouwland, een deel van een weg (hier aangeduid als
geo-object) is afzonderlijk te onderscheiden en heeft een unieke
identificatiecode. Een geo-object heeft een bepaalde geometrie (punt , lijn of
vlak) en wordt verder gekarakteriseerd door attributen en attribuutwaarden.
Bekijk ook de structuur van de attributen en attribuutwaarden.
Gegevensmodel TOP10vector De topografische elementen in
TOP10vector worden onderscheiden door middel van verschillende codes. Elk
elementtype (legenda-eenheid) is voorzien van een speciale TDN-code. Bij het
selecteren van deze code (bijv. 01000 = gebouw), worden alle elementen van dit
type zichtbaar. De afzonderlijke elementen van de klasse/legenda-eenheid zijn
echter niet benaderbaar. TOP10vector is dus niet objectgericht. Wanneer
bijvoorbeeld vanuit de coderingstabel gevraagd wordt naar de gebouwen, worden
deze allemaal afgebeeld. Als men bijvoorbeeld in TOP10vector individuele
kerken wil markeren, is dit alleen mogelijk door het oorspronkelijke bestand te
bewerken.
UML Om de structuur van het datamodel inzichtelijk te
maken wordt gebruik gemaakt van schema's. Een handig hulpmiddel hiervoor is de
UML systematiek (Unified Modelling Language). Voordat een toepassing
gecodeerd wordt, helpt UML met het specificeren, visualiseren en documenteren
van het gegevensmodel. In de hoofdstructuur van TOP10NL hoort elk geo-object
bij een bepaalde objectklasse. De objectklassen worden verder gedetailleerd met
behulp van attributen en attribuutwaarden. Zie ook objectklasse.
Objectklasse Een objectklasse is een abstractie van
fenomenen in het terrein met gelijke eigenschappen die direct of indirect
geassocieerd zijn met een locatie relatief ten opzichte van het aardoppervlak.
In TOP10NL is een aantal objectklassen gedefinieerd. Indien noodzakelijk
kunnen er op termijn nieuwe objectklassen, attributen en attribuutwaarden worden
toegevoegd aan de bestaande lijst.
De huidige set objectklassen bestaat uit:
- wegdeel
- spoorbaandeel
- waterdeel
- gebouw
- terrein
- inrichtingselement
- reliëf
- registratief gebied
- geografisch gebied
- functioneel gebied
Een verdere uitwerking van objectklassen staat in het gegevensmodel TOP10NL
versie 2.3.
Samenhang objectklassen Er bestaat een samenhang tussen de verschillende objectklassen.
Wegen, water, terrein, gebouwen, functionele en registratieve gebieden zijn
als aparte objectklassen af te beelden, maar ook in combinatie. De volgorde en
visualisatie kan een rol spelen i.v.m. het afdekken van de vlakken.
Metadata De metadata van TOP10NL wordt op twee niveaus
vastgelegd, namelijk op de dataset als geheel maar ook op individueel
objectniveau. Metadata is zeer belangrijk om inzicht te geven in de kwaliteit
van de eigenlijke gegevens. Hierdoor kan de gebruiker beter afwegen of deze
dataset wel bruikbaar is voor het doel. Metadata op datasetniveau is ook van
belang om de dataset te kunnen terugvinden. Meer informatie over metadata vindt
u op www.geonovum.nl.
Metadata op datasetniveau De metadata op datasetniveau
is gebaseerd op ISO19115. De metadata is conform de nieuwe ‘Nederlandse metadata
standaard voor geografie’ (okt 2005). Deze standaard beschrijft welke onderdelen
van de ISO19115 in Nederland worden gebruikt.
Metadata op objectniveau TOP10NL kent ook een aantal
metagegevens op object niveau. Een beperkt aantal metagegevens wordt opgenomen per geo-object. Dit
betreft: brontype, brondatum en nauwkeurigheid. Maar ook object begin- en
einddatum en versie begin- en einddatum.
NEN TOP10NL is afgestemd op de nieuwe Nederlandse norm
voor geo-informatie: Basismodel Geo-informatie (NEN3610 2005). Het doel van het
Basismodel Geo-informatie is het vereenvoudigen van geo-informatie met
interoperabiliteit als sleutelwoord. In de figuur wordt de samenhang tussen de
verschillende onderdelen van het basismodel aangegeven.
XML XML (eXtensible Markup Language) is een standaard
taal waarmee de structuur van documenten en gegevens kan worden vastgelegd. XML
is gebaseerd op SGML (Standard Generalized Markup Language). De eenvoud van XML
is zeer geschikt voor uitwisseling van gegevens via het Internet, terwijl het
toch de eigenschappen van SGML behoudt.
