|
Nederland in kaart De afdeling Geo-informatie van het
Kadaster verzamelt, verwerkt en verstrekt topografische informatie van het
gehele Nederlandse grondgebied. De informatie verzamelen we via luchtfoto's en
terreinverkenning en verwerken we vervolgens tot digitale bestanden.
Basis voor topografische toepassingen De digitale
bestanden zijn de basis voor de topografische kaarten die we uitgeven. Deze
algemene kaarten geven een volledig beeld van terrein en landschap. De bekendste
series topografische kaarten zijn de kaarten op schaal 1:10.000, 1:25.000,
1:50.000 en 1:250.000. Andere bedrijven produceren op basis van de digitale
bestanden onder andere fiets- en wandelkaarten, (stads) plattegronden en
atlassen. De digitale bestanden worden verder gebruikt voor talloze GIS
toepassingen (Geografische Informatie Systemen), voor analyse en als basis voor
thematische kaarten.
Historische collectie We beschikken ook over een
uitgebreide collectie luchtfoto's vanaf 1927. Samen met de oude edities van de
topografische kaarten vormen ze een complete collectie die het mogelijk maakt
een geografische reis door de tijd te maken.
Wat doet Kadaster Geo-informatie De afdeling
Geo-informatie van het Kadaster voert een uniforme, landsdekkende topografische
kartering. Ook zijn we leverancier van uniforme midden- en kleinschalige
topografische informatie van Nederland. We leveren producten in de vorm van
digitale bestanden, zoals vectorbestanden, rasterbestanden, namenbestanden en
het obstakelbestand, en analoge producten zoals kaarten en luchtfoto's.
De digitale topografische bestanden hebben inmiddels een vaste plaats
verworven bij de professionele gebruikers van geografische gegevens. Digitale
topografie maakt het mogelijk om deze bestanden te koppelen met andere in
computers opgeslagen gegevens. Dit gebeurt met de hulp van zogenaamde
Geografische Informatie Systemen (GIS). GIS wordt ingezet voor alle vraagstukken
waarbij de ruimtelijke component van belang is.
Tot nog maar een paar jaar geleden was onze hele productie erop gericht om
een papieren kaart te maken, met als hoofddoel de militaire stafkaart. De
opkomst van het digitale tijdperk heeft daar verandering in gebracht. De
digitale cartografie opent totaal nieuwe toepassingsvelden. Het biedt de
mogelijkheid van koppeling met andere database-gegevens en snelle
analysemethoden in zogenaamde geografische informatiesystemen (GIS). Behalve de
papieren kaart als eindproduct heeft het digitaal bestand nog veel meer
toepassingen.
We onderscheiden een aantal productiestappen:
- Het maken van luchtfoto’s en de verwerking ervan met behulp
van fotogrammetrische technieken.
- Het verzamelen van topografische informatie door middel van
terreinverkenning.
- Het opbouwen van een digitaal topografisch Basisbestand
(TOP10NL).
- De cartografische verwerking van TOP10NL tot verschillende
topografische bestanden en kaartseries op verschillende schalen.

Voor wie Het Kadaster is leverancier van uniforme midden-
en kleinschalige topografische informatie van geheel Nederland. Steeds meer
gemeenten, provincies, waterschappen, ministeries, energiebedrijven, maar ook
adviesbureaus, producenten van geo-producten en militaire instanties maken
gebruik van onze digitale topografische informatie. De bestanden kunt u
toepassen bij zaken die onder andere te maken hebben met beleid, beheer,
ontwerp, milieu, verkeer, marketing, regelingen en monitoring. 
Hoe werkt Kadaster Geo-informatie De afdeling
Geo-informatie van het Kadaster maakt digitale en analoge producten. Dit doen we
aan de hand van:

Luchtfotografie Moderne topografische kartering is ondenkbaar
zonder het gebruik van luchtfoto’s. Ze worden gemaakt door gespecialiseerde
bedrijven. De luchtfoto’s worden in stroken gemaakt, zogenaamde runs, waarbij de
foto’s in de vliegrichting een overlap hebben van 60%. De overlap tussen twee
stroken onderling bedraagt 30%. Hierdoor kunnen de foto’s met behulp van
speciale instrumenten drie-dimensionaal worden bekeken zodat het mogelijk is
diepte waar te nemen. Door de strenge eisen die aan luchtfoto’s voor
karteringsdoeleinden worden gesteld (wolkenloze hemel, geen sneeuw, laag water
en niet te lange slagschaduwen) is het slechts een beperkt aantal dagen per jaar
mogelijk om goede luchtfoto’s te maken. Per jaar wordt ongeveer de helft van
Nederland gefotografeerd. Voor de terreinverkenning worden met behulp van
fotogrammetrische technieken digitale orthofotomozaiken vervaardigd.
Satellietfoto’s passen we nog niet toe bij de inwinning van topografische
gegevens.

