Geen woorden maar daden na bombardement Rotterdam 1940

Na het bombardement kreeg Rotterdam-centrum een geheel vernieuwd stratenplan. De bouwgronden werden via ruil verdeeld en toegewezen.
Geen woorden maar daden na bombardement Rotterdam 1940

“Alleen de achterpui stond nog overeind”

Ongeveer een kwartier hadden de Duitse bommenwerpers nodig om zo’n 35.000 gebouwen in het centrum van Rotterdam te vernietigen. Ongeveer 850 mensen zijn bij het bombardement omgekomen. De toen 15-jarige Nico Deflers was ooggetuige: “Een paar dagen na het bombardement gingen we op zoek naar ons ouderlijk huis in Kralingen. Alleen de achterpui stond nog overeind; mijn fiets bungelde aan een overgebleven stuk plafond. Ik werkte in die tijd in een winkel voor huishoudelijke artikelen. Die zaak was geruïneerd, dus ik zat zonder werk. Maar goed: er was genoeg te doen." 

Nieuw stratenpatroon

Direct na het bombardement begon de bevolking met puinruimen. Rotterdam is immers de stad van ‘geen woorden maar daden’. Ondertussen ontwikkelde het gemeentebestuur een nieuw stadsplan. Het centrum van Rotterdam moest opnieuw gebouwd worden, niet als een replica van het oude centrum, maar als moderne stad. Het stratenpatroon wijzigde ingrijpend. Ook al bleven veel straatnamen bestaan, de straten zelf zijn in veel gevallen op een andere plek komen te liggen.

Gronden ruilen om te herbouwen

Door het sterk gewijzigde stratenplan konden vastgoedeigenaren niet op precies dezelfde plek herbouwen. Dit was een van de redenen waarom de gemeente het verwoeste gebied in zijn geheel heeft onteigend. De getroffen vastgoedeigenaren kregen als vergoeding het recht op een vervangend stuk grond en een vergoeding in geld voor het verwoeste gebouw. Daarbij hoorde de plicht om op de toegewezen grond een nieuw gebouw te (laten) bouwen. In juridische zin is er sprake van onteigening, maar door de manier waarop dit gedaan is lijkt het meer op stedelijke herverkaveling, een manier van stedelijke vernieuwing die nu weer volop in de aandacht staat.

Vertrouwde winkels, nieuwe plekken

Veel winkeliers zijn wel in Rotterdam gebleven, maar vaak niet op dezelfde plaats in de stad. Zo zijn in 1953 in de Hoogstraat naast elkaar drie nieuwe winkels geopend: de modezaken Peek & Cloppenburg en Lampe en de manufacturenzaak Martens. De eerste twee winkels zaten voor de oorlog ook al aan de Hoogstraat, maar Martens zat bijna een kilometer verderop aan de Kipstraat. 

De opa van Kadastermedewerker Paul Saers was siersmid en juwelier in Rotterdam. Zijn winkel, werkplaats en woonhuis aan de Oostzeedijk Beneden zijn bij het bombardement verloren gegaan. Het gezin Saers is verhuisd naar Nieuwerkerk aan den IJssel en heeft daar een nieuwe zaak opgezet.

Winkeliers kozen zelf Lijnbaan als locatie winkelcentrum

Een ander mooi voorbeeld is de Lijnbaan. Een grote groep winkeliers van verspreid liggende winkels heeft na de oorlog de handen ineengeslagen. Zij kozen gezamenlijk voor een locatie aan de Lijnbaan om daar één groot winkelcentrum te bouwen. Het werd het eerste autovrije winkelcentrum in Nederland en een voorbeeld voor vele later gebouwde winkelcentra. De Rotterdamse manier van stedelijke herverkaveling heeft dit mogelijk gemaakt.

100 jaar herverkavelen

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat het Kadaster een taak kreeg in de landinrichting. De kracht van herverkaveling toonde zich op belangrijke momenten. Zoals na het bombardement Rotterdam op 14 mei 1940.

Bronnen