Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Tot 1970 is het Kadaster wat betreft taakstelling, doelstelling en uitvoering nog hetzelfde als in 1839, primair gericht op de heffing van grondbelasting. In de loop der jaren is daaraan een publiekrechtelijk deel gekoppeld. In allerlei wetten die met gebiedsinrichting en grondgebruik te maken hebben, zijn de kadastrale gegevens de basis voor de gebiedsaanduiding. In de onteigeningswet staat bijvoorbeeld dat de Staat onteigent op basis van kadastrale percelen.

Na ruim 140 jaar onderdeel te zijn geweest van het ministerie van Financiƫn, gaat het Kadaster in 1973 naar het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (aan dit ministerie is in 1982 ook Milieubeheer toegevoegd). Er volgt een grote reorganisatie waarbij een einde komt aan de aparte kantoren voor hypotheek, ruilverkaveling en kadaster. De 57 kantoren worden tot 15 teruggebracht. Langzaam komt er beweging in het Kadaster. In 1975 wordt gestart met de vervaardiging van de Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN), een zeer gedetailleerde topografische kaart. Eind jaren 80 wordt de kadastrale registratie geautomatiseerd en in 1992 is een ondernemingsplan opgesteld op basis waarvan de organisatie opnieuw wordt aangepast.