GML Voor de uitwisseling van de TOP10NL bestanden is
gekozen voor de standaard taal GML (Geography Markup Language). Het grote
voordeel van GML is dat zowel de inhoud als de structuur van de gegevens
meegeleverd wordt. GML is gebaseerd op XML (eXtensible Markup Language) en
net als HTML afkomstig uit de internet-wereld en speciaal bedoeld voor het
uitwisselen van gestructureerde informatie (gegevens in plaats van 'vrije'
tekst).
XML (en dus GML) heeft tal van voordelen. Het is goed leesbaar door zowel
mensen als machines (het is niet binair); het is internationaal geaccepteerd (en
op Unicode gebaseerd, zodat ook niet-westerse talen worden ondersteund); het is
te controleren op juiste structuur met niet-geo-specifieke tools ('well-formed'
en 'valid'); er is veel standaard programmatuur beschikbaar (welke ook weer in
eigen software kan worden opgenomen); er is een methode om XML documenten te
converteren naar andere XML documenten (XSLT om bijv. een kartografisch model
van een landschapsmodel af te leiden).
Voordeel is ook dat een op XML gebaseerde uitwisselingsstandaard zelf ook
'eXtensible' oftewel uitbreidbaar is. Als er een attribuut of recordtype moet
worden toegevoegd, hoeft niet de hele standaard te worden aangepast. Hoewel er
al erg veel geo-informatie uitwisselingsformaten zijn in de wereld, zijn deze óf
gebonden aan een bepaald merk GIS of CAD software, of nationaal van opzet, of
beperkt tot een bepaalde organisatie of bedrijfstak.
XML is een technisch formaat (begin- en eind-‘tags' met tekst ertussen). Hoe
de data in een XML of GML document moet worden gestructureerd (welke 'tags' er
kunnen voorkomen, hoe de hierarchie tussen de elementen eruit ziet) wordt
bepaald door een bijbehorend schema. Dit kan een DTD document zijn (DTD =
Document Type Description) of een XML Schema document.
In het geval van GML 3.1 wordt gebruik gemaakt van een XML Schema. Een XML
Schema document heeft als extensie .xsd en bevat de definities van de elementen
en objecttypen die kunnen voorkomen in de GML documenten met de eigenlijke data.
In een XML schema kunnen ook de toegestane waarden voor een attribuut worden
aangegeven (enumeratie-types).
De GML specificatie van het OpenGIS Consortium bestaat uit drie XML Schema
documenten (geometry.xsd, feature.xsd en xlinks.xsd) die tesamen een raamwerk
vormen waarop gebruikersorganisaties hun eigen GML formaat kunnen baseren. Zo'n
organisatie-specifiek GML schema is ook binnen het TOPNL10-project gemaakt, op
basis van het nieuwe gegevensmodel.
Bekijk ook het voorbeeld. Hierin wordt een fragment van een TOP10NL
GML-bestand getoond. In dit bestand zijn zowel de geometrie als de attributen
opgenomen. (link naar plaatje gml-bestand)
Mutaties TOP10NL kent de mogelijkheid van versiebeheer.
Wanneer een geo-object verandert, wordt dit opgenomen in de attributen. Doordat
er op objectniveau een versiedatum is opgenomen in de attributen, kunnen
mutaties in geo-objecten herkend worden tussen verschillende versies van het
bestand. Op het moment dat er een nieuw geo-object wordt gevormd, krijgt het een
zgn. ‘objectbegintijd’ in de attributen. Een geo-object dat niet meer
bestaat, krijgt een ‘objecteindtijd’. Alle objecten blijven wel in de database
aanwezig. Bij kleine wijzigingen, waarvoor het niet nodig is de
identificatiecode te wijzigen, krijgt het geo-object een versietijd
(versie-begintijd en versie-eindtijd). Het zgn. mutatieprotocol beschrijft
wanneer een geo-object een nieuwe versie krijgt dan wel dat er een nieuw
geo-object ontstaat en het oude geo-object wordt voorzien van een
objecteindtijd.
Generalisatie Generalisatie is het proces waarbij vanuit
gedetailleerde gegevens, geo-objecten op kleinere schalen afgebeeld worden door
vereenvoudigen, weglaten en samenvoegen.
Bekijk ook het voorbeeld. Op verschillende schalen wordt op basis
van specifieke regels elk geo-object afgebeeld met specifieke visualisatie
symbolen. Een gebouw wordt wijk, een wijk wordt stad en een stad wordt punt. In
het voorbeeld wordt de stap van 1:25.000 (relatief grootschalig) naar 1:500.000
(kleinschalig) gemaakt. Het voorbeeld is vervaardigd met TOP10vector en daarvan
afgeleide kleinschalige bestanden. In de nabije toekomst wordt dit met TOP10NL
gedaan.
|