Fotogrammetrie Luchtfoto’s zijn niet schaalgetrouw. Dit komt door
de bewegingen van het vliegtuig (scheefstand camera) en hoogteverschillen in het
terrein. Luchtfoto’s moeten daarom een speciale bewerking ondergaan om een
meetkundig betrouwbare bron te vormen voor het overnemen van topografische
gegevens. Bovendien moeten we de relatie leggen tussen de luchtfoto’s en het
terrein. Voor deze fotogrammetrische bewerking zijn paspunten nodig. Dit zijn
punten die op de foto goed herkenbaar zijn en waarvan, in het terrein, de juiste
ligging in het landelijk netwerk van vaste punten (het driehoeksnet van de
Rijksdriehoeksmeting) kan worden bepaald. Met behulp van deze paspunten en
hoogte-informatie rekenen we langs digitale weg in een 3-dimensionale omgeving
het fotobeeld met z’n vertekeningen om tot een meetkundig correct beeld. Dit
zijn de zogenaamde orthofotomozaiken.

Terreinverkenning Na de productie van de digitale
orthofotomozaiken gaat de topograaf verder met het verwerken van deze foto’s.
Met de orthofoto’s als achtergrond onder TOP10NL op een werkstation en daarbij
gebruik makend van een stereoscoop met luchtfotovergrotingen naar schaal 1:10
000 vergelijktde topograaf het te updaten bestand nauwkeurig met de nieuwe
luchtfotografie en hij digitaliseert de gewijzigde topografie, voor zover
zichtbaar, in het bestand TOP10NL. Op deze wijze worden zo veel mogelijk
terreinobjecten gemuteerd.
Omdat een aantal terreinobjecten en andere gegevens niet uit interpretatie op
kantoor kunnen worden waargenomen, wordt er daarna een terreinverkenning
uitgevoerd. De topograaf verplaatst het bestand TOP10NL en de digitale
orthofoto’s naar zijn pencomputer en gaat dan, met die computer, op de fiets het
terrein verkennen. In een paar weken heeft hij een gebied van 31,25 km²
nauwkeurig gecontroleerd. Hij let daarbij vooral op wijzigingen die tijdens de
voorbereiding in de binnendienst niet te zien waren. Dit zijn bijvoorbeeld de
puntobjecten zoals wegwijzers en kilometerpalen, het grondgebruik en de
wegbreedtes. Daarnaast controleert hij of alle namen die op de kaart voorkomen
wel echt zijn, zowel door controle in het veld als in overleg met naamgevende
instanties.

Basisbestand Na terugkeer uit het terrein wordt op kantoor het
verkende bestand TOP10NL van de pencomputer op het werkstation geplaatst. Het
bestand wordt aangesloten met omliggende bestanden en er wordt een
controleproces uitgevoerd. Tijdens dit proces hebben we verschillende
inhoudelijke en softwarematige controlestappen ingebouwd om de kwaliteit van het
eindproduct te kunnen garanderen.
Met het voltooide basisbestand TOP10NL kunnen we nu kaarten in verschillende
kaartschalen maken. De topografische kaartseries 1:10.000 en 1:25.000 zijn
onvertekend en maken we rechtstreeks uit het basisbestand. De topografische
kaart 1:50.000 kunnen we niet rechtstreeks uit het basisbestand halen. Om het
kaartbeeld aan te passen aan deze kleinere schaal zal er eerst nog een
generalisatie plaats moeten vinden.

