Henk Haan: van boerenzoon tot verkavelexpert

Henk Haan groeide op als boerenzoon in het zuiden van Friesland. Als plattelandsjongere maakte hij kennis met de ruilverkaveling Ooststellingwerf. Halverwege de jaren 60 werd hij sociaal-economisch voorlichter bij de Overijsselse Landbouwmaatschappij. Zo stond hij boeren bij in bezwarenbehandelingen in ruilverkavelingen. Hoe kijkt iemand met een halve eeuw ervaring naar de grondruil van de toekomst? “We moeten naar wettelijke verkaveling, maar wel met veel draagvlak van grondgebruikers.”

Grondruilprojecten steeds langer en uitgebreider

De verkavelingen draaiden in de jaren 60 nog vrijwel volledig om agrarische verbetering, zoals het opheffen van versnippering van landbouwgrond. “Er was een projectplan en dat werd strak van begin tot eind uitgevoerd. Er was maar weinig ruimte om mee te gaan met tussentijdse nieuwe ontwikkelingen, zoals natuurbeheer.” Met de komst van de Landinrichtingswet in 1985 werd het mogelijk oorspronkelijke plannen uit te breiden. Haan: “De politiek voerde vaak druk uit om meer natuur in de plannen in te passen. Vaak werd er daardoor uiteindelijk een ander plan uitgevoerd dan het plan waarover de eigenaren en gebruikers gestemd hadden. En het ging allemaal nog langer duren.”

Wens tot versobering en versnelling

In 2007 kwam de nieuwe Wet Inrichting Landelijk Gebied, de WILG. Provincies werden verantwoordelijk voor het landelijk gebied, en in totaal was er minder geld. Haan werd als ervaren bestuurder gevraagd om het vastgelopen project Olst-Wesepe vlot te trekken. Dat is gelukt. “We hebben het plan versoberd tot de voor dat gebied echt noodzakelijke maatregelen: verbeteren van de landbouwstructuur en de waterbeheersing.” Bij ‘ouderwetse’ ruilverkavelingen zouden de waterverbeteringswerken onderdeel van het project zijn geweest. In deze herverkaveling hebben we er alleen voor gezorgd dat het waterschap gronden op de goede plaats kreeg. Het waterschap zelf heeft daarna op die gronden onder andere retentiegebieden aangelegd.” Deze nieuwe aanpak heet Verkavelen voor Groei.

De toekomst: wettelijk

Vroeger duurden ruilverkavelingen soms meer dan 20 jaar. Het project Olst-Wesepe heeft maar 4 jaar geduurd. Het is een voorbeeld voor toekomstige projecten, vindt Henk Haan. “Veel vrijwillige verkavelingen stranden op het niet-meedoen van enkele eigenaren. Daarom moeten we naar wettelijke verkaveling op de manier van Olst-Wesepe. Dus een ruilplan opstellen via overleg met de betrokken grondgebruikers. Je hoeft niet te streven naar het maximale verkavelingsresultaat. Het doel is dat er een plan met draagvlak komt.”

100 jaar herverkavelen

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat het Kadaster een taak kreeg in de landinrichting. We blikken terug op 100 jaar ervaring in de herverkaveling en wat dit betekent voor de ruimtelijke uitdagingen die nu op ons afkomen.