|
|
Download
|
Ten gevolge van de opkomst van satellietplaatsbepaling hebben er ingrijpende veranderingen plaatsgevonden aan deze geodetische referentiestelsels. Een landmeter kan met gebruikmaking van GNSS (Global Navigation Satellite System) met hetzelfde instrument op hetzelfde moment zowel ligging als hoogte meten. Hiertoe wordt van één driedimensionaal geodetisch referentiestelsel gebruik gemaakt, te weten het European Terrestrial Reference System (ETRS89), dat in Nederland gezamenlijk wordt bijgehouden door het Kadaster en Rijkswaterstaat. Voor het praktisch gebruik van GNSS als meettechniek is de definitie van het RD-stelsel gekoppeld aan ETRS89. Het gebruik van GNSS bracht echter vervormingen van het RD-stelsel aan het licht, die gemodelleerd worden in de transformatie RDNAPTRANS™2004. Verder is de geoïde cruciaal geworden door de inzet van GNSS bij hoogtebepaling ten opzichte van NAP. Door verticale bodembeweging wordt de ruggengraat van het NAP verstoord en is grootschalige bijstelling van de hoogtes van ondergrondse merken – en daarom ook van peilmerken – nodig gebleken. Sinds 2005 gelden dan ook nieuwe NAP-hoogtes en al sinds 2000 geldt een nieuwe definitie van het RD-stelsel, aangepast in 2004 opnieuw aangepast in 2008 met RDNAPTRANS™2008. Twee subcommissies van de NCG hebben zich de laatste jaren uitvoerig bezig gehouden met de herzieningen. Deze publicatie vormt de vastlegging van ETRS89, RD en NAP en hun onderlinge relaties. Naast een beschrijving van de historie van de referentiestelsels en de wijze van bijhouding ervan (met onder meer het AGRS als basis van de geometrische infrastructuur van Nederland), wordt de status van de stelsels per 1 januari 2005 beschreven. Dit omvat de realisatie van ETRS89 via het AGRS, de herziening en de nieuwe definitie van het RD-stelsel in 2004 en de nieuwe NAP-publicatie in 2005. De onderlinge relaties tussen de stelsels worden beschreven door de vernieuwde transformatie RDNAPTRANS™2004 en thans RDNAPTRANS™2008, waarvan het nieuwe geoïdemodel NLGEO2004 en een model voor de vervormingen van het RD-stelsel deel uitmaken. Tenslotte wordt aandacht besteed aan toekomstige bijhoudingen van ETRS89, RD en NAP. De continuïteit van de koppeling tussen enerzijds de traditionele stelsels en anderzijds de driedimensionale stelsels is van groot belang en ETRS89 zal die rol blijven vervullen. Het GNSS-kernnet en de AGRS-referentiestations zullen steeds meer de centrale rol in de bijhouding van het RD-stelsel gaan vormen. Bijhouding van het NAP blijft nodig, maar de primaire hoogtes zullen de komende decennia niet herzien hoeven te worden. Daarmee is de goede kwaliteit van de geodetische referentiestelsels voor het praktisch gebruik gegarandeerd. Dit tweetalige boek is als PDF (910Kb) te downloaden bij NCG-publicatie 43, groene
reeks.
|
|
||||||||||