Generalisatie In tegenstelling tot de kaartschaal 1:25.000 kunnen
we de kaartschaal 1:50.000 niet rechtstreeks verkleinen uit het basisbestand.
Het kaartbeeld loopt dan dicht en wordt onleesbaar. Daarom is de kaartschaal
1:50.000 een vereenvoudigde weergave van het Basisbestand. We geven de wegen
bijvoorbeeld verbreed weer, bebouwing wordt samengetrokken en minder belangrijke
details laten we achterwege. Zo wordt het hele kaartbeeld digitaal door de
cartograaf opnieuw in een andere vorm bewerkt tot een bruikbaar beeld en blijven
de karakteristieke vormen van het landschap behouden.

Kaartprojectie Om het gebogen aardoppervlak af te beelden in een
platte weergave, moeten we een kaartprojectie gebruiken. Door middel van een
berekeningsmethode leggen we het verband tussen punten op het aardoppervlak en
de punten in de kaart vast. Er bestaan meerdere projectiemethoden; op de
topografische kaarten van Nederland wordt de stereografische projectie
toegepast. Het centrale punt van deze projectie is de Onze-Lieve-Vrouwetoren in
Amersfoort. De stereografische projectie heeft als belangrijkste eigenschap dat
de hoeken die op aarde worden gemeten in de kaart onvervormd worden
afgebeeld.

Het coördinatenstelsel Voor het bepalen en aanwijzen van de
ligging van punten op aarde gebruiken we coördinaten. Het geografisch
coördinatensysteem is wereldomvattend. De referentielijnen hierbij zijn de
evenaar en de nulmeridiaan die over Greenwich loopt. Voor onze karteringen
gebruiken we een rechthoekig coördinatensysteem. Een dergelijk systeem wordt in
samenhang met de kaartprojectie berekend. Voor Nederland is dit het systeem van
de Rijksdriehoeksmeting met als oorsprong de Onze-Lieve-Vrouwetoren in
Amersfoort. Dit nulpunt is echter uit praktische overwegingen 155 km naar het
westen en 463 km naar het zuiden verschoven ten opzichte van de oorsprong.
Hierdoor hebben alle coördinaten in Nederland een positieve waarde en is
bovendien direct duidelijk wat de X- of Y-coördinaat is. Daarnaast is ook de
hoogteligging van een coördinaat belangrijk.

De hoogteligging In Nederland wordt voor het bepalen van de
hoogte als referentiepunt het NAP-vlak gebruikt. Dit is een denkbeeldig gebogen
vlak dat in alle punten loodrecht op de richting van de zwaartekracht staat. Het
NAP-vlak is vastgelegd door een ondergrondse bout op de Dam in Amsterdam en
verder in het gehele land door middel van peilmerken. Vanuit dit netwerk van
vaste punten kan door middel van waterpassing de hoogteligging worden bepaald.

Geschiedenis Voor de oorsprong van de Nederlandse
topografische kaart moeten we terug naar de eerste helft van de 19e eeuw. Voor
die tijd was er nog geen sprake van een systematische, uniforme kartering van
ons land. Wel zijn in de 16e, 17e en 18e eeuw veel gedetailleerde karteringen
uitgevoerd voor speciale doeleinden zoals de landsverdediging en de
waterstaatszorg. In het kort ziet de geschiedenis er als volgt uit:
- In 1815: heroprichting Topographisch Bureau -
als onderdeel van het Depot-Generaal van Oorlog - voor het maken van een
landsdekkende kaart op de schaal 1:115.200 (Krayenhoffkaart).
- Rond 1836: begin met de werkzaamheden voor de
eerste topografische kaart op de schaal 1:50.000 (TMK).
- Vanaf 1865: de topografische kaart 1:25.000
wordt in productie genomen.
- In 1932: ontstaat de Topografische Dienst na
meerdere reorganisaties.
- 1951: begin productie en uitgave van de
topografische kaart op de schaal 1:10.000 (alleen in een zogenaamde
schetsuitvoering).
- 1984: in het kader van de spreiding van
Rijksdiensten, verhuist de Topografische Dienst van Delft naar Emmen.
- Begin 2004: De Topografische Dienst is
ondergebracht als dienst van het Kadaster en heet vanaf nu Topografische Dienst
Kadaster.
- In 2008 wordt de Topografische Dienst
Kadaster opgenomen in de nieuwe afdeling Geo-informatie van het
Kadaster.
|