Levensloopbestendig wonen in Borsele

Heinkenszand is de grootste plaats in de gemeente Borsele. 100 jaar geleden was het niet veel meer dan een lintbebouwing met een protestantse en een katholieke kerk en een landhuis. Pas na de oorlog is het Zuid-Bevelandse dorp gaan groeien tot ruim 5000 inwoners nu. De komende jaren zal het inwoneraantal naar verwachting nog licht groeien. Daarbij neemt ook het aantal senioren toe. En dat vraagt om woningen die geschikt zijn voor die bevolkingsgroep. Zulke woningen zijn bijvoorbeeld gelijkvloers of hebben een badkamer en slaapkamer op de begane grond. En zij hebben deuren die breed genoeg zijn voor een rollator of een rolstoel. De vraag is hoe geschikt de bestaande woningen eigenlijk zijn.

Betrekken bewoners

“Levensloopbestendigheid is een belangrijk speerpunt van onze WOONvisie ‘groeien in kwaliteit’ 2015-2019. Naast bouwtechnische staat en energetische kwaliteit.” Dat zegt Jolanda Boerjan, senior beleidsmedewerker Volkshuisvesting bij de gemeente Borsele. “Bij vergunningsaanvragen voor (ver)bouw van woningen informeren we de aanvragers over de noodzaak van energieverbetering en levensloopbestendigheid. Ook een gemeentelijke subsidie voor woningaanpassingen helpt mee.” Zo haakt de gemeente dus aan bij particuliere initiatieven van woningeigenaren. “Daarnaast hebben we momenteel een pilot lopen. Daarbij bezoeken we dorp voor dorp de bewoners om energieverbetering en levensloopbestendigheid onder de aandacht te brengen.”

Bevelandbreed

Op het punt van vergrijzing is de gemeente Borsele niet uniek. Alle gemeenten in de regio kampen in zekere mate met dit vraagstuk. In het regionale overleg De Bevelanden besloten de gemeenten Noord-Beveland, Goes, Borsele, Kapelle en Reimerswaal daarom voor een gezamenlijke inventarisatie. In Borsele richtte men zich al sterk op het vraagstuk van de vergrijzing. Daarom nam deze gemeente het voortouw in de Bevelandbrede aanpak. Onderdeel daarvan was ook de vraag aan het Kadaster om relevante gegevens te verzamelen. Veelal uit verschillende basisregistraties.

Inventariseren vanuit basisregistraties

In de landelijke basisregistraties zitten heel veel data waarmee de levensloopbestendigheid van woningen ingeschat kan worden. Zo geeft de BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) aan of een pand als woning in gebruik is en wat het bouwjaar is. Aanpassingen in de landelijke bouwregelgeving in 1965, de jaren 1980 en rond 2000 hebben telkens geleid tot een betere levensloopbestendigheid van de vanaf toen gebouwde woningen. Het bouwjaar is daarom samen met de gebruiksoppervlakte uit de BAG een mooie indicator voor levensloopbestendigheid. Voeg daar de leeftijd van de eigenaren aan toe en je krijgt bij niet-levensloopbestendige woningen ook een indruk of er een acuut probleem is. Wanneer een gezond gezin met ouders van ongeveer 35 jaar in een niet-levensloopbestendige woning woont, is er niet direct een probleem. Is de bewoner daarentegen 85, dan is te verwachten dat de woning nu of in de nabije toekomst niet meer voldoet.

Woningbestand aanpassen aan samenstelling bewoners

De inventarisatie van het Kadaster is gebaseerd op het bouwjaar, de gebruiksoppervlakte en de woningtypering, aangevuld met de leeftijd van de eigenaren. “Een goede basis voor verdere detaillering”, vindt Boerjan. De gemeente zelf en de lokale woningcorporatie R&B Wonen beschikken namelijk over aanvullende gegevens en specifieke kennis. Veel woningen van R&B Wonen zijn of worden al levensloopbestendig gemaakt. Zo worden in Heinkenszand bijvoorbeeld woningen van seniore bewoners aan de Mr Dr Meslaan gesloopt. De bewoners verhuizen naar nieuwgebouwde, levensloopbestendige woningen in dezelfde straat.

“Voor twee kernen van onze gemeente heeft het Kadaster de informatie van R&B Wonen verwerkt in de kaarten. Voor de andere kernen gaan we dat zelf nog doen. Tegelijk brengen we dan in wat we weten over levensloopbestendigheid van particuliere woningen, bijvoorbeeld aan de hand van bouwvergunningen. Het verwerken van de aanvullende informatie is best wat werk, maar zo krijgen we een beter beeld van de levensloopbestendigheid. Een rooskleuriger beeld dan je op basis van alleen bouwjaar, gebruiksoppervlakte en woningtypering zou verwachten. En de echte knelpunten komen er ook uit.”

Gepubliceerd in Terzake, november